Onderzoeksprioriteiten Afdeling Voedingstuinbouw Zaden

Komkommergewassen (vastgesteld op 22 januari 2007)

  • Trips
  • Wittevlieg en katoenluis (insecten algemeen)
  • Komkommerbontvirus
  • Nematoden
  • Valse meeldauw
  • Pythium
  • Fusarium
  • Botrytis
  • Mycosphaerella
  • Vergelingsvirussen
  • Echte meeldauw
  • Abiotische stress (o.a. zouttolerantie)

Tomaat (vastgesteld op 18 oktober 2005)

  1. Pepino-mozaïekvirus;
  2. Botrytis cinerea en andere zwakteparasieten, zoals Pythium;
  3. wittevlieg-overdraagbare virussen: resistentie tegen zowel wittevlieg als de virussen;
  4. Verticillium albo-atrum;
  5. wortelknobbelaaltje;
  6. techniekontwikkeling, bijvoorbeeld antherencultuur.

Paprika (vastgesteld op 18 oktober 2005)

  1. inwendig vruchtrot (veroorzaakt door Fusarium spp.);
  2. toetsmethode voor Fusarium solani;
  3. resistentie tegen trips;
  4. wittevlieg-overdraagbare virussen: resistentie tegen zowel wittevlieg als de virussen;

Aubergine (vastgesteld op 18 oktober 2005)

  1. Verticillium;
  2. Mucor, inclusief de biologie van deze schimmels;
  3. wortelknobbelaaltjes.

Kool (vastegesteld op 23 april 2004)

NB: de nummering geeft hier geen rangorde in prioriteit aan.

  1. Insectenresistentie, met name koolvlieg (ook: trips, luizen, koolgalmug, rupsen). Specifieke doelen zijn het vinden van nieuwe resistentiebronnen en het vaststellen van een goede toestmethode.
  2. Xanthomonas campestris (betere resistentiebronnen en kennis van overerving)
  3. Witte roest (resistentiebronnen)
  4. Knolvoet (stabiele resistentiebronnen)
  5. Mycosphaerella (ontwikkelen van een toetsmethode; belangrijkste knelpunt is de productie van ascosporen)
  6. Bewaarbaarheid: fysiologische problemen zoals inwendig zwart en grijs (onderzoeken welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen en het ontwikkelen van een toetsmethode)
  7. Virussen: stoppelmozaiekvirus (turnip mosaic virus), bloemkoolmozaiekvirus (CMV)
  8. Pseudomonas en Erwinia (resistentiebronnen, ontwikkelen toetsmethode)
  9. Verticillium longisporum (resistentiebronnen)

Sla (vastgesteld op 2 november 2004)

  1. Bremia
  2. LBV
  3. TSWV
  4. Bladluizen, in het bijzonder Nasonovia ribisnigri
  5. Sclerotinia
  6. Fusarium
  7. Mineervliegen
  8. Pink ribs (fysiologische afwijking)
  9. CMV
  10. Nitraat

Spinazie (vastgesteld op 2 november 2004)

  1. Peronospora
  2. Verzamelen nieuwe geniteurs

Veldsla (vastgesteld op 2 november 2004)

  1. Valse meeldauw
  2. Genetische variatie
  3. Acidovorax

Prei (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Trips en Pseudomonas
  2. Phytophthora porri
  3. Uienvlieg

Ui (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Uienvlieg en Trips

Radijs (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Rhizoctonia
    Toelichting: hierbij wordt gedacht aan zowel een onderscheidende, goed werkende toets, als nieuwe geniteurs (bijvoorbeeld een genenbank-screening met het oog op nieuwe soort- en geslachtskruisingen).

Wortel (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Cavity spot
  2. Wortelvlieg
  3. Vrijlevende nematoden

Wortelrot is ook belangrijk, maar moeilijk op te lossen en derhalve niet opgenomen.

Selderij (vastgesteld op 9 mei 2003)

Geen prioriteiten voor gezamenlijk onderzoek.

Rode biet (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Zwart

Bol-, knol- en wortelgroenten algemeen (vastgesteld op 9 mei 2003)

  1. Insectenresistentie (algemeen werkend principe)