Persberichten Plantum NL

Hieronder vindt u de persberichten van Plantum NL per jaargang vanaf 2001.

De nieuwste persberichten

oude persberichten uit 2010

oude persberichten uit 2009

oude persberichten uit 2008

oude persberichten uit 2007

oude persberichten uit 2006

oude persberichten uit 2005

oude persberichten uit 2004

oude persberichten uit 2003

oude persberichten uit 2002


oude persberichten uit 2001

28-11-2001
Celwandverteerbaarheid mogelijk volgend jaar in de aanbevelende rassenlijst
9-11-2001
Verdwijnt de prei(teelt) uit Nederland?
25-10-2001
Kwekerrechttarieven in één keer met 43% verhoogd
16-10-2001
Vergoeding vereist eigen zaaizaad
11-10-2001
Verruiming schotnorm in rogge
10-9-2001
Minister op jaarvergadering Plantum NL
12-6-2001
Overheid laat kans liggen in Zicht op Gezonde Teelt
























CELWANDVERTEERBAARHEID MOGELIJK VOLGEND JAAR IN DE AANBEVELENDE RASSENLIJST
Gouda, 28 november
In de Aanbevelende Rassenlijst voor Landbouwgewassen worden al jarenlang gegevens vermeld over voederwaarde. In oudere rassenlijsten werd alleen de VEM weergegeven. Vanaf 1999 wordt ook het zetmeelgehalte bij verschillende drogestofgehaltes als beschrijvende eigenschap weergegeven. Zetmeelgehalte is een belangrijke maat voor de energiewaarde van de maïs. Een andere eigenschap, die naast zetmeelgehalte de voederwaarde van een ras karakteriseert, is de celwandverteerbaarheid. De kweekbedrijven van maïs, verenigd binnen Plantum NL, hebben enkele jaren geleden opdracht gegeven aan het PAV om ook celwandverteerbaarheid te bepalen van alle rassen die in het officiële rassenonderzoek zijn opgenomen. Zo nemen kweekbedrijven opnieuw het initiatief om nog meer waardevolle, onafhankelijke informatie te verzamelen voor de Nederlandse veehouders. Het celwandverteerbaarheidsonderzoek is nog niet volledig afgerond. Publicatie van deze cijfers op dit moment is nog prematuur. Binnen Plantum NL wordt volop verder gediscussieerd over de resultaten van het onderzoek. Wellicht zal worden besloten om in Rassenlijst 2003 wel tot publicatie over te gaan. In dat geval zal een verzoek worden gericht aan de Rassenlijstcommissie om de resultaten van het onafhankelijk uitgevoerde onderzoek te integreren in de Aanbevelende Rassenlijst voor Landbouwgewassen.

Verdwijnt prei uit Nederland?
Gouda, 9 november
Volgend jaar wordt het onmogelijk preiplanten in Nederland op te kweken tegen een internationaal marktconforme prijs. Dat is het gevolg van het beëindigen van de toelating van diverse belangrijke gewasbeschermingsmiddelen in ons land. Bij de brancheorganisatie Plantum NL, waarin de producenten van plantaardig uitgangsmateriaal zijn verenigd, bestaat de vrees dat na de prei, binnen afzienbare tijd ook de opkweek van andere gewassen gevaar zal lopen. Daarom trekt Plantum NL aan de vooravond van een debat in de Tweede Kamer over het nieuwe gewasbeschermingsbeleid in Nederland heel nadrukkelijk aan de bel!

Wat is het geval?
Het huidige Nederlandse toelatingsbeleid heeft tot gevolg dat in ons land gewasbeschermingsmiddelen niet meer zijn toegelaten, terwijl diezelfde middelen in andere Europese lidstaten nog jarenlang mogen worden gebruikt. Bovendien stelt Nederland ook veel strengere eisen aan de toelating van nieuwe, innovatieve stoffen, terwijl in andere Europese landen in veel gevallen een voorlopige toelating wordt verleend. Het is zelfs zo dat een uitbreiding van bestaande toelatingen onmogelijk wordt gemaakt, doordat de al lang geleden afgesproken wetswijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet nog steeds niet in behandeling is genomen. Dat betekent dat het in Nederland nagenoeg onmogelijk wordt om plantaardig uitgangsmateriaal, zoals prei, tegen een concurrerende prijs op de Europese markt te brengen.

Door dit beleid zet de overheid bovendien de toekomst van de bedrijven in de sector plantaardig uitgangsmateriaal - goed voor een omzet van circa drie miljard gulden- op het spel. Het toelatingsbeleid ver loopt ver uit de pas met de ons omringende Europese landen! Een gevaarlijke ontwikkeling, die op termijn ten koste kan gaan van de werkgelegenheid van duizenden werknemers in deze sector. De productie van hoogwaardig Nederlands uitgangsmateriaal wordt immers ernstig bemoeilijkt door de ongelijke concurrentieverhoudingen op de Europese markt.

Wat is er aan te doen?
In de onlangs verschenen regeringsnota 'Zicht op gezonde teelt' wordt het belang van gezond uitgangsmateriaal door de Nederlandse overheid onderkend. Er staat letterlijk in dat "maatwerk in het toelatingsbeleid nodig is om in deze sector de gewenste gewasbeschermingspraktijk te realiseren'. Plantum NL vraagt de overheid met klem het toelatingsbeleid zo bij te stellen dat aan deze opvatting uit de eigen regeringsnota recht wordt gedaan. Alleen een dergelijk adequaat toelatingsbeleid stelt de Nederlandse bedrijven in deze sector immers in staat hun belangrijke positie op deze internationaal sterk concurrerende markt te behouden en verder uit te bouwen.

Kwekersrechttarieven in één keer met 43% verhoogd
Gouda, 25 oktober

Plantum NL staat afwijzend tegenover het besluit om de tarieven van de Raad voor het Kwekersrecht met 43% ineens te verhogen.

Op 12 oktober 2001 is het officiële besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij genomen, op basis waarvan de tarieven van de Raad voor het Kwekersrecht met 43% zullen stijgen. Dit op 16 oktober jl. gepubliceerde besluit zal al in werking treden vanaf 1 november 2001.

De tariefsverhoging stuit op hevige bezwaren van het veredelingsbedrijfsleven. In zijn algemeenheid deelt Plantum NL het standpunt van de overheid dat de tarieven van de Raad voor het Kwekersrecht kostendekkend moeten zijn. Met een verhoging van 43% in één keer is het veredelingsbedrijfsleven het echter niet eens. Een dergelijke tariefsverhoging ontbeert des te meer draagvlak, omdat er tot op heden door de overheid in het geheel geen inzicht is gegeven in de kostenstructuur van het kwekersrechtonderzoek. De veredelingsbedrijven hebben dan ook geen mogelijkheid te beoordelen of de kosten van het onderzoek al of niet reëel zijn, of dat het onderzoek wellicht efficiënter kan worden uitgevoerd. Nadat Plantum NL hiertoe meerdere malen een verzoek heeft gedaan, heeft de overheid onlangs wel toegezegd alsnog inzicht in de kostenstructuur te zullen geven.

Daarnaast wordt op dit moment uit de tarieven van de Raad ook het methodiekenonderzoek gefinancierd. Plantum NL is van mening, dat dit niet terecht is. De tarieven van de Raad zouden enkel moeten dienen voor het feitelijke kwekersrechtonderzoek en de administratieve kosten en cijnzen, die hier rechtstreeks mee in verband staan.

Meer informatie over kwekersrecht is te vinden op de website van de Raad voor het Kwekersrecht: www.kwekersrecht.nl.

Vergoeding vereist eigen zaaizaad
Gouda, 16 oktober
Sinds 30 juni 2001 geldt voor alle graanrassen dat een vergoeding moet worden afgedragen aan de kwekersrechthouder als gebruik wordt gemaakt van eigen zaaizaad. De tijd voor het zaaien van wintertarwe is weer aangebroken. Een deel van de telers in Nederland maakt hiervoor nog altijd gebruik van zaaizaad uit eigen teelt. Dit is toegestaan op basis van de Europese Verordening 2100/94/EG, maar daarin is tevens bepaald dat de kweker hiervoor recht heeft op een vergoeding, de zgn. kwekersvergoeding. Er gold een overgangsperiode voor Europees beschermde rassen, waarvan de telers konden aantonen dat zij er reeds voor 1 september 1994 gebruik van maakten. Deze overgangsregeling is sinds 30 juni jl. afgelopen en vanaf die datum dient voor alle graanrassen (dus ook voor bijvoorbeeld Ritmo en Vivant) kwekersvergoeding te worden afgedragen.

Bij de aankoop van gecertificeerd zaaizaad is kwekersvergoeding bij de prijs inbegrepen. Deze vergoedingen zijn nodig om veredelingsprogramma's te bekostigen. Zonder de inspanningen van kwekers zouden er niet steeds productievere rassen ontwikkeld kunnen worden. Dankzij de veredeling heeft de Nederlandse landbouw bijvoorbeeld een sterke opbrengsttoename in wintertarwe gekend in de laatste 25 jaar.

De hoogte van de vergoeding voor het gebruik van eigen zaaizaad bedraagt 65% van de kwekersvergoeding die is vastgesteld voor gecertificeerd zaaizaad. Dit betekent dat, afhankelijk van het ras, tussen de 8 en 13 cent per kg eigen zaaizaad in rekening wordt gebracht. Alleen de kleine landbouwbedrijven* zijn vrijgesteld van betaling van de kwekersvergoeding. De kweekbedrijven, verenigd in Plantum NL, zijn met het Productschap GZP overeengekomen dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de inningsprocedure. Aan het eind van het jaar zullen alle graantelers weer verzocht worden om opgave te doen over het gebruik van eigen zaaizaad in 2001.

