Persberichten
Plantum NL
Hieronder vindt u de persberichten van Plantum NL per jaargang vanaf 2001.
De nieuwste persberichten
oude persberichten uit 2010
oude persberichten uit 2009
oude persberichten uit 2008
oude persberichten uit 2007
oude persberichten uit 2006
oude persberichten uit 2005
oude persberichten uit 2004
oude persberichten uit 2003
oude persberichten uit 2002
oude persberichten uit 2001
Nu
ook kwekersrecht in Turkije
16 december
2004 Plantum NL is tevreden met de voortgang die in 2004 is geboekt
met de invoering van het kwekersrecht in Turkije. Het jaar startte
op 15 januari met de publicatie van de kwekersrechtwetgeving.
De praktische uitwerking van het kwekersrecht doormiddel van uitvoeringsbepalingen
liet echter lang op zich wachten. Het is dan ook pas sinds enkele
weken mogelijk om kwekersrecht aan te vragen in Turkije.
In de kwekersrechtwetgeving
is een overgangsartikel opgenomen waardoor rassen die meer dan
vier jaar, maar niet langer dan vijf jaar, op de markt zijn toch
nog aan het nieuwheidcriterium kunnen voldoen. Deze voorziening
geldt tot maximaal één jaar na publicatie van de
wet en vervalt daarmee op 15 januari 2005. Bij de publicatie van
de wet leek dit redelijk, maar door vertraging in de praktische
uitwerking hiervan is de werkelijke overgangsperiode volgens Plantum
NL veel te kort. Plantum NL pleit dan ook voor verlenging van
de overgangstermijn met minstens een half jaar.
Bij de publicatie
van de wet ging men er namelijk vanuit dat het kwekersrechtsysteem
een half jaar later in werking zou treden. Publicatie van de uitvoeringsbepalingen
en de feitelijke openstelling van het kwekersrecht liet echter
enkele maanden op zich wachten. De prijslijst, het adres voor
het indienen van de aanvragen en de Engelse vertaling van het
aanvraagformulier kwamen zelfs pas enkele weken geleden beschikbaar.
Daarnaast
is voor het doen van een aanvraag als buitenlandse veredelaar
een in Turkije gevestigde gemachtigde nodig. Ook hier duurde het
enige tijd voordat geschikte personen zich hiervoor beschikbaar
stelden.
Bovendien
staat de gehanteerde grens van vijf jaar in geen verhouding tot
de uiteindelijk beschermingsduur. In de wet staat namelijk een
beschermingsduur van 30 jaar voor aardappelen, wijnstokken en
bomen en 25 jaar voor de overige gewassen. In de overgangsperiode
zou dan ook soepel omgegaan moeten worden met de grens van vijf
jaar.
Verdere
uitbreiding kwekersrecht in China
2 december
2004 Het ministerie van bosbouw in China heeft onlangs 32 gewassen
toegevoegd aan de lijst van met kwekersrecht te beschermen gewassen.
In totaal staan er nu 78 geslachten of soorten uit het plantenrijk
op de lijst van dit ministerie. Het gaat hierbij overwegend om
boomkwekerijproducten zoals Populier, Wilg, Magnolia en Roos.
Bij de laatste uitbreiding van de lijst zijn onder andere Berk,
Iep, Es en Ficus toegevoegd.
Het kwekersrecht
voor de niet-boomkwekerijsectoren wordt verzorgd door het Chinese
ministerie van landbouw. Ook dit ministerie is, zo berichtte ons
de Landbouwraad in Peking, bezig met de uitbreiding van de lijst.
Plantum NL heeft via de Landbouwraad prioriteit gevraagd voor
de volgende siergewassen: Alstroemeria, Anthurium, Bromelia, Kalanchoe,
Pelargonium en Zantedeschia. Op deze prioriteitenlijst voor uitbreiding
van het kwekersrecht staan ook de groentegewassen: Uien, Bonen,
Sla, Meloen, Sjalot en Courgette.
