Biodiversiteit

Internationale afspraken

Het Verdrag inzake Biologische Diversiteit (CBD)

In Rio de Janeiro in 1992 hebben wereldleiders internationale afspraken gemaakt over de biodiversiteit. Dit is vastgelegd in de Convention on Biological Diversity 1992 (CBD). In deze conventie zijn drie doelen vastgesteld: het behoud van biodiversiteit, duurzaam gebruik en toegang tot genetische bronnen en een billijke verdeling van de voordelen die ontstaan uit het gebruik van de genetische bronnen.

In 1994 is de CBD van kracht geworden. Inmiddels hebben 188 landen het verdrag geratificeerd, waaronder Nederland en de Europese Commissie. Het verdrag heeft als uitgangspunt dat landen soevereine rechten hebben over het genetisch materiaal dat zich op hun grondgebied bevindt.
Het verdrag regelt onder meer dat voor het verzamelen van plantmateriaal toestemming nodig is van de locale autoriteiten, en soms van lokale gemeenschappen. Er hoeven geen afspraken gemaakt te worden met het land van herkomst over plantmateriaal dat voor 1994 in Nederland was.

International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture

De International Treaty (IT) van de FAO is de overeenkomst over uitwisselen van genetische plantmateriaal die van waarde is of kan zijn voor de landbouw. Dit verdrag is op 29 juni 2004 van kracht geworden en sluit aan bij de afspraken van het CBD. In de IT zijn aanvullende afspraken gemaakt om de uitwisseling op een eenvoudigere en efficiëntere manier te laten verlopen.
Op dit moment wordt gewerkt aan een standaard Material Transfer Agreement om de toegang en gebruik van genetisch plantmateriaal moet regelen.

Wat wordt verstaan onder biodiversiteit?

Volgens het internationale Verdrag inzake Biodiversiteit verstaat men onder biodiversiteit de variabiliteit onder levende organismen van allerlei afkomst. Agrobiodiversiteit omvat het geheel aan plantaardige en dierlijke genetische bronnen, bodem- en micro-organismen, insecten en andere flora en fauna in agro-ecosystemen, alsmede elementen van natuurlijke habitats die relevant zijn voor agrarische productiesystemen. Deze definitie onderscheidt zich in drie niveau's; de genetische variatie (rassen binnen gewassen), het aantal ver0schillende gewassen en de agrobiodiversiteit op agro-ecosysteemniveau (alle soorten in het landbouwsysteem, dus ook de niet-cultuurgewassen).

Voor de economische activiteit van landbouwproducenten en de wereldvoedselvoorziening is genetische diversiteit van groot belang. Veredelaars moeten dan ook in kunnen spelen op verandere eisen die aan de landbouwproductie worden gesteld en aan verandere omstandigheden daarbuiten. Zo kunnen nieuwe ziekte en plagen opkomen, verandert het klimaat, groeit de wereldbevolking, neemt de vraag naar duurzame productie toe en veranderen de wensen van de consument. De hiervoor gewenste eigenschappen kúnnen voorkomen in oude rassen, in planten in andere landen (in landbouwsystemen of daarbuiten) of in genenbanken.

Links naar relevante websites

CBD (Convention on Biological Biodiversity)
The International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture
FAO (Food and Agricultural Organisation of the United Nations) and biodiversity
Centre for Genetic Resources - Wageningen-UR
CITES Convention on International Trade in Endagered species of Wild Fauna and Flora
Planttreaty - The International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture