Gewasbescherming en Milieu
Wijziging Besluit Glastuinbouw
De wijziging van het Besluit Glastuinbouw en wijziging van het Besluit Landbouw Milieubeheer treden in werking op 1 oktober 2009.
Hierna volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen van het Besluit Glastuinbouw. Raadpleeg voor het volledige overzicht en de officiële omschrijvingen de officiële publicaties.
Algemeen
Een groot aantal omschrijvingen is in overeenstemming gebracht met aanpassingen van andere wetgeving of richtlijnen. Voorbeelden daarvan zijn de omschrijvingen van gewasbeschermingsmiddelen, gevaarlijke stoffen, gasolie en vloeibare brandstof.
Vergunningplicht
Officieel wordt de vergunningplicht tegenwoordig geregeld in het Activiteitenbesluit. In het Besluit Glastuinbouw wordt alleen een onderscheid gemaakt in typen glastuinbouwbedrijven. In spreektaal komt het er op neer dat glastuinbouwbedrijven type A vergunningplichtig zijn. De omschrijving van glastuinbouwbedrijf type A kent een aantal versoepelingen en een aantal aanscherpingen.
De, soms beperkte, versoepelingen zijn:
- Het verstoken of verbranden van andere brandstoffen dan aardgas, propaangas, butaangas, gasolie of biodiesel is toegestaan in installaties met een vermogen van max. 20 kW
- Vergunningplicht is pas van toepassing bij een of meer elektro- of verbrandingsmotoren met een totaal geïnstalleerd vermogen van 15 MW of meer (was 10 MW).
- Het maximale vermogen van een ketelinstallatie is geen criterium meer voor vergunningplicht (was 7500 kW).
- Het aanwezig zijn van een of meer broeikasgasinstallaties als bedoeld in artikel 16.1 van de Wet milieubeheer is geen criterium meer voor vergunningplicht (nieuw ten opzicht van het ontwerpbesluit).
- Het aanwezig zijn van meer dan
1.000 kg
bestrijdingsmiddelen is geen criterium meer voor vergunningplicht.
- Vergunningplicht is pas van toepassing bij koel- en vriesinstallaties of warmtepompen met een inhoud per installatie van meer dan
1500 kg
(was
200 kg
) ammoniak (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
De aanscherpingen van de criteria zijn:
- Maximale opslag van in totaal
150 kubieke meter
van diesel, huisbrandolie, gasolie, lichte stookolie, biodiesel of afgewerkte olie in bovengrondse tanks in de buitenlucht (was onbeperkt).
- Maximale opslag van in totaal
1,5 kubieke meter
petroleum in bovengrondse tanks (was
15 kubieke meter
).
- Vergunningplicht wanneer het Besluit externe veiligheid inrichtingen van toepassing is (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- Afstand tot een object van categorie I van minder dan
50 meter
, dan wel afstand tot een object van categorie II van minder dan
25 m
voor bestaande bedrijven met inbegrip van eventuele uitbreidingen na 1 oktober 2009. Dit betekent dat bestaande bedrijven na een uitbreiding moeten voldoen aan de afstandscriteria voor nieuwe bedrijven. (deze wijziging stond nog niet in het ontwerpbesluit).
Melding en registraties
- Bij assimilatiebelichting ook het type lamp, het aantal Watt per vierkante meter en het totale vermogen van de geïnstalleerde lampen worden vermeld (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- Binnen vier weken na het indienen van de melding in het kader van het besluit kan gevoegd gezag verzoeken om een akoestisch rapport. De reden van het verzoek moet wel onderbouwd worden (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- De registratie, berekening en rapportage van het verbruik van stikstof en fosfor vervalt voor substraatteelten pas vanaf 2011
- Wijze van lozing, datum van monstername en de teeltwijze worden extra gevraagd bij de jaarrapportage (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- De verbruiksdoelstellingen voor stikstof en fosfor bij substraatteelten zijn komen te vervallen.