In een project
met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zet
onder andere Plantum NL zich in voor een verdere versterking van
het kwekersrechtsysteem in China. Naast kennisuitwisseling over
het kwekersrechtonderzoek en ontwikkeling van de regelgeving zal
de komende tijd ook aandacht gegeven worden aan de uitoefening
van het kwekersrecht in China. China heeft sinds 1 oktober 1997
een wet voor het kwekersrecht en is sinds 2001 ook lid van de
WTO. Hiermee is er een basis voor het erkennen en respecteren
van de kwekersarbeid. Naast toegang tot een volledig assortiment
is kwekersrecht voor China ook van belang om te kunnen blijven
exporteren naar Japan. Japan heeft onlangs het toezicht op een
correcte naleving van royalty betalingen aan de grens verscherpt.
Ook voor export naar de EU is, via het Europese Kwekersrecht,
de bescherming van het eindproduct van toepassing.
Teelt
van ggo's in Nederland nu ook praktisch mogelijk
2 november,
Plantum NL is verheugd dat de Commissie Coëxistentie Primaire
Sector een compromis heeft bereikt over het naast elkaar bestaan
van genetisch gemodificeerde, biologische en gangbare teelten.
Plantum NL vindt het vooral positief dat de teelt van genetisch
gemodificeerde gewassen mogelijk wordt gemaakt, dat boeren die
zich aan de afspraken houden gevrijwaard zijn van aansprakelijkheid
en dat de gekozen aanpak in Nederland een voorbeeld kan zijn voor
Europa.
In een proces
van 7 maanden heeft de Commissie Coëxistentie Primaire Sector,
bestaande uit vertegenwoordigers van Plantum NL, Biologica, LTO
Nederland en Platform Aarde Boer en Consument, onder leiding van
oud-gedeputeerde Jaap van Dijk een reeks van afspraken vastgelegd.
Zowel telers van genetisch gemodificeerde, biologische en gangbare
producten moeten zich hieraan houden. Het is een doorbraak dat
alle partijen beseffen dat in de praktijk onbedoelde vermengingen
op kleine schaal onvermijdelijk zijn en dat afspraken gebaseerd
moeten zijn op het mogelijk maken van coëxistentie. Hierbij vindt
Plantum NL het belangrijk realistische drempelwaarden in het oog
te houden, zowel nu als in de toekomst. Met de gemaakte afspraken
wordt de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen nu ook praktisch
mogelijk. Dit is een positieve ontwikkeling, omdat het gebruik
van genetisch gemodificeerde gewassen zowel economische als milieuvoordelen
oplevert.
Een ander
belangrijk resultaat is het feit dat alle partijen unaniem vinden
dat boeren die zich aan de gemaakte afspraken houden, gevrijwaard
moeten zijn van aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door
onbedoelde vermengingen. Plantum
NL vindt het wel jammer dat de gekozen isolatieafstanden feitelijk
gezien groter zijn dan nodig is om coëxistentie mogelijk te maken.
Zij beschouwt deze afstanden dan ook als een tijdelijke maatregel
en hoopt dat gericht onderzoek tot lagere afstanden kan leiden.
Plantum NL is namelijk van mening dat bij toenemende ervaring
met coëxistentie deze afstanden naar beneden kunnen worden aangepast.
Plantum NL
vindt het verder een winstpunt dat het voor coëxistentie mogelijk
is vrijwillige afspraken te maken zonder dat daar aanvullende
regelgeving voor nodig is. Het is een goede zaak dat minister
Veerman en staatssecretaris Van Geel deze aanpak van harte ondersteunen
en dat zij zich in Europees verband hard zullen maken voor de
gevolgde procedure. Hopelijk leidt dit tot een meer pragmatische
aanpak van coëxistentie in de verschillende Europese landen, waarbij
coëxistentie in heel Europa daadwerkelijk een feit wordt.
