Plantenveredelaars teleurgesteld in opstelling politiek
Gouda,
9 december 2002, Politiek laat kansen liggen door 'klassieke'
veredeling toch uit te sluiten van WBSO
De eerder
aangekondigde uitsluiting van 'bepaalde veredelingsactiviteiten'
uit de WBSO is, ondanks de lobby die Plantum NL gevoerd heeft
om dit te voorkomen, onlangs goedgekeurd door de Tweede Kamer.
De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) stimuleert
bedrijven via fiscale maatregelen om zelf innovatief onderzoek
uit te voeren. Deze wet wordt uitgevoerd door Senter, een agentschap
van het Ministerie van Economische Zaken (EZ).
Inspanningen
voor behoud WBSO tevergeefs
Het
Ministerie van Economische Zaken had in haar begroting aangegeven
te willen bezuinigen op de WBSO door 'bepaalde veredelingsactiviteiten'
uit te sluiten van subsidiëring. Plantum NL heeft daarop in een
brief de vaste kamercommissie voor Economische Zaken opgeroepen
om deze bezuiniging niet goed te keuren. Tevens heeft de brancheorganisatie
de kwestie aangekaart in persoonlijke contacten met parlementariërs,
overheidsfunctionarissen en bij belangenorganisaties. De inspanningen
van Plantum NL, alsook van organisaties zoals Productschap Tuinbouw
en individuele veredelingsbedrijven, hebben desondanks niet mogen
baten: de Tweede Kamer heeft uiteindelijk ingestemd met de voorgestelde
bezuiniging.
'Klassieke'
veredeling niet voldoende innovatief?
Tijdens
het plenaire kamerdebat over de begroting van EZ heeft alleen
D66 nog kritische vragen gesteld over de uitsluiting van veredelingsonderzoek
van de WBSO. Op de vraag van D66 naar de reden van dit beleidsvoornemen
antwoordde de minister dat de uitsluiting alleen 'klassieke' veredeling
zou betreffen. Dit type veredelingswerk zou namelijk routinematig
gebeuren en niet voldoende innovatief zijn. D66 heeft de minister
vervolgens gewezen op het innovatieve karakter van de sector en
het belang van onder andere resistentieveredeling. Bij gebrek
aan steun van andere partijen is er echter geen motie ingediend.
Het is niet duidelijk wat de minister met 'klassieke' veredeling
bedoelt. Plantenveredeling is een moderne en zeer innovatieve
bedrijfstak waarin 'klassieke' veredeling en moderne technieken
onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Desondanks denkt de minister
6,24 miljoen euro te besparen door 'klassieke' veredeling uit
te sluiten van de WBSO. Naar schatting maakten veredelingsbedrijven
tot nu toe voor 10 miljoen euro aanspraak op de WBSO. Met de bezuiniging
op de WBSO wordt de veredelingssector, en daarmee de hele agrarische
productieketen, dus een forse slag toegebracht.
Politiek
laat kansen liggen
Plantum
NL is teleurgesteld over het gebrek aan politieke steun voor deze
vooruitstrevende sector.De politiek laat zo kansen liggen om de
veredeling van gewassen voor duurzame teelten een extra impuls
te geven.
Veredelingsbedrijven
geschokt door verdwijnen subsidie
Gouda, 23 oktober 2002
Veredelingsonderzoek
dreigt uitgesloten te worden van de WBSO-regeling van Senter Veredelingsonderzoek
bij met name kleine en middelgrote bedrijven komt in Nederland
steeds meer onder druk te staan. Dat is althans het geval als
Senter het voorstel om veredelingsonderzoek uit te sluiten van
de WBSO-regeling in praktijk gaat toepassen.
De WBSO (Wet
Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) stimuleert bedrijven
via fiscale maatregelen om zelf innovatief onderzoek uit te voeren.
Deze wet wordt uitgevoerd door Senter, een agentschap van het
ministerie van Economische Zaken. Het ministerie van Economische
Zaken heeft in haar begroting aangegeven te willen bezuinigen
op de WBSO. Deze begroting is overigens nog niet vastgesteld door
het parlement. Het ministerie heeft vorige week aan de vaste kamercommissie
van Economische Zaken laten weten de bezuinigingen onder andere
te willen realiseren door veredelingsactiviteiten uit te sluiten
van subsidiëring.