* bedrijven met een oppervlakte akker- en tuinbouwgewassen gelijk aan of minder dan 12,96 ha of 18,40 ha (geldend voor respectievelijk productieregio 1 en 2 van de MacSharry-steunregeling)

Verruiming schotnorm in rogge
Gouda, 11 oktober

Op verzoek van Plantum NL heeft de Vaste Commissie voor Zaaizaden van de NAK op 3 oktober j.l. besloten om de norm voor lang schot in rogge voor dit jaar te verruimen van 25 naar 100 zaden per 500 g. Plantum NL heeft dit voorgesteld, om zeker te stellen dat er voldoende zaaizaad voor rogge beschikbaar zal zijn voor het volgende seizoen.

Minister op jaarvergadering Plantum NL
Gouda, 10 september 2001

Minister mr. L.J Brinkhorst van Landbouw Natuurbeheer en Visserij sprak 6 september jl. op de 1e jaarvergadering van Plantum NL. Hij prees de sector uitgangsmateriaal als een innovatieve sector met uitstekende toekomstperspectieven. Brinkhorst riep de sector op haar steentje bij te dragen aan de noodzakelijke omslag naar een agrosector die maatschappelijk verantwoord produceert. Daarbij benadrukte de minister dat belangenbehartiging in toenemende mate het aangaan van de dialoog met de burger en de maatschappij betekent. Hier ligt een belangrijke taak voor de nieuwe organisatie Plantum NL. De minister was positief over het ontstaan van Plantum NL. Als belangrijk voordeel van het ontstaan van Plantum NL uit vier organisaties noemde hij het spreken met een mond.

De bewindsman liet weten dat de herziening van de Zaaizaad- en Plantgoedwet nu met voortvarendheid ter hand zal worden genomen. De kern van de herziening zal zijn een scheiding van kwekersrechtverlening en toelating van rassen, vermindering van de administratieve lastendruk en regelgeving en meer verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven. Ook zal de overheid zorgdragen voor een goed functionerend systeem van kwekersrechten in Nederland en voor zover mogelijk daarbuiten.

De voorzitter van Plantum NL de heer ir. J.J.J. Langeslag stelde in zijn reactie de verhoging van de tarieven voor het kwekersrecht aan de orde. Hij vroeg zich af of de aanzienlijke verhoging geen bedreiging vormde voor het goed functioneren van het kwekersrechtsysteem. Langeslag besteedde ook aandacht aan de internationale concurrentie verhoudingen. In een open Europese markt is geharmoniseerde wetgeving op het gebied van arbeid en gewasbeschermingsmiddelen essentieel. De huidige malaise in het Nederlandse toelatingsbeleid baart de sector uitgangsmateriaal daarom grote zorgen.

Na de inleidingen toverde de minister een knoop uit een hoge hoed door op een trommel te roffelen. Deze knoop symboliseert de krachtenbundeling van Ciopora Nederland, NVP,NVZP en de leden uitgangsmateriaal van de VGB, tot de nieuwe overlegpartner voor plantaardig uitgangsmateriaal, Plantum NL.


Overheid laat kans liggen in Zicht op gezonde teelt
Gouda, 12 juli 2001

In "Zicht op gezonde teelt" erkent de regering het specifieke belang van maatwerk in het toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen voor de sector plantaardig uitgangsmateriaal. Gezond en schoon uitgangsmateriaal is voor tuinders immers de basis van een geslaagde teelt met een minimale inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen.

Deze specifieke positie van de sector plantaardig uitgangsmateriaal wordt echter niet vertaald in specifiek toelatingsbeleid voor zaaizaadbehandeling, zaadproductie of de opkweek/vermeerdering van jong plantmateriaal. Dit is een gemiste kans, aldus de branche-vereniging voor plantaardig uitgangsmateriaal, Plantum NL. Juist extra mogelijkheden in deze sector, geborgd door certificering, kunnen bijdragen aan het behalen van de hoofddoelstellingen van het nieuwe gewasbeschermingsbeleid. Deze perspectieven zijn reeds vorig jaar gepresenteerd aan staatssecretaris Faber in onze nota Toelatingsbeleid Uitgangsmateriaal.

Tot haar spijt stelt Plantum NL opnieuw vast dat het toelatingsbeleid in Nederland nog ver uit de pas loopt met andere lidstaten. Dit betekent een extra belemmering om potentiële mogelijkheden ook werkelijk in de praktijk te kunnen gebruiken. Bovendien bemoeilijkt deze situatie de export van hoogwaardig Nederlands uitgangsmateriaal voor de internationaal opererende ondernemingen.

Producenten van zaaizaad en plantmateriaal zullen zich blijven inzetten om gezond uitgangsmateriaal te leveren dat geschikt is voor geïntegreerde teelten. Tegelijkertijd zal Plantum NL blijven strijden voor een verbeterd toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen voor plantaardig uitgangsmateriaal.