De commissie is overeengekomen dat de afspraken na 3 jaar worden
geëvalueerd.
De Commissie
Coëxistentie Primaire Sector hebben op 2 november het rapport
met uitkomsten en afspraken aangeboden aan minister Veerman van
LNV. Het volledige rapport is te vinden op de website van het
Hoofdproductschap Akkerbouw: www.hpa.nl.
Importinspectie
op eigen bedrijf blijft mogelijk onder herziene Fytorichtlijn
Vanaf
1 januari 2005 moet, volgens de herziene Fytorichtlijn van de
Europese Unie, de fytosanitaire importinspectie plaatsvinden op
de plaats van binnenkomst in de EU. Importeurs van plantaardig
uitgangsmateriaal, waaronder zaden en stekken, willen echter de
importinspectie op het eigen bedrijf behouden. Dit ten behoeve
van de kwaliteit, een efficiënte logistiek en ter voorkoming van
vermengingen en kruisinfecties met ander materiaal. De afgelopen
tijd heeft Plantum NL zich dan ook ingezet om deze wens van de
sector uitgangsmateriaal te realiseren. In reactie hierop besloot
de Plantenziektenkundigedienst om, binnen de kaders van de fytorichtlijnen,
importinspectie bij de importeurs mogelijk te houden. Vervolgens
was het wachten op voorschriften van de Douane. Na enig aandringen
van Plantum NL zijn deze voorschriften nu gereed.
Om importinspectie
op het eigen bedrijf mogelijk te houden heeft de Douane gekozen
voor een zogenaamd Toegelaten Geadresseerde model. In dit model
is een belangrijke rol weggelegd voor de expediteur(s). De betrokken
importeurs kunnen nu nagaan wat dit model voor hun bedrijf betekent.
Plantum NL is blij met de gekozen oplossing. Er wordt namelijk
tegemoet gekomen aan de wens van de sector uitgangmateriaal zonder
dat dit een zware administratieve last met zich meebrengt.
Zorgpunt
blijft wel de beperkte tijd die importeurs nu nog rest om de nieuwe
procedures door te voeren in hun bedrijf. Ook dit heeft Plantum
NL onder de aandacht gebracht van het Ministerie van Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit. Tot nu toe houdt het ministerie echter
vast aan de datum van 1 januari 2005.
Innovatieplatform
erkent bijzondere positie Nederlandse veredelingssector
Het Innovatieplatform
heeft het cluster "Flowers & Food", waaronder de veredelingssector,
aangewezen als sleutelgebied voor de Nederlandse economie. Het
cluster wordt zelfs geroemd als "één van de meest dynamische en
innovatieve gebieden van Nederland". Bovendien stelt het platform
een aantal specifieke maatwerkacties voor om de Nederlandse veredelingssector
verder te versterken.
Het Innovatieplatform
is de commissie die premier Balkenende heeft ingesteld om de innovatiekracht
van Nederland te versterken. Om te inventariseren in welke sectoren
Nederland uitblinkt heeft het Innovatieplatform eerder dit jaar
een oproep gedaan om dergelijke "sleutelgebieden" aan te melden
middels een notitie. De veredelingssector heeft hieraan gehoor
gegeven met een eigen inzending. Dit onder leiding van brancheorganisatie
Plantum NL en in samenwerking met o.a. de Plant Sciences Group
van Wageningen UR. In deze notitie, getiteld "de groene genetica:
sleutelgebied voor de Nederlandse kenniseconomie", wordt een beeld
geschetst van de positie, ambities, kansen en bedreigingen van
de veredelingssector en van de acties die nodig zijn om deze sector
te versterken.
Het Innovatieplatform
heeft deze "groene genetica"-inzending samengevoegd met inzendingen
op het gebied van de voedingsindustrie en de tuinbouw. Tezamen
zijn deze sectoren onder de noemer "Flowers & Food" aangemerkt
als sleutelgebied. Daarmee is dit cluster één van de vier clusters
die deze erkenning hebben gekregen!