Afscherming van assimilatiebelichting
- Vanaf 1 oktober 2009 moeten alle nieuwe kassen, waarin assimilatiebelichting < 15.000 lux wordt toegepast, zijn voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 95% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd.
- Vanaf 1 oktober 2010 moeten alle bestaande kassen, waarin assimilatiebelichting < 15.000 lux wordt toegepast, zijn voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 95% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd.
- De 95%-schermen mogen aanwezig blijven tot 1 januari 2017, maar dan mag na 1 januari 2014 tijdens de donkerteperiode niet meer belicht worden.
- Vanaf 1 januari 2014 moeten alle nieuwe kassen, waarin assimilatiebelichting < 15.000 lux wordt toegepast, zijn voorzien van een lichtscherminstallatie waarmee ten minste 98% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd.
- Tijdens de donkerteperiode (april, september en oktober: 20.00 tot 02.00 uur en november tot en met maart: 18.00 tot 24.00 uur) moet de scherminstallatie gesloten zijn. Gedurende de nanacht mag de scherminstallatie tot maximaal 25% geopend worden.
- Bij toepassing van assimilatiebelichting > 15.000 lux moet van zonsondergang tot zonsopgang minimaal 98% van de lichtuitstraling afgeschermd worden.
- Waar het technisch redelijkerwijs niet mogelijk is hoeft tot 1 januari 2018 geen lichtscherminstallatie te worden aangebracht.
- Als voor 1 mei 2009 al een 85%-scherminstallatie aanwezig was, dan mag deze gebruikt blijven worden tot 1 januari 2013. Bij toepassing van assimilatiebelichting moet de scherminstallatie gesloten zijn van zonsondergang tot zonsopgang.
- Van zonsondergang tot zonsopgang moet de lichtuitstraling op een afstand van
10 m
vanaf de gevel gereduceerd zijn met minimaal 95% en de gebruikte lampen mogen niet zichtbaar zijn.
-In de toelichting is op verzoek van LTO Glaskracht Nederland, nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit, toegevoegd dat de mogelijkheid tot maatwerkvoorschrift ook bedoeld is voor situaties waarin tijdens de donkerteperiode geen belichting wordt toegepast en in de nanacht voldoende afscherming kan plaatsvinden met energiescherm(en), zodat er geen lichtscherminstallatie aangelegd hoeft te worden.
Condenswater en regenwateropslag
- Na 1 oktober 2010 moeten alle kassen, dus ook bestaande kassen, voorzien zijn van een systeem waarmee voorkomen wordt dat condenswater in oppervlaktewater of riool terecht komt (eerste-afstroomvoorziening). Dit was al geregeld in voorschrift 9 van bijlage 3, maar was tijdelijk niet van toepassing.
- Na 1 oktober 2010 moeten alle glastuinbouwbedrijven beschikken over een regenwateropslag van 500 m³/ha of een alternatieve bron van kwalitatief goed gietwater. Dit was al geregeld in voorschrift 14 van bijlage 3, maar was tijdelijk niet van toepassing.
Overige wijzigingen
- Artikel 17a is ingevoegd om gelijkwaardigheid te bewerkstelligen voor producten en diensten uit het buitenland. Dit artikel is ingevoegd n.a.v. de Europese dienstenrichtlijn (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- Substraatmatten is vervangen door substraatmateriaal (nieuw ten opzichte van het ontwerpbesluit).
- De voorschriften voor de opslag van gevaarlijke stoffen zijn aangepast, waardoor aangesloten wordt bij de ADR en PGS 15.
- De ruimte waarin nitraathoudende kunstmeststoffen zijn opgeslagen is bij afwezigheid van toezicht afgesloten met slot of vergelijkbare wijze.
Bij de volgende grote wijziging, waarbij het Besluit Glastuinbouw en onder andere het Besluit Landbouw worden samengevoegd tot Besluit Landbouwactiviteiten, worden de emissienormen opgenomen in het besluit. Naar verwachting treedt het Besluit Landbouwactiviteiten 1 januari
2011 in
werking.