Innovatief
onderzoek in de knel door bezuinigingen
Nederlandse
veredelingsbedrijven hechten bijzonder veel belang aan de WBSO
om innovatiegericht onderzoek te kunnen uitvoeren. De WBSO is
namelijk één van de weinige subsidieregelingen van Senter die
agrarische bedrijven niet expliciet uitsluiten. Het bedrijfsgebonden
veredelingsonderzoek dreigt nu tussen wal en schip terecht te
komen. Vanwege het hoogtechnologische gehalte van de bedrijfstak
en vanwege de nadruk op technologieontwikkeling komt veel veredelingsonderzoek
namelijk evenmin in aanmerking voor subsidiëring vanuit het ministerie
van LNV.
In 2001 waren
alle circa 125 veredelingsbedrijven in Nederland op de hoogte
van de WBSO. Gemiddeld werd bijna 70% van hun subsidieaanvragen
door WBSO gehonoreerd, met een totale waarde van circa 10 miljoen
euro per jaar. Het belang van de WBSO voor veredelingsbedrijven
is dus groot. Niettemin maken veredelingsbedrijven slechts een
geringe aanspraak op het totale WBSO-budget (367 miljoen euro
in 2003).
Behoud
van stimulans duurzame teeltmethoden
Plantum
NL, de brancheorganisatie voor de sector plantaardig uitgangsmateriaal,
en KAVB, de brancheorganisatie voor de bloembollensector, zijn
bezorgd over de plannen van de inmiddels demissionaire regering.
Veredeling is namelijk een zeer belangrijk instrument voor de
ontwikkeling van duurzame teeltmethoden. Plantum NL en KAVB doen
een dringend beroep op de overheid om terug te komen op het besluit
om veredelingsonderzoek uit te sluiten van de WBSO.
Nieuwe algemene voorwaarden Plantum NL
Gouda,
15 november 2002
Recentelijk heeft Plantum NL nieuwe algemene voorwaarden opgesteld
voor de verkoop en levering van planten en teeltmateriaal voor
sierteeltproducten en plantmateriaal voor voedingstuinbouwproducten,
alsmede tuinbouwmaterialen. De nieuwe voorwaarden vervangen de
algemene voorwaarden van de NVP en VGB Uitgangsmateriaal. Leden
van de genoemde verenigingen zijn thans lid van Plantum NL. De
krachtenbundeling komt nu ook tot uiting in een breed toepasbare
set van vernieuwde voorwaarden.
Breed
toepasbaar
De
algemene voorwaarden bevatten algemene verkoop- en leveringscondities.
Leden van Plantum NL die actief zijn in sierteeltvermeerdering
of voedingstuinbouw opkweek kunnen deze hanteren bij levering
van plantmateriaal aan hun afnemers. Vanzelfsprekend behouden
de bedrijven de mogelijkheid om geheel of gedeeltelijk afwijkende
voorwaarden met afnemers overeen te komen.
Ook tuinbouwmaterialen
Bedrijven
hebben goede ervaringen met het gebruik van de collectieve tuinbouwvoorwaarden.
Plantum NL heeft er daarom naar gestreefd de nieuwe voorwaarden
zo veel mogelijk bij de 'oude' voorwaarden te laten aansluiten.
De nieuwe voorwaarden zijn in lijn met de actuele wetgeving en
de ontwikkelingen in de sector. Nieuw bij de algemene voorwaarden
is dat zij nu ook gebruikt kunnen worden bij de levering van meststoffen
en andere tuinbouwmaterialen. Plantum NL voorziet hiermee in een
behoefte van haar leden. Een eenduidige, duidelijke en juridisch
onderbouwde set van leveringsvoorwaarden is het resultaat. De
voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Rotterdam,
kantoor Gouda.
De leveringsvoorwaarden zullen vertaald worden in het Engels,
Duits, Spaans en Frans.
Graszaadsector verheugd over toelating onkruidbestrijdingsmiddel
Gouda, 15 oktober 2002
Plantum NL
en het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA), het Productschap Granen,
Zaden en Peulvruchten (GZP) melden dat de Nederlandse graszaadtelers
en graszaadbedrijven erg ingenomen zijn met het besluit van het
CTB om het herbicide Puma S EW toe te laten voor de toepassing
in winter- en zomertarwe en de zaadteelt van Engels raaigras.