Op 5 oktober
heeft het Innovatieplatform officieel bekend gemaakt welke stimulerende
acties het aanbeveelt om het Flowers & Food cluster te versterken.
Een aantal acties is specifiek voor de veredelingssector van belang.
Zo is het Innovatieplatform voorstander van een versterkte handhaving
van het kwekersrecht. En op het gebied van biotechnologie pleit
het Innovatieplatform voor heldere en eenvoudige regelgeving,
en voor onderzoek en voorlichting om het maatschappelijk draagvlak
te vergroten.
Brancheorganisatie
Plantum NL is verheugd met deze aandacht. Directeur Aad van Elsen:
"Wij zien dit toch als een stukje erkenning. Nederland loopt wereldwijd
voorop in de veredeling van onder andere groentezaden, siergewassen,
aardappelen en graszaden. Dit is een hoogwaardige industrie waar
we als Nederland best trots op mogen zijn."
Jan-Willem
Plug benoemd tot erelid van Plantum NL
Op de
vierde Algemene Ledenvergadering van Plantum NL op vrijdag 17
september is de heer J.W. Plug benoemd tot erelid van Plantum
NL. De erespeld werd hem overhandigd door Nic van der Knaap namens
het Algemeen Bestuur.
De heer Van
der Knaap complimenteerde de heer Plug met zijn analytisch vermogen,
inzicht in de onderlinge verhoudingen en diplomatie. De heer Plug
was jarenlang directeur van de bloembollenveiling Hobaho in Lisse,
maar zag tevens het belang in van het kweekwerk en de bescherming
van de veredelaar. De heer Plug zette zich dan ook vele jaren
in als bestuurslid, penningmeester en vice-voorzitter van Ciopora
Nederland, in 2001 opgegaan in Plantum NL en sindsdien als Algemeen
Bestuurslid en als lid van het Afdelingbestuur Sierteeltveredeling
van Plantum NL. Daarnaast bekleedde hij de functie als voorzitter
van de Gewasgroep Lelieveredeling en nam hij deel aan diverse
hoofdcommissies van Plantum NL. Bovendien vertegenwoordigde de
heer Plug Plantum NL in de Sectorcommissie Bloembollen van het
Productschap Tuinbouw. Ook liet hij met betrekking tot de waarde
van de bollenkraam op fiscaal gebied van zich horen.
Gezien zijn
brede inzet voor het veredelingsbedrijfsleven en in het bijzonder
voor de behartiging van de belangen van de bollenveredelaars is
de heer Plug (links) tot erelid benoemd.
Turkije
publiceert uitvoeringsbepalingen voor het kwekersrecht
Toen Turkije
in januari van dit jaar haar kwekersrechtwetgeving publiceerde,
kondigde zij aan binnen een halfjaar de uitvoeringsbepalingen
te publiceren. Onlangs werd deze toezegging bewaarheid en publiceerde
Turkije de uitvoeringsbepalingen. Hiermee zou het aanvragen van
kwekersrecht in Turkije opengesteld moeten zijn. In de publicatie
ontbreken echter nog de tarieven. Praktisch gezien is er dus nog
steeds een blokkade voor het aanvragen van kwekersrecht.
"Ondanks
enkele vertragingen toont Turkije hiermee zijn goede wil", aldus
Cees Moerman van Plantum NL. "Met de nieuwe kwekersrechtwetgeving
wordt Turkije een zeer interessante markt voor onze leden. Plantum
NL staat dan ook zeer positief tegenover toetreding van Turkije
tot de EU." Ook voor de Turkse sierteelt opent de realisatie van
deze wet kansen. Zo krijgen zij onder andere de beschikking over
nieuwe rassen. Inmiddels zijn tijdens een sierteeltmissie in juni
de eerste contacten gelegd met de Antalya Exporters Union. In
samenwerking met de Landbouwraad in Ankara heeft Plantum NL een
delegatie van de Antalya Exporters Union uitgenodigd voor een
tegenbezoek. Het doel van deze contacten is samenwerking bij de
ontwikkeling van de Turkse sierteelt.
