Biodiversiteit
Biodiversiteit (pdf, 7KB) en in het bijzonder genetische bronnen zijn het uitgangsmateriaal voor plantenveredeling. In de meeste gevallen worden moderne rassen als genetische bron ingezet voor veredeling, maar in 5-10% van de gevallen worden ook wilde verwanten van de cultuurgewassen en landrassen gebruikt. Het is dus essentieel voor plantenveredeling om toegang tot alle genetische bronnen te hebben.
Convention on Biological Diversity
In het verleden was de toegang tot genetische bronnen gewaarborgd. Wilde verwanten en landrassen waren vrij beschikbaar. Door het van kracht worden van de Convention on Biological Diversity (CBD) in 1994 zijn genetische bronnen niet langer vrij beschikbaar. Het verdrag heeft als uitgangspunt dat landen soevereine rechten hebben over de genetische bronnen die zich op hun grondgebied bevinden. Ook regelt het verdrag onder meer dat voor het verzamelen van plantmateriaal toestemming nodig is van de lokale autoriteiten, en soms van lokale gemeenschappen. Op dit moment wordt er onderhandeld door de 193 landen die het verdrag geratificeerd hebben over een Internationaal Regime on Access and Benefit Sharing om de uitwisseling van genetische bronnen te reguleren.
International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture
De International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture (IT PGRFA) van de Food and Agriculture Organization is het verdrag over het uitwisselen van genetische bronnen voor voedsel en landbouw. Dit verdrag is op 29 juni 2004 van kracht geworden en sluit aan bij de algemene afspraken van de CBD. In de IT PGRFA zijn aanvullende afspraken gemaakt om de uitwisseling van genetische bronnen voor voedsel en landbouw op een eenvoudigere en efficiëntere manier te laten verlopen. De zogenoemde Standard Material Transfer Agreement (SMTA), waarin geregeld is onder welke condities materiaal verkregen kan worden en hoe benefit sharing geregeld wordt maakt de uitwisseling in de praktijk mogelijk.
Het gebruik van de SMTA is slechts verplicht voor een beperkt aantal gewassen. Deze lijst staat in de Annex I (pdf, 94KB) van de IT PGRFA. De condities van de SMTA wordt in sommige gevallen ook voor niet-Annex I gewassen gebruikt, bijvoorbeeld door de Nederlandse genenbank (CGN).
De IT PGRFA erkent ook de zogenaamde farmers’ rights. Hierbij is het van belang dat de rol van boeren bij het behoud van genetische bronnen en de ontwikkeling van landrassen erkend en gewaardeerd wordt. Invulling aan farmers’ rights moet op de nationale wijze ingevuld worden. De IT PGRFA probeert hierbij echter wel een faciliterende rol te spelen.
Rol van Plantum
Plantum zet zich nationaal en internationaal in om de toegang tot genetische bronnen te behouden en dan wel op een zo eenvoudig en efficiënt mogelijke manier. De belangrijkste argumenten hierbij zijn:
- Plantenveredeling kan alleen doorgang vinden als nieuw genetisch materiaal beschikbaar is om nieuwe rassen te veredelen. Zonder genetische bronnen geen nieuwe rassen.
- Het belang van Access and Benefit Sharing wordt onderschreven. De zaadsector heeft zich dit altijd gerealiseerd en hier een belangrijke rol in gespeeld. De breeders’ exemption, het feit dat met ontwikkelde rassen doorveredeld kan worden, is een enorme bijdrage en is ook als dusdanig erkend in de IT PGRFA. Verder leveren de Nederlandse bedrijven een belangrijk bijdrage aan het CGN door genetische bronnen in stand te houden, te vermeerderen en te beschrijven. Als laatste kan opgemerkt worden dat de bedrijven hetzij individueel, hetzij gezamenlijk bijdrages leveren aan diverse ontwikkelingsprojecten gerelateerd aan genetische bronnen.
- Regelgeving voor de uitwisseling moet eenvoudig en praktisch uitvoerbaar zijn, waarbij de 'freedom to operate' zoveel mogelijk gegarandeerd wordt.
Plantum is van mening dat farmers’ rights nationaal geïmplementeerd moeten worden. Hierbij is het van groot belang dat farmers’ rights niet verward worden met farm saved seeds en/of de vrijheid om farm saved seeds te verkopen.

