Verdwijnt prei uit Nederland?
Gouda, 9 november
Volgend jaar wordt het onmogelijk preiplanten in Nederland op
te kweken tegen een internationaal marktconforme prijs. Dat is
het gevolg van het beëindigen van de toelating van diverse belangrijke
gewasbeschermingsmiddelen in ons land. Bij de brancheorganisatie
Plantum NL, waarin de producenten van plantaardig uitgangsmateriaal
zijn verenigd, bestaat de vrees dat na de prei, binnen afzienbare
tijd ook de opkweek van andere gewassen gevaar zal lopen. Daarom
trekt Plantum NL aan de vooravond van een debat in de Tweede Kamer
over het nieuwe gewasbeschermingsbeleid in Nederland heel nadrukkelijk
aan de bel!
Wat is
het geval?
Het huidige Nederlandse toelatingsbeleid heeft tot gevolg dat
in ons land gewasbeschermingsmiddelen niet meer zijn toegelaten,
terwijl diezelfde middelen in andere Europese lidstaten nog jarenlang
mogen worden gebruikt. Bovendien stelt Nederland ook veel strengere
eisen aan de toelating van nieuwe, innovatieve stoffen, terwijl
in andere Europese landen in veel gevallen een voorlopige toelating
wordt verleend. Het is zelfs zo dat een uitbreiding van bestaande
toelatingen onmogelijk wordt gemaakt, doordat de al lang geleden
afgesproken wetswijziging van de Bestrijdingsmiddelenwet nog steeds
niet in behandeling is genomen. Dat betekent dat het in Nederland
nagenoeg onmogelijk wordt om plantaardig uitgangsmateriaal, zoals
prei, tegen een concurrerende prijs op de Europese markt te brengen.
Door dit
beleid zet de overheid bovendien de toekomst van de bedrijven
in de sector plantaardig uitgangsmateriaal - goed voor een omzet
van circa drie miljard gulden- op het spel. Het toelatingsbeleid
ver loopt ver uit de pas met de ons omringende Europese landen!
Een gevaarlijke ontwikkeling, die op termijn ten koste kan gaan
van de werkgelegenheid van duizenden werknemers in deze sector.
De productie van hoogwaardig Nederlands uitgangsmateriaal wordt
immers ernstig bemoeilijkt door de ongelijke concurrentieverhoudingen
op de Europese markt.
Wat is
er aan te doen?
In
de onlangs verschenen regeringsnota 'Zicht op gezonde teelt' wordt
het belang van gezond uitgangsmateriaal door de Nederlandse overheid
onderkend. Er staat letterlijk in dat "maatwerk in het toelatingsbeleid
nodig is om in deze sector de gewenste gewasbeschermingspraktijk
te realiseren'. Plantum NL vraagt de overheid met klem het toelatingsbeleid
zo bij te stellen dat aan deze opvatting uit de eigen regeringsnota
recht wordt gedaan. Alleen een dergelijk adequaat toelatingsbeleid
stelt de Nederlandse bedrijven in deze sector immers in staat
hun belangrijke positie op deze internationaal sterk concurrerende
markt te behouden en verder uit te bouwen.
Kwekersrechttarieven in één keer met 43% verhoogd
Gouda, 25 oktober
Plantum
NL staat afwijzend tegenover het besluit om de tarieven van de
Raad voor het Kwekersrecht met 43% ineens te verhogen.
Op 12 oktober
2001 is het officiële besluit van de Staatssecretaris van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij genomen, op basis waarvan de tarieven
van de Raad voor het Kwekersrecht met 43% zullen stijgen. Dit
op 16 oktober jl. gepubliceerde besluit zal al in werking treden
vanaf 1 november 2001.
De tariefsverhoging
stuit op hevige bezwaren van het veredelingsbedrijfsleven. In
zijn algemeenheid deelt Plantum NL het standpunt van de overheid
dat de tarieven van de Raad voor het Kwekersrecht kostendekkend
moeten zijn. Met een verhoging van 43% in één keer is het veredelingsbedrijfsleven
het echter niet eens. Een dergelijke tariefsverhoging ontbeert
des te meer draagvlak, omdat er tot op heden door de overheid
in het geheel geen inzicht is gegeven in de kostenstructuur van
het kwekersrechtonderzoek. De veredelingsbedrijven hebben dan
ook geen mogelijkheid te beoordelen of de kosten van het onderzoek
al of niet reëel zijn, of dat het onderzoek wellicht efficiënter
kan worden uitgevoerd. Nadat Plantum NL hiertoe meerdere malen
een verzoek heeft gedaan, heeft de overheid onlangs wel toegezegd
alsnog inzicht in de kostenstructuur te zullen geven.