Nadeel van
de hierboven genoemde vertraging is wel dat de mogelijkheid om
gebruik te maken van enkele voorziening in de wet wel erg krap
wordt. De nieuwe wet biedt namelijk in het eerste jaar na publicatie,
dus tot medio januari 2005, een overgangsperiode voor oudere rassen;
in plaats van 4 jaar komen namelijk ook 5 jaar oude rassen in
aanmerking voor bescherming. Op dit moment is het GDPC (General
Directorate Protection and Control, in het Turks KORGEM) van het
Ministerie van Landbouw wel bezig om een afdeling voor de behandeling
van kwekersrechtaanvragen in te richten. Het kwekersrechtonderzoek
komt te vallen onder het Directorate of Seed Registration and
Certification.
Ook zijn
de uitvoeringsbepalingen voor Farm Saved Seed (gebruik eigen zaaizaad)
gepubliceerd. Momenteel is echter alleen de Turkse versie beschikbaar.
Er wordt gewerkt aan een officiële Engelse vertaling van beide
documenten. Tevens is vanuit het Turkse Ministerie van Landbouw
bevestigd dat zij de aanvraag voor het lidmaatschap van UPOV binnenkort
zullen indienen.
Onzekerheid
bedrijfsleven rondom GGO drempelwaarden blijft bestaan
9 september,
Tot grote teleurstelling van Plantum NL en andere stakeholders
heeft de Europese Commissie het vaststellen van drempelwaarden
voor onbedoelde vermenging met genetisch gemodificeerde organismen
opnieuw uitgesteld. De Europese Commissie ontloopt hiermee niet
alleen de verantwoordelijkheid die ze hebben om eenduidige afspraken
te maken binnen de Europese Unie, maar laten bovendien het bedrijfsleven
voor plantaardig uitgangsmateriaal in grote onzekerheid achter.
Plantum NL
en andere stakeholders zijn vooral teleurgesteld omdat er inmiddels
al meer dan vijf jaar, samen met de Europese Commissie, gewerkt
wordt aan praktische en werkbare drempelwaarden voor de onbedoelde
vermenging met genetisch gemodificeerde organismen. Absolute zuiverheid
is namelijk niet mogelijk bij de productie van zaaizaad en pootgoed.
Het uitblijven van praktische drempelwaarden leidt dus tot grote
onzekerheid bij het bedrijfsleven voor plantaardig uitgangsmateriaal.
Dit alles zal de concurrentiekracht van de Nederlandse zaadindustrie,
haar klanten en de boeren onnodig schaden.
De toelating
van 17 genetisch gemodificeerde maïsrassen op de Europese rassenlijst
ziet Plantum NL wel als een positief signaal. Hiermee kunnen alle
Europese boeren die dit wensen gebruik maken van de milieuvoordelen
van deze technologie. Het is echter ironisch dat boeren nu wel
een wettelijke toestemming hebben om genetisch gemodificeerde
organismen te verbouwen, maar dat er nog geen drempelwaarden zijn.
Principe
akkoord over raam-CAO voor de Tuinzaadbedrijven
Gouda
19 juli, Na een lange periode van overleg is er eindelijk een
nieuwe CAO voor de Tuinzaadbedrijven afgesloten. Deze CAO geldt
voor 3000 werknemers werkzaam bij de veredelingsbedrijven van
groente- en bloemzaden. De CAO is geldig tot en met 31 maart 2005.
Bij de internationaal
opererende veredelingsbedrijven met een professioneel personeelsbeleid
en een goed functionerende ondernemingsraad bestond al langer
de behoefte om afspraken te kunnen maken op bedrijfsniveau. Vanaf
eind 2002 drongen werkgevers daarom aan op een nieuwe raam-CAO.