De reactie van de heer J. Horden, voorzitter van de Werkgroep
Graszaden bij GZP, onderstreept het belang van het toegelaten
middel. "Hier zat de graszaadsector echt op te wachten! Door de
toepassing van Puma zijn graszaadtelers in staat de zaadkwaliteit
van Engels raaigras te verbeteren."
Overleg
met toelatingshouder beloond
De verleende toelating geeft aan dat de energie die de organisaties
in het toelatingbeleid stoppen, zijn vruchten afwerpt. Deze zomer
hebben Plantum NL, GZP en HPA gezamenlijk een projectmedewerker
aangesteld die zich bezighoudt met het behoud van een effectief
middelenpakket voor de akkerbouw en de sector uitgangsmateriaal.
Mede door die inzet is de toelating van Puma versneld tot stand
gekomen.
Positieve
ontwikkelingen
De organisaties verwachten dat er in de nabije toekomst meerdere
successen aan het toelatingenfront geboekt zullen worden. Er is
voortdurend overleg met de toelatingshouders en voor enkele middelen
zijn er op dit moment uitbreidingen van de toepassing in voorbereiding.
Met hun inspanningen hopen de organisaties veel knelpunten in
de kleine teelten op te lossen. Een oplossing voor de knelpunten
in het toelatingenbeleid is overigens ook het belangrijkste punt
van de agrarische sector in het overleg met het Ministerie van
Landbouw Natuurbeheer en Visserij. Voordat het seizoen 2003 van
start gaat, mogen er geen teeltbedreigende knelpunten meer bestaan,
menen de belanghebbende organisaties uit de agrarische sector.
Blootstelling
en huidbescherming
De Algemene
Inspectiedienst voert sinds mei controles uit in de glastuinbouw.
Bij deze acties kijkt de AI naar de naleving van de regels over
het herbetreden van met gewasbeschermingsmiddelen behandelde gewassen
en ruimten. Gedurende 14 dagen na het behandelen van het gewas
met bepaalde middelen geldt nl. dat gewashandelingen alleen mogen
worden uitgevoerd door personen die ouder zijn dan achttien jaar
en uitsluitend met bedekte armen en het dragen van handschoenen.
Bij één van de inspecties zijn op retourfust resten van gewasbeschermingsmiddelen
aangetroffen. Dit leidt tot ingewikkelde procedures van het reinigen
of verwijderen van het fust. Het verdient aanbeveling bedacht
te zijn op mogelijke resten en hierover afspraken met uw afnemers
te maken.
Voor meer
informatie van het ministerie van Sociale Zaken klik op: Arbeid
en gewasbescherming
PROMOTIEREIS
KWEKERSRECHT IN CHINA
Gouda,
25 september 2002, Aanvragen van kwekersrecht in China wordt nu
een serieuze mogelijkheid.
Een delegatie
bestaande uit vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven
maakte half september een 'promotietocht' langs de Chinese steden
Fuzhou, Guangzhou, Kunming en Peking. Deze reis was een vervolg
op de reis die in april 2001 plaatsvond. Ging het in de eerste
reis voornamelijk om algemene promotie van het kwekersrecht, nu
was de missie er op gericht het niveau van het kwekersrechtonderzoek
en de algemene handhaving van het kwekersrecht in China te verbeteren.
Het aanmelden van rassen voor kwekersrecht in China wordt nu zeker
het overwegen waard.
De delegatie
bestond uit de heren C. van Ettekoven (Naktuinbouw), J. Barendrecht
(vaste deskundige Raad voor het Kwekersrecht) en Th. Ruys (bestuurslid
Afdeling Sierteeltveredeling Plantum NL), aangevuld met de heren
R.J. Konijn (Nederlandse Landbouwattaché uit Peking) en W. van
Weerdenburg (SIDHOC ).