Registratie van het verbruik van gewasbeschermingsmiddelen is geen onderdeel meer van het Besluit Glastuinbouw (nu onderdeel van de Wet Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden) en de verbruiksdoelstellingen voor gewasbeschermingsmiddelen (werkzame stof) zijn komen te vervallen.
De verbruiksdoelstellingen voor energie zijn komen te vervallen voor de glastuinbouwbedrijven die deelnemen aan het EU-ETS-systeem.
De mogelijkheid van een bedrijfsmilieuplan is komen te vervallen.
Nieuwe eisen aan de bovenafscherming van groeilicht
Indien de tweede kamer akkoord gaat met het wijzigingsvoorstel van het Besluit Glastuinbouw worden de nieuwe regels met ingang van 1 janauri 2009 van kracht.
1 Januari 2009
Glastuinbouw bedrijven waarin na 1 januari 2009 voor het eerst assimilatiebelichting wordt toegepast. Afscherming bovenzijde van ten minste 95%.
1 Januari 2010
Glastuinbouw bedrijven waar op 1 januari 2009 reeds assimilatiebelichting word toegepast, Afscherming bovenzijde van ten minste 95%.
Donkerperiode:
van 1 november tot 1 april van 18.00 tot 24.00 uur en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van 20.00 tot 02.00 uur. Assimilatiebelichting is in deze periode alleen toegestaan indien afscherming bovenzijde van ten minste 95%.
Voor - Nanacht;
van 1 november tot 1 april vanaf 24.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van 02.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang.
Assimilatiebelichting is in deze periode alleen toegestaan indien bovenzijde op zodanige wijze is afgeschermd dat de kierbreedte ten hoogste 25% van de oppervlakte van de lichtscherminstallatie bedraagt.
Uitzondering:
Assimilatiebelichting is toegestaan tot 1 januari 2010 indien er geen lichtscherminstallatie aanwezig is waarmee ten minste 95% van de lichtuitstraling kan worden gereduceerd.
Glastuinbouw bedrijven waar op 1 januari 2009 reeds assimilatiebelichting word toegepast met een 85% afscherming kunnen tot 1 januari 2013 vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang dit scherm blijven gebruiken ( reductie ten minste 85%)
Glastuinbouw bedrijven waar assimilatiebelichting wordt toegepast en waarbij het technisch redelijkerwijs niet kan worden gevergd de bovenzijde te voorzien van een lichtscherminstallatie.
Glastuinbouwbedrijven waarin vanaf het tijdstip van zonsondergang tot het tijdstip van zonsopgang assimilatiebelichting met een verlichtingssterkte van meer dan 15.000 lx/m2 wordt toegepast is niet toegestaan, tenzij afscherming bovenzijde van ten minste 98%.
In 2014 naar 98%
Glastuinbouw bedrijven waar op 1 januari 2014 assimilatiebelichting word toegepast, Afscherming bovenzijde van ten minste 98%.
Donkerperiode:
van 1 november tot 1 april van 18.00 tot 24.00 uur en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van 20.00 tot 02.00 uur. Assimilatiebelichting is in deze periode alleen toegestaan indien afscherming bovenzijde van ten minste 98%.
Voor - Nanacht;
van 1 november tot 1 april vanaf 24.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang en van 1 april tot 1 mei en van 1 september tot 1 november van 02.00 uur tot het tijdstip van zonsopgang.
Assimilatiebelichting is in deze periode alleen toegestaan indien bovenzijde op zodanige wijze is afgeschermd dat de kierbreedte ten hoogste 25% van de oppervlakte van de lichtscherminstallatie bedraagt.
Het Activiteitenbesluit
Heeft u op dit moment een milieuvergunning of Wvo-vergunning? Dan kan het zijn dat voor u de regels wijzigen. Het kan zijn dat uw inrichting nu (deels) valt onder het activiteitenbesluit.
