Nederland als koploper

Nederland is wereldwijd de grootste exporteur van plantaardig uitgangsmateriaal. Zo’n 24% van de totale wereld exportwaarde komt van Nederlandse bodem. Hoewel Nederland in vergelijking met andere Europese landen een kleine oppervlakte beschikbaar heeft voor de productie van plantaardig uitgangsmateriaal speelt Nederland ook binnen de Europese Unie een belangrijke rol in de internationale handel. Nederland heeft in de totale Europese export van plantaardig uitgangsmateriaal een aandeel van 47%. In 2004 bedroeg de exportwaarde van Nederlands uitgangsmateriaal ruim 1,6 miljard euro. Ten opzichte van 1988 is dit een verdubbeling. De groei is met name veroorzaakt door groentezaden en -planten en beworteld stek. Groeimarkten binnen Europa zijn Spanje, Italië, Turkije, Polen en Hongarije. Buiten Europa zijn dat de USA en China.

De sector is internationaal volop in beweging. Bedrijven komen elkaar steeds meer tegen op bestaande en nieuwe afzetmarkten. Strategische overnames zorgen voor verschuivingen in posities. Nederland is niet langer een vanzelfsprekende vestigingsplaats. Het kennisniveau bepaalt steeds vaker de concurrentiepositie. Nieuwe technieken zoals genetische modificatie bieden volop mogelijkheden, maar vragen ook zeer grote investeringen. Bovendien zijn ze het onderwerp van maatschappelijke discussies.

De Nederlandse bedrijven zijn niet alleen actief in het veredelen en vermeerderen van gewassen. Ook de kwaliteit van het plantmateriaal vraagt voortdurende aandacht. Afnemers stellen steeds hogere eisen aan kiemkracht, opkomst, verzaaibaarheid van zaad, gezondheid en uniformiteit van jonge planten. Met als resultaat dat er inmiddels tal van technieken en methoden zijn ontwikkeld om een betrouwbaar product af te leveren dat voldoet aan de normen van de klant.
Tot slot vormt markteting een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Weten wat de markt gaat vragen of waar een markt voor ontstaat in de toekomst, is natuurlijk de basis voor productontwikkeling