Inleidingen
over de inrichting van het kwekersrecht en het onderzoek in Nederland
in de 'groente, landbouw en sierteelt' werden aangevuld door lezingen
over de ontwikkelingen aan Chinese zijde. De discussies waren
positief, van een goed niveau en zeer vruchtbaar. Uit de diverse
toespraken van de politieke spelers kan geconcludeerd worden dat
de Chinezen het kwekersrecht serieus nemen.
Alhoewel
geconstateerd kan worden dat de Chinezen in eerste instantie meer
prioriteit geven aan landbouw- en bosbouwgewassen, komt de sierteelt
ook steeds meer in de belangstelling te staan. Voor de meeste
gewassen waarvoor het kwekersrecht is geopend, zijn inmiddels
onderzoeksprocedures ontwikkeld. In Fuzhou besteden de Chinezen
aandacht aan bomen voor houtproductie, zoals Pinus en bamboe,
terwijl in Guangzhou de aandacht uitgaat naar rijst en maïs. Ook
onderzoek naar Cymbidiums en Phalenopsis komt hier op gang. In
Kunming wordt rijstonderzoek gedaan op 1800 meter hoogte.
Inmiddels
is het in China mogelijk om voor vijftig gewassen kwekersrecht
aan te vragen. Dit najaar zal er een nieuwe lijst met gewassen
verschijnen. Plantum NL heeft voorgesteld onder andere de gewassen
Anthurium, Gerbera, Alstroemeria, ui, tomaat en boon op te nemen.
Voor het aanvragen van kwekersrecht zijn twee ministeries van
belang. Voor kruidachtige gewassen is dit het Chinese Ministerie
van Landbouw (MOA) en voor houtachtige gewassen is dit het Ministerie
van Bosbouw (SFA). Echter het aanvragen dient via gemachtigde
instanties te gaan. Inmiddels zijn er 816 aanvragen voor kwekersrecht
gedaan, waarvan er 216 zijn afgehandeld en verleend. De aanvragen
komen helaas voornamelijk nog uit China zelf.
In de rijstteelt zijn de eerste ervaringen opgedaan met de handhaving
van kwekersrechten en is een en ander redelijk verlopen. In totaal
zijn er reeds twintig procedures bekend, waarvan er vijftien ten
gunste uitvielen van de betreffende kwekers. De indruk is dat
het kwekersrecht serieus wordt opgevat, mede als uitvloeisel van
de recente toetreding van China tot de WTO. Het aanvragen van
kwekersrecht voor rassen van gewassen die op de officiële lijst
staan, is nu een serieuze optie.
PLANTUM NL STAAT!
Gouda, 13 september 2002, Plantum NL presenteert Visie op sector
uitgangsmateriaal
Op donderdag
12 september stond de sector plantaardig uitgangsmateriaal centraal
in het Green Trade Centre van de Floriade, zowel tijdens de Algemene
Ledenvergadering van Plantum NL als in het seminar van de Rabobank.
Plantum NL presenteerde tijdens de Ledenvergadering haar visie
op de toekomstige positie van de sector plantaardig uitgangsmateriaal
en daarbij de rol die zij als brancheorganisatie voor zichzelf
voorziet in de belangenbehartiging van haar leden. De Rabobank
presenteerde vervolgens haar rapport met visie over de Nederlandse
sector uitgangsmateriaal voor de tuinbouw.
Plantum NL
en de Rabobank hebben er bewust voor gekozen om gezamenlijk deze
dag te organiseren. Inhoudelijk gezien was het seminar van bijzonder
belang voor de leden van Plantum NL.
Blik op
de toekomst
De heer Sjaak Langeslag, ter vergadering voor weer een jaar benoemd
als voorzitter van Plantum NL, blikte in zijn jaarrede onder de
titel 'Plantum staat!' met vooral positieve woorden terug op het
eerste bestaansjaar van Plantum NL. In het veld van belangenbehartiging
wordt Plantum NL inmiddels erkend als dé vertegenwoordiger van
het plantaardig uitgangsmateriaal. Kunst is om deze positie verder
uit te bouwen (en uit te dragen). Vervolgens werd de blik op de
toekomst gericht; de heer Langeslag presenteerde de 'Plantum-visie'
aan de leden. In deze visie zijn de speerpunten voor het beleid
van Plantum NL opgenomen. De komende tijd zal de visie binnen
de vereniging verder worden bediscussieerd. De uitgewerkte versie
zal te zijner tijd worden gepubliceerd.