Daarnaast
wordt op dit moment uit de tarieven van de Raad ook het methodiekenonderzoek
gefinancierd. Plantum NL is van mening, dat dit niet terecht is.
De tarieven van de Raad zouden enkel moeten dienen voor het feitelijke
kwekersrechtonderzoek en de administratieve kosten en cijnzen,
die hier rechtstreeks mee in verband staan.
Meer informatie
over kwekersrecht is te vinden op de website van de Raad voor
het Kwekersrecht: www.kwekersrecht.nl.
Vergoeding vereist eigen zaaizaad
Gouda,
16 oktober
Sinds 30 juni 2001 geldt voor alle graanrassen dat een
vergoeding moet worden afgedragen aan de kwekersrechthouder als
gebruik wordt gemaakt van eigen zaaizaad. De tijd voor het zaaien
van wintertarwe is weer aangebroken. Een deel van de telers in
Nederland maakt hiervoor nog altijd gebruik van zaaizaad uit eigen
teelt. Dit is toegestaan op basis van de Europese Verordening
2100/94/EG, maar daarin is tevens bepaald dat de kweker hiervoor
recht heeft op een vergoeding, de zgn. kwekersvergoeding. Er gold
een overgangsperiode voor Europees beschermde rassen, waarvan
de telers konden aantonen dat zij er reeds voor 1 september 1994
gebruik van maakten. Deze overgangsregeling is sinds 30 juni jl.
afgelopen en vanaf die datum dient voor alle graanrassen (dus
ook voor bijvoorbeeld Ritmo en Vivant) kwekersvergoeding te worden
afgedragen.
Bij de aankoop
van gecertificeerd zaaizaad is kwekersvergoeding bij de prijs
inbegrepen. Deze vergoedingen zijn nodig om veredelingsprogramma's
te bekostigen. Zonder de inspanningen van kwekers zouden er niet
steeds productievere rassen ontwikkeld kunnen worden. Dankzij
de veredeling heeft de Nederlandse landbouw bijvoorbeeld een sterke
opbrengsttoename in wintertarwe gekend in de laatste 25 jaar.
De hoogte
van de vergoeding voor het gebruik van eigen zaaizaad bedraagt
65% van de kwekersvergoeding die is vastgesteld voor gecertificeerd
zaaizaad. Dit betekent dat, afhankelijk van het ras, tussen de
8 en 13 cent per kg eigen zaaizaad in rekening wordt gebracht.
Alleen de kleine landbouwbedrijven* zijn vrijgesteld van betaling
van de kwekersvergoeding. De kweekbedrijven, verenigd in Plantum
NL, zijn met het Productschap GZP overeengekomen dat deze zorg
draagt voor de uitvoering van de inningsprocedure. Aan het eind
van het jaar zullen alle graantelers weer verzocht worden om opgave
te doen over het gebruik van eigen zaaizaad in 2001.
* bedrijven
met een oppervlakte akker- en tuinbouwgewassen gelijk aan of minder
dan 12,96 ha of 18,40 ha (geldend voor respectievelijk productieregio
1 en 2 van de MacSharry-steunregeling)
Verruiming schotnorm in rogge
Gouda,
11 oktober
Op verzoek van Plantum NL heeft de Vaste Commissie voor Zaaizaden
van de NAK op 3 oktober j.l. besloten om de norm voor lang schot
in rogge voor dit jaar te verruimen van 25 naar 100 zaden per
500 g. Plantum NL heeft dit voorgesteld, om zeker te stellen dat
er voldoende zaaizaad voor rogge beschikbaar zal zijn voor het
volgende seizoen.
Minister op jaarvergadering Plantum NL
Gouda, 10 september 2001
Minister mr. L.J Brinkhorst van Landbouw Natuurbeheer en Visserij
sprak 6 september jl. op de 1e jaarvergadering van Plantum NL.