De ministeries VROM en VenW breiden het aantal bedrijven uit dat onder de algemene milieuregels valt. Voor een groot aantal bedrijven vervalt hierdoor de milieuvergunning en voor 1300 bedrijven de Wvo-vergunning. Dit informatieblad beschrijft de veranderingen in het systeem van de algemene milieuregels, volgens het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit).
Welke voorschriften voor welke inrichting?
Hier kunt u een schematisch overzicht vinden welke voorschriften van het activiteitenbesluit gelden voor welk type inrichting.
Een veredelingsbedrijf met voorheen een milieuvergunning is bijvoorbeeld een type c inrichting. Hiervoor geldt nu het Besluit Glastuinbouw en een aantal paragrafen uit het Activiteitenbesluit.
Lozingen
Met het Activiteitenbesluit is de regelgeving voor lozingen vanuit inrichtingen (bedrijven) samengevoegd. Alle lozingen vanuit bedrijven in oppervlaktewater, bodem en rioolstelsels worden met dit besluit geregeld. Een informatieblad van VROM beschrijft de veranderingen in de regelgeving voor lozingen. Het gaat om de vervanging van vergunningen en ontheffingen door algemene lozingsregels en het samenbrengen van de regelgeving op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) en de Wet milieubeheer (Wm) in het Activiteitenbesluit.
Geluid
Dit informatieblad beschrijft de wijzigingen van de regelgeving voor geluid die de invoering van het Activiteitenbesluit met zich meebrengt.
Opslag stoffen
De voorschriften en bepalingen voor de opslag van stoffen staan verspreid in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling. Dit informatieblad geeft een overzicht van waar bepalingen over opslag van stoffen te vinden zijn en gaat in op een aantal nieuwe bepalingen. O.a. vaste kunstmest op kaliumnitraatbasis vallen onder gevaarlijke stoffen.
Maatwerkvoorschrift aanvragen voor 1 juli 2008!
1: een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt
2: een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden.
Indien u in uw milieuvergunning ruimere eisen heeft staan neem dan voor 1 juli 2008 contact op met uw milieuambtenaar om een maatwerkvoorschrift aan te vragen!
Besluit landbouw
Op termijn zal ook het besluit Landbouw geïntegreerd gaan worden in het activiteitenbesluit
Stikstofgebruiksnormen voor 2008 en 2009 definitief vastgesteld
De definitieve gebruiksnormen voor 2008 en 2009 zijn gepubliceerd in de Wijziging Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
De stikstofgebruiksnormen voor akker- en tuinbouwgewassen op zand-, löss- en veengrond zijn vastgesteld op het niveau van 2007. Voor enkele akkerbouwgewassen worden de normen vanaf 1 januari 2009 verlaagd. De stikstofgebruiksnormen op kleigrond waren voor 2008 en 2009 al vastgesteld op 100% van het bemestingsadvies. Om de sector de tijd te geven zich aan te passen, zijn de stikstofgebruiksnormen voor akker- en tuinbouwgewassen op kleigrond in 2008 op 105 % van het bemestingsadvies vastgesteld. In 2009 zullen de normen gelden op 100 % van het bemestingsadvies. De stikstofgebruiksnormen voor 2008 en 2009 kunt u hier downloaden.
Werkingscoëfficiënt verhoogd
Naast de aanscherping van de stikstofgebruiksnormen wordt de werkingscoëfficiënt van drijfmest op zand- en lössgrond voor de jaren 2008 en 2009 verhoogd van 60 naar 65%. Dit geldt overigens niet voor drijfmest dat op het eigen bedrijf is geproduceerd door graasdieren. De werkingscoëfficiënten kunt u hier downloaden.
Verder is besloten dat de vrijstelling voor fosfaat in schuimaarde ook voor 2008 en 2009 geldt. Dit betekent dat 50% van de gebruikte hoeveelheid fosfaat in schuimaarde niet meetelt.