Verbetering
imago van de sector
Verschillende aandachtspunten, zoals het realiseren van een effectief
pakket gewasbeschermingsmiddelen en actief volgen van ontwikkelingen
en regelgeving voor biologisch uitgangsmateriaal, kwamen in de
visie naar voren. Uit een enquête onder de leden van Plantum NL
bleek onder meer dat het dreigende tekort aan specifiek opgeleid
personeel veel aandacht behoeft. Het stimuleren van jongeren om
te kiezen voor agrarisch onderwijs en met name voor een werkveld
in de sector uitgangsmateriaal is in de visie uiteraard een van
de speerpunten. In dit kader zet Plantum NL zich ook in voor het
verbeteren van het imago van de sector.
Naleving
kwekersrecht
Actieve inzet voor verbetering en naleving van regelgeving voor
kwekersrecht werd door de voorzitter als een belangrijk kernpunt
van de visie aangestipt. Plantum NL streeft tevens naar verbetering
van de regelgeving op diverse andere gebieden. Zo zet Plantum
NL zich actief in voor aanvaardbare regels voor milieu en arbeid,
voor regelgeving omtrent productkwaliteit en adequate EU-verkeersrichtlijnen.
Daarnaast wil Plantum NL overheden stimuleren om handelsbelemmeringen
op te heffen. Een ander aandachtspunt volgens de visie is de inzet
voor relevante onderzoeksprojecten en de toegankelijkheid van
subsidieregelingen voor haar leden.
De Ledenvergadering reageerde met instemming op de gepresenteerde
visie.
Rabo-seminar
In het Rabobank-seminar dat volgde, kwamen voor een deel dezelfde
kernpunten aan de orde. Over de Rabo-studie werd vervolgens een
stevig debat gehouden. Onder andere de heren Le Clercq (Fides
Straathof) en De Ponti (Nunza) en Verhalle (West Plant) gaven
vanuit het bedrijfsleven hun visie op de toekomst van de sector
uitgangsmateriaal. Mevrouw Bergkamp verwoordde namens het ministerie
van Landbouw hoe zij de rol van de overheid zag voor de sector.
De organisatoren kunnen terugkijken op een in alle opzichten geslaagde
dag.
GERBERA'S FOR LIFE 
Gouda, 30 maart 2002
In
het Oranje Nassau paviljoen op de Keukenhof te Lisse wordt van
woensdag 10 april tot en met zondag 15 april voor de vierde keer
de Gerberaparade gehouden. Daar presenteren alle gerberaveredelaars
en een groot aantal gerberatelers hun producten. De show wordt
georganiseerd door de Gewasgroep Gerbera van Plantum NL in samenwerking
met LTO-Groeiservice.
Thema
presentatie
Tijdens de zesdaagse show wordt een belangrijk deel van het huidige
assortiment, evenals de nieuwste variëteiten van de gerbera gepresenteerd.
Daarnaast toont de presentatie 'Gerbera's for life' diverse arrangementen
met gerbera's die, naar het succes van vorig jaar, één belangrijk
moment in het leven symboliseren. De geboorte is het thema dat
in de editie 2002 op een speciale manier belicht wordt. In de
presentatie zal te zien zijn hoe hoofdarrangeur Dries Lecke dit
thema op verschillende manieren verwerkt heeft.
VKC keuring
Dit jaar zal de presentatie van de VKC keuring in een ander jasje
worden gestoken. Om de keuring ook voor het publiek aantrekkelijk
te maken, zullen arrangementen worden gemaakt in onder meer schalen
en bakken met allerlei bijmaterialen. Een aantal bloemen zal op
uniforme wijze worden gestoken voor de keuring. De keuring van
deze tien gerbera's zal op dezelfde wijze uitgevoerd worden als
voorheen. Dit betekent dat de jury dezelfde kwaliteitscriteria
zal hanteren en zodoende deze bloemen ook op steellengte zal beoordelen.