Hij prees de sector uitgangsmateriaal als een innovatieve sector
met uitstekende toekomstperspectieven. Brinkhorst riep de sector
op haar steentje bij te dragen aan de noodzakelijke omslag naar
een agrosector die maatschappelijk verantwoord produceert. Daarbij
benadrukte de minister dat belangenbehartiging in toenemende mate
het aangaan van de dialoog met de burger en de maatschappij betekent.
Hier ligt een belangrijke taak voor de nieuwe organisatie Plantum
NL. De minister was positief over het ontstaan van Plantum NL.
Als belangrijk voordeel van het ontstaan van Plantum NL uit vier
organisaties noemde hij het spreken met een mond.
De bewindsman liet weten dat de herziening van de Zaaizaad- en
Plantgoedwet nu met voortvarendheid ter hand zal worden genomen.
De kern van de herziening zal zijn een scheiding van kwekersrechtverlening
en toelating van rassen, vermindering van de administratieve lastendruk
en regelgeving en meer verantwoordelijkheid voor het bedrijfsleven.
Ook zal de overheid zorgdragen voor een goed functionerend systeem
van kwekersrechten in Nederland en voor zover mogelijk daarbuiten.
De voorzitter
van Plantum NL de heer ir. J.J.J. Langeslag stelde in zijn reactie
de verhoging van de tarieven voor het kwekersrecht aan de orde.
Hij vroeg zich af of de aanzienlijke verhoging geen bedreiging
vormde voor het goed functioneren van het kwekersrechtsysteem.
Langeslag besteedde ook aandacht aan de internationale concurrentie
verhoudingen. In een open Europese markt is geharmoniseerde wetgeving
op het gebied van arbeid en gewasbeschermingsmiddelen essentieel.
De huidige malaise in het Nederlandse toelatingsbeleid baart de
sector uitgangsmateriaal daarom grote zorgen.
Na de inleidingen
toverde de minister een knoop uit een hoge hoed door op een trommel
te roffelen. Deze knoop symboliseert de krachtenbundeling van
Ciopora Nederland, NVP,NVZP en de leden uitgangsmateriaal van
de VGB, tot de nieuwe overlegpartner voor plantaardig uitgangsmateriaal,
Plantum NL.
Overheid laat kans liggen in Zicht op gezonde teelt
Gouda,
12 juli 2001
In "Zicht op gezonde teelt" erkent de regering het specifieke
belang van maatwerk in het toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen
voor de sector plantaardig uitgangsmateriaal. Gezond en schoon
uitgangsmateriaal is voor tuinders immers de basis van een geslaagde
teelt met een minimale inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
Deze specifieke
positie van de sector plantaardig uitgangsmateriaal wordt echter
niet vertaald in specifiek toelatingsbeleid voor zaaizaadbehandeling,
zaadproductie of de opkweek/vermeerdering van jong plantmateriaal.
Dit is een gemiste kans, aldus de branche-vereniging voor plantaardig
uitgangsmateriaal, Plantum NL. Juist extra mogelijkheden in deze
sector, geborgd door certificering, kunnen bijdragen aan het behalen
van de hoofddoelstellingen van het nieuwe gewasbeschermingsbeleid.
Deze perspectieven zijn reeds vorig jaar gepresenteerd aan staatssecretaris
Faber in onze nota Toelatingsbeleid Uitgangsmateriaal.
Tot haar
spijt stelt Plantum NL opnieuw vast dat het toelatingsbeleid in
Nederland nog ver uit de pas loopt met andere lidstaten. Dit betekent
een extra belemmering om potentiële mogelijkheden ook werkelijk
in de praktijk te kunnen gebruiken. Bovendien bemoeilijkt deze
situatie de export van hoogwaardig Nederlands uitgangsmateriaal
voor de internationaal opererende ondernemingen.
Producenten
van zaaizaad en plantmateriaal zullen zich blijven inzetten om
gezond uitgangsmateriaal te leveren dat geschikt is voor geïntegreerde
teelten. Tegelijkertijd zal Plantum NL blijven strijden voor een
verbeterd toelatingsbeleid van gewasbeschermingsmiddelen voor
plantaardig uitgangsmateriaal.