Gewasbescherming en uitgangsmateriaal
De diversiteit aan gewassen is in de sector uitgangsmateriaal erg groot en daarmee impliciet ook het aantal ziekten, plagen en onkruiden die erin voor kunnen komen. De sector plantaardig uitgangsmateriaal onderscheid zich op diverse punten van de primaire sector. Plantum NL vindt dat dit een aparte aanpak in het overheids- en toelatingsbeleid op het gebied van gewasbescherming rechtvaardigt.
Het belang van gezond uitgangsmateriaal wordt impliciet door alle partijen onderkend. Immers: alle adviezen aan de teeltsector om verantwoord te kunnen produceren bevatten een strofe als "Begin met schoon uitgangsmateriaal". Om als sector uitgangsmateriaal hieraan te voldoen is het noodzakelijk dat er een voldoende effectief middelenpakket voor de sector plantaardig uitgangsmateriaal beschikbaar blijft. Deze beheersmethodes zijn nodig voor het behoud van de concurrentiepositie van Nederland, het kunnen innoveren door veredeling en om te kunnen voldoen aan de fytosanitaire eisen van importerende landen en eisen van de afnemers.
Bijzondere positie sector uitgangsmateriaal
De sector plantaardig uitgangsmateriaal kent een aantal kenmerken, die de problematiek met gewasbescherming op onderdelen anders maken dan die van de productieteelt:
- Volledige vrijwaarding van ziekten/plagen in uitgangsmateriaal tijdens het veredelingsproces en zaadproductie om het verslepen van stuifmeel en virusoverdracht door insecten te voorkomen.
- Vrij van ziekten/plagen bij export naar landen zoals Japan en de VS.
- Door het sterke internationaal karakter geeft import van plantmateriaal risico's op insleep van schadelijke organismen.
- Specifieke teeltomstandigheden, zoals de binnenteelt van aardappelen tijdens het kweekproces, vragen om andere toepassingen en technieken.
- Korte teeltduur bij de opkweek plantmateriaal, zoals chrysant of tomaat, of juist langdurige teelten bij het instandhouden moerplanten bij sierteeltgewassen en zaadteelten bijvoorbeeld van graszaad en groentegewassen.
- Groente-okweekbedrijven telen meerdere gewassen per jaar op het bedrijf.
- Toepassing van behandelingen op het zaad.
Zaadbehandeling
Het behandelen van zaad biedt de volgende voordelen ten op zichte van het toepassen van gewasbeschermingmiddelen tijdens de teelt:
- Behandeling van zaden vindt plaats in een gesloten en controleerbaar systeem, waardoor de toepasser beschermd wordt en de juiste dosering kan worden ingesteld.
- Door het aanbrengen van middel op het zaad, komt het middel terecht daar waar het dient te werken, namelijk bij of in de plant.
- Door de uniforme verdeling van middel bij het zaadcoatingsproces wordt een hoge effectiviteit bereikt.
- Door de duurwerking van werkzame stoffen zijn minder behandelingen nodig in het begin van de teelt. Hierdoor wordt de toepasser in de teelt minder bloot gesteld aan bestrijdingsmiddelen en wordt het milieu minder belast.
Het sterk internationale karakter van de sector uitgangsmateriaal en zeker de zaadsector, vraagt om een snelle harmonisatie van toelatingen van gewasbeschermingsmiddelen in de EU. Hierdoor ontstaat een gelijke uitgangssituatie in de diverse lidstaten en wordt het concurrentieverschil opgeheven. Het is in het belang van zaadbedrijven én telers/boeren dat de vrije handel in van behandeld zaad wordt verankerd in een EU richtlijn. Voor de import van behandeld zaad kent Nederland geen beperkingen. Sommige lidstaten leggen echter beperkingen op aan de import van behandeld zaad.