In 2003 leek dit nog niet haalbaar, maar nu hebben Plantum NL
(namens de werkgevers) en de vakbonden FNV Bondgenoten, CNV BedrijvenBond
en De Unie toch een akkoord bereikt.
Woordvoerder
Jaap den Dekker van de Plantum NL delegatie is tevreden over het
resultaat van de onderhandelingen. "Het bereikte akkoord biedt
meer ruimte voor werknemers en werkgevers om op bedrijfsniveau
afspraken te maken, waar beiden mee uit de voeten kunnen. Kortom
een moderne CAO die klaar is voor de toekomst!" In de CAO zijn
verder twee eenmalige uitkeringen van 0,75% opgenomen. "Flinke
percentages in dit economisch klimaat", aldus Den Dekker. Hier
staat wel een kostenbesparing tegenover. Deze besparing wordt
bereikt door opheffing van het scholings- en vormingsfonds STOT.
De belangrijkste
punten uit het akkoord zijn:
- Met de
ondernemingsraad / Personeelsvertegenwoordiging kunnen nadere
afspraken worden gemaakt over onder andere: verlof- en vakantieregeling,
arbeidstijdenregeling, bijzonder verlof, beoordelingssysteem
en verhogingsregeling, kinderopvang en een keuzesysteem voor
arbeidsvoorwaarden op individuele basis.
- Op bedrijfsniveau
kunnen met de vakverenigingen afwijkende afspraken gemaakt worden
over onder andere het systeem van functiewaardering en toeslagen.
- Gedurende
de looptijd van de CAO zullen de volgende eenmalige bruto-uitkeringen
worden gedaan: December 2004: 0,75% van het jaarloon Februari
2005: 0,75% van het jaarloon.
- Over arbeidstijden
is afgesproken dat de standaardregeling uit de arbeidstijdenwet
van toepassing is. Wel kunnen bedrijven samen met de Ondernemingsraad
of de Personeelsvertegenwoordiging gebruik maken van de overlegregeling.
Als zij hier gebruik van maken kan volgens dienstrooster zonder
overwerkvergoeding tot maximaal 45 uur per week worden gewerkt.
De gemiddelde werkweek blijft echter 38 uur.
- De zaterdag
kan ingeroosterd worden als reguliere werkdag. Dit moet dan
wel gecompenseerd worden door een andere roostervrije dag. Daarnaast
is er een toeslag van 25% voor het werken op deze ingeroosterde
zaterdag. De overwerktoeslag voor de zaterdag blijft echter
60%. Ook is er geen cumulatie van toeslagen.
- De aanvulling
tot 100% van het loon op de uitkering in het 3e jaar van ziekte
komt te vervallen voor werknemers die op of na 1 januari 2004
ziek zijn geworden.
- De aanvulling
in het 2e jaar van ziekte zal in november worden besproken in
de verwachting dat dan het overheidsbeleid rondom dit punt bekend
is. Voorlopig is deze aanvulling gesteld op 100% van het loon,
zoals ook nu het geval.
Maïsareaal
is licht gedaald
Gouda,
12 juli 2004, Met de verkoop van 466.569 eenheden maïs is
het jaar 2004 ongeveer terug op het niveau van 2002, aldus Plantum
NL. De afgelopen 3 jaar schommelde het aantal verkochte eenheden
rond de 475.000. Dit jaar is er dus een lichte afname in het aantal
verkochte eenheden. Een mogelijke verklaring hiervoor zijn de
grote voorraden ruwvoer waardoor boeren minder maïs hebben ingezaaid.
Na enkele
jaren van groei is het areaal in 2004 weer op het niveau van 2002.
De grote voorraden ruwvoer hebben er voor gezorgd dat boeren minder
maïs hebben ingezaaid. Landelijk zien we een verdere verschuiving
van de maïsteelt naar het noorden. Steeds vroegere rassen met
hoge opbrengsten stellen maïstelers in het noorden in de gelegenheid
om maïs te zaaien.
Plantum
NL treedt toe tot Convenant Gewasbescherming
Per 1
juli 2004 neemt Plantum NL deel aan het Convenant Gewasbescherming.
De huidige convenantpartijen hebben hier in hun laatste vergadering
overeenstemming over bereikt. Hiermee is eindelijk ook het uitgangsmateriaal
vertegenwoordigd in het Convenant. Belangrijkste aandachtspunten
voor Plantum NL zijn een ketengerichte benadering en de beschikbaarheid
van een effectief middelenpakket voor de sector uitgangsmateriaal.
Plantum NL
heeft het Convenant Gewasbescherming altijd gezien als een positieve
ontwikkeling en onderschrijft het belang van de gewenste reductie
van de milieubelasting. De sector uitgangsmateriaal speelt hierin
een belangrijke rol. "Schoon uitgangsmateriaal is immers de basis
voor een schone keten" aldus Aad van Elsen, directeur van Plantum
NL.
Plantum NL ziet toetreding tot het Convenant dan ook als een logische
stap.
Tijdens haar
deelname zal Plantum NL een lans breken voor een ketengerichte
benadering van de gewasbeschermingproblematiek. Voor de sector
uitgangsmateriaal is het relatief makkelijk het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen
te verminderen, maar Plantum NL acht dit niet wenselijk omdat
de levering van schoon uitgangsmateriaal hiermee in gevaar komt.
Levering van kwalitatief hoogwaardig en schoon uitgangsmateriaal
staat voor Plantum NL voorop. "Starten met schoon uitgangsmateriaal
is immers de basis voor een gezonde teelt waarin het gebruik van
gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum beperkt kan worden"
stelt Roland Verweij, secretaris van de Hoofdcommissie Gewasbescherming
& Milieu. "In het door ons op te stellen sectorplan voor de sector
uitgangsmateriaal zal het kunnen (blijven) leveren van schoon
uitgangsmateriaal dan ook centraal staan" vervolgt Verweij. "Soms
kan een iets hoger gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in onze
sector het middelengebruik verderop in de keten enorm verminderen.
Vandaar onze vraag om een ketengerichte aanpak." Verder denkt
de sector bij te kunnen dragen aan een verminderd middelengebruik
door het coaten van zaad en resistentieveredeling.
Veredelaars
teleurgesteld over uitspraak College van Beroep voor het bedrijfsleven
11 juni
2004, Beroep om klassieke plantenveredeling met terugwerkende
kracht op te nemen in de WBSO ongegrond verklaard.
De 'Wet Bevordering
Speur- en Ontwikkelingswerk' (WBSO) is bedoeld om innovatie in
het bedrijfsleven te stimuleren, maar in 2003 werd 'klassieke
veredeling' van deze regeling uitgesloten. Als gevolg hiervan
werden veredelingsbedrijven ernstig gedupeerd.
Dankzij ingrijpen van de Tweede Kamer valt de klassieke veredeling
sinds 1 januari van dit jaar weer wel onder de regeling. Daarmee
is het 'gat' dat is ontstaan in 2003 echter nog niet gerepareerd.
In dat jaar zijn veredelingsbedrijven de WBSO-korting immers misgelopen.
Over deze kwestie is door 161 veredelingsbedrijven geprocedeerd
bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).
De veredelingsbedrijven
hebben betoogd dat er geen goede belangenafweging had plaatsgevonden
bij het schrappen van de klassieke veredeling uit de WBSO. Tegenover
het belang van de minister - een tamelijk geringe bezuinigingstaak,
die een jaar later weer werd teruggedraaid - stond het belang
van de veredelingsbedrijven, die plotseling voor vrijwel 100%
werden uitgesloten van deze regeling.
Op 23 januari
diende deze zaak in een zitting bij het CBb, en op 28 mei heeft
de rechter uitspraak gedaan. Tot teleurstelling van de veredelaars
is hun beroep ongegrond verklaard. Aad van Elsen, directeur van
de brancheorganisatie Plantum NL: "Hoewel de uitkomst van de beroepszaak
onzeker was, is deze uitspraak toch teleurstellend. Wij waren
van mening dat we een sterke zaak hadden, maar de rechter heeft
zich terughoudend opgesteld in het corrigeren van het beleid."
In de beroepszaak
zijn de 161 vergelijkbare beroepszaken geclusterd behandeld. De
inzet van een advocaat was bekostigd door Plantum NL. Veel bedrijven
hadden in de aanloop naar de beroepszaak gebruik gemaakt van een
bezwaarschrift dat belangeloos ter beschikking was gesteld door
een aantal subsidieadviseurs onder leiding van Subsidie Adviesbureau
Planten BV.
PD
uit Ecuador bezoekt Nederland
27 mei, Op uitnodiging van de Nederlandse Plantenziektenkundige
Dienst (PD) bezoeken de directeur van SESA (PD uit Ecuador) en
zijn collega deze week Nederland. Aanleiding voor het bezoek zijn
importproblemen die stekleveranciers ondervinden in Ecuador vanwege
de aanwezigheid van de varenrouwmug. Volgens de Nederlandse PD
is dit organisme niet schadelijk. Dit is nog eens bevestigd door
extra onderzoek. Ondanks het feit dat dit aan de orde is gesteld
bij SESA zijn de problemen nog niet afdoende opgelost. Met dit
bezoek hopen overheid en bedrijfsleven het probleem alsnog naar
tevredenheid op te lossen.
Kennis,
kwaliteit en keuringen centraal
Het bezoek is totstandgekomen door intensief overleg tussen Plantum
NL en de Nederlandse PD, in samenwerking met het HBAG in Aalsmeer.
Met het bezoek van de PD-functionarissen willen overheid en bedrijfsleven
deze SESA-medewerkers vertrouwd maken met het Nederlandse systeem
van kwaliteitsborging, hygiëne en toezicht. Dit moet er toe leiden
dat de fytosanitaire belemmeringen bij de invoer in Ecuador worden
weggenomen.
De buitenlandse
PD-ambtenaren maken uitgebreid kennis met de werkwijze van de
Nederlandse PD in Wageningen en de regio's. De kwaliteitsborging
van het plantaardig uitgangsmateriaal komt aan de orde bij het
bezoek aan de Naktuinbouw. Verder zal de delegatie een bezoek
brengen aan Bloemenveiling Aalsmeer en PPO in Naaldwijk.
Exportbelang
Belangrijk onderdeel van het programma is een bezoek aan enkele
vermeerderingsbedrijven in de regio Aalsmeer en Westland die actief
zijn op Ecuador. Uit cijfers van het HBAG blijkt dat de export
van uitgangsmateriaal van bloemkwekerijgewassen op Ecuador langzaam
toeneemt. Vorig jaar werd er in totaal voor zo'n 2,3 miljoen euro
geëxporteerd aan uitgangsmateriaal naar Ecuador, 1,2 % meer ten
opzichte van 2002. Ecuador staat hiermee op de 23e plaats van
belangrijkste exportlanden voor uitgangsmateriaal van bloemkwekerijgewassen.
Uitgangsmateriaal
voor de teelt snijbloemen is veruit het belangrijkst met 98 %
van de totale exportwaarde. De export van uitgangsmateriaal voor
potplanten neemt wel toe ten koste van uitgangsmateriaal voor
de snijbloementeelt. Belangrijke snijbloemen in Ecuador zijn o.a.
roos, alstroemeria en zomerbloemen als Delphinium en Aster. De
eindproducten vinden vooral hun weg naar de Verenigde Staten.
Kunnen
planten om hulp roepen in nood?
Gouda,
10 mei 2004 Nederlandse zaadbedrijven en Plant Research International
organiseren gezamenlijk het "