Met de overige bloemen zal het eerder genoemde arrangement gevuld
worden. Deze presentatievorm van de telercompetitie is geheel
nieuw en de Gerberaparade is dan ook een van de eerste tentoonstellingen
waar dit wordt toegepast! De show zal in deze vorm zeer zeker
aantrekkelijker worden! Naast het feit dat de VKC keuringen een
prachtige productpresentatie worden, is het doel van de veredelaars
mede om de keuringen op deze manier naar een hoger plan te tillen.
De telers krijgen nu de mogelijkheid om in competitieverband de
meest optimale teeltpresentatie te leveren. De Promotiewerkgroep
Gerbera gaat ervan uit dat deze nieuwe manier van presenteren
een groot aantal en een breed scala aan VKC inzendingen zal opleveren.
Het perspectief van Lisianthus
Gouda, 26 februari 2002 Zorgen over winterteelt van lisianthus
ketenbreed aangepakt
Wie het vakblad de laatste weken heeft bijgehouden, weet dat er
donkere wolken boven de jaarrondproductie van Lisianthus zijn
samengepakt. Of de bui zal overwaaien is de vraag. Vandaar dat
veredelaars, plantenkwekers, telers en handel elkaar hebben opgezocht.
Eind februari hebben de ketenpartijen overlegd onder voorzitterschap
van de Naktuinbouw. Gerichte uitwisseling van kennis, luisteren
naar elkaars problemen en gezamenlijk oplossingen zoeken, leveren
een belangrijke bijdrage aan een betere winterkwaliteit van Nederlandse
bodem van dit nog jonge product. Tijdens de bespreking bleek dat
de zaak minder zwart-wit ligt als in eerste instantie uit de berichtgeving
leek. Voor een belangrijk deel van het jaar is Lisianthus een
rendabel teelbaar product. Er zijn voldoende kleuren en bloemtypen
op de markt. Echter de markt vraagt om een zwaardere kwaliteit
gedurende de winter. De jaarrondtelers zijn daarom meer en meer
overgestapt op het jaarrondtelen van zomertypes. Om deze goed
te kunnen telen is flink geïnvesteerd in het belichtingsniveau.
Een te hoog uitval- en nabloeipercentage maakt dat er te weinig
takken van de meter verhandeld kunnen worden. Zijn de rassen niet
aan het teruglopen, vragen de telers zich af. Is er bij de veredelaars
wel genoeg aandacht voor de ontwikkelingen van goede winterrassen?
De veredelaars en vermeerderaars stellen daar tegen over dat de
mogelijkheden van de bestaande rassen overschat worden. Wat er
niet inzit, kun je er niet uithalen. De veredelaars werken aan
gerichte verbeteringen, maar dat kost tijd. Wel is er bereidheid
getoond om proefsgewijs naakt zaad te leveren, zodat gekeken kan
worden of het bewerken van zaad tot een betrouwbare verbetering
kan leiden. Ook zal er naar de effecten van verschillende pillen
gekeken worden. Als het om ongelijkheid en zittenblijvers (rozetting)
gaat, verwachten de telers het nodige van hun plantenleveranciers.
De individuele bedrijven zijn stuk voor stuk bezig met temperatuursbeheersing
gedurende de opkweek, maar gaven aan dat een geconditioneerde
opkweek een brug te ver is. Afgesproken is om op de kortstmogelijke
termijn een gezamenlijke plantselectieproef op te zetten. Met
als gedachte dat je beter een jong plantje weg kan gooien dan
een niet-oogstbare tak. De telers bleken niet ongevoelig voor
de kritiek vanuit de andere overlegdeelnemers en gaven aan te
willen onderzoeken of minder dik planten en rustiger telen een
bijdrage aan een hoger oogstpercentage zal geven. Vanuit de handel
werd duidelijk aangegeven dat men wil betalen voor een goede kwaliteit
Lisianthus, jaarrond!
International
Convention on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture
(International Undertaking)
Na
jaren van onderhandelingen (sinds 1994) is op 3 november de herziene
versie van de International Undertaking, nu genoemd International
Convention on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture,
aangenomen met 116 landen voor en twee onthoudingen (Japan en
de Verenigde Staten). Het nieuwe verdrag zal in werking treden
op het moment dat het door 40 landen geratificeerd is. In de laatste
ronde van onderhandelingen is men het eens geworden over de drie
struikelblokken die er nog waren:
- relatie van deze conventie tot WTO
- intellectueel eigendom
- lijst met gewassen die onder het multilaterale systeem van de
conventie zullen vallen.
Voor
de uitgebreide tekst van de conventie wordt verwezen naar: ftp://ext-ftp.fao.org/waicent/pub/cgrfa8/iu/ITPGRe.pdf
FAO
Press Release 01/81 C5
INTERNATIONAL CONVENTION ON PLANT GENETIC RESOURCES FOR FOOD
AND AGRICULTURE APPROVED BY FAO CONFERENCE
Rome,
3 November 2001- An International Convention on Plant Genetic
Resources for Food and Agriculture approved today by the Conference
of the UN Food and Agriculture Organization (FAO), will ensure
better use of plant genetic diversity to meet the challenge of
eradicating world hunger. The International Convention on Plant
Genetic Resources for Food and Agriculture is a unique comprehensive
international agreement. It takes into consideration the particular
needs of farmers and plant breeders, and aims to guarantee the
future availability of the diversity of plant genetic resources
for food and agriculture on which they depend, and the fair and
equitable sharing of the benefits, FAO experts say.
The International
Convention is in harmony with the Convention on Biological Diversity
(CBD) which was adopted in 1992 as the first international binding
agreement covering biodiversity. In
1994, the FAO initiated an inter-governmental negotiating process
for the revision of the 1983 International Undertaking on Plant
Genetic Resources for Food and Agriculture, in order to adopt
it as a legally binding agreement, in harmony with the CBD. The
parties at this Convention have recognized the distinct characteristics
and problems of agro-biodiversity and the need for specific solutions
to be developed by FAO.
The long
and complex negotiating process, which gave birth to the new Convention,
has been led by Ambassador Fernando Gerbasi of Venezuela, Chairman
of the FAO Commission on Genetic Resources for Food and Agriculture
(CGRFA). This
new legally binding international agreement - which will enter
into force when ratified by at least 40 States - provides a framework
to ensure access to plant genetic resources, and to related knowledge,
technologies, and internationally agreed funding. It also provides
the agricultural sector with a multilateral tool to promote cooperation
and synergy with other sectors, particularly with trade and the
environment.
"The International
Convention on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture
is at the crossroads where agriculture, environment and trade
meet. It is a major international instrument reflecting the significance
of access and benefit sharing as the basis for continued and sustainable
utilization of plant genetic resources for food and agriculture,"
FAO Director-General Dr. Jacques Diouf said.
"The
approval by the FAO Conference of this International Convention
on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture is a milestone
in international cooperation. It is the successful outcome of
lengthy negotiations which started in November 1994 among FAO's
Member States," Dr. Diouf added.
The Convention
revises the previous International Undertaking, which was adopted
by the FAO Conference in 1983 as an instrument to promote international
harmony in matters regarding access to plant genetic resources
for food and agriculture. It recognized Farmers' Rights as being
complementary to plant Breeders' Rights.
One
hundred and thirteen countries have adhered to the original International
Undertaking, which seeks to "ensure that plant genetic resources
of economic and/or social interest, particularly for agriculture,
will be explored, preserved, evaluated and made available for
plant breeding and scientific purposes.
"The International
Undertaking is monitored by FAO's CGRFA, a permanent forum for
debate created in 1983 and currently composed of 160 Member Countries,
which will now act as the Interim Committee for the new International
Convention, until it enters into force. Mr. José Esquinas-Alcázar,
Secretary of the Commission, underlined "the technical, social,
economic, political and ethical issues which surround the conservation
and sustainable use of genetic resources."Mr. Esquinas-Alcázar
added that despite the approval of the International Convention,
"an enormous task still lies ahead to implement the provisions
of the Convention, in particular in view of the need to ensure
that the genetic resources and local technologies developed by
generations of farmers are complemented and enhanced by the new
genetic technologies, and not threatened or replaced by them.
"The length
of the negotiations reflects the difficulties in reaching agreement
on matters related to intellectual property rights and the list
of crops covered by the Convention. However, the Convention shows
the wide international commitment that both traditional and modern
technologies should be used to serve humanity, in particular to
alleviate hunger and promote sustainable development in developing
countries.