Convenant Verpakkingen III
In december 2002 is het Convenant Verpakkingen III door de sector mede ondertekend. Dit convenant is een vervolg op het Convenant II. De verpakkingsproducten en -gebruikers hebben afspraken gemaakt met de overheid over beperking van de hoeveelheid verpakkingsafval en het bevorderen van recycling van materiaal. Het convenant bevat streefcijfers voor het gebruik en verwerken van verpakkingsmateriaal. Zo wordt gestreefd naar het recyclen van 75 % van de papieren en kartonnen verpakkingen en 90 % van het glasafval. Het convenant geldt tot 2006.
Meer informatie over het convenant verpakkingen III vindt u op de site van het ministerie van VROM. De inhoud van het Convenant vindt u via (ook op de site van VROM): Convenant Verpakkingen
De regeling formulier verpakking werd op 21 juni 2007 gepubliseerd door het ministerie van VROM. De vaststelling van formulieren voor het doen van een mededeling en een verslag in verband met de uitvoering van het Besluit beheer verpakkingen en papier en karton kunt u hier downloaden.
Convenant Gewasbescherming
Sinds 1 juli 2004 neemt Plantum NL deel aan het Convenant Gewasbescherming. Plantum NL heeft het Convenant Gewasbescherming altijd al gezien als een positieve ontwikkeling en onderschrijft het belang van de gewenste reductie van de milieubelasting in de keten. De sector uitgangsmateriaal speelt hierin een belangrijke rol. Schoon uitgangsmateriaal is immers de basis voor een schone keten. Plantum NL ziet toetreding tot het Convenant dan ook als een logische stap.
Volgens Plantum NL dient het terugdringen van de ongewenste emissies in een ketengerichte benadering te worden aangepakt. Zo wordt er in de praktijk steeds vaker een extra keer gespoten bij de plantenkweker. Dit maakt een bespuiting op een veel groter areaal bij de teler overbodig. Het efficiënte gebruik van bestrijdingsmiddelen bij de plantenkweker betekent een milieuwinst voor de hele keten! Dit alles heeft Plantum NL verwoord in het sectorplan gewasbescherming uitgangsmateriaal.
Het sectorplan kunt u hier downloaden (pdf, 275 kB).
De voortgangsrapportage 2005/2006 kunt u hier downloaden
Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden
Op dinsdag 24 oktober is het ontwerp Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden door minister Veerman van LNV en de Staatssecretaris van VROM naar de tweedekamer gestuurd.
De volledige tekst van de brief vindt u hier
De Nota van Toelichting bij ontwerp Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden vindt u hier
Het Ontwerp Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden vindt u hier
Gezond en veilig werken door jongeren in de agrarische sector
In de Arbeidstijdenwet is vastgelegd dat kinderen (15 jaar en jonger) in principe niet mogen werken. Maar voor werkzaamheden van lichte aard wordt een uitzondering gemaakt. In de Nadere Regeling Kinderarbeid is vastgelegd wat onder deze werkzaamheden van lichte aard wordt verstaan.
Omdat 16 en 17 jarigen (jeugdigen) mogen werken, maar vanwege hun leeftijd en ervaring mogelijk nog wel extra risico’s lopen zijn in het arbeidsomstandighedenbesluit werkzaamheden vastgelegd die jeugdigen niet of alleen onder begeleiding mogen uitvoeren.
Per 1 april 2007 is de Nadere Regeling Kinderarbeid aangepast. Belangrijke wijzigingen zijn:
- 13 en 14 jarigen mogen op zaterdagen nu maximaal 7 uur ipv 6 uur werken.
- Kinderen mogen nu om 7.00 uur ipv 8.00 uur beginnen.
- Kinderen mogen nu (onder strikte voorwaarden) werken aan een lopende band.
- Als van een gewasbeschermingsmiddel bekend is dat de herbetredingstijd van een gewas minder is dan 14 dagen, mogen kinderen nu binnen 14 dagen werken in of met het behandelde gewas.
IDe flyer met de uitgebreide informatie over wat de regelgeving voor agrarische bedrijven betekent die met jongeren (willen) werken kunt u hier downloaden (100kb)
Links naar relevante websites
Buitenlandse databanken gewasbeschermingsmiddelen:
Europa:
Overige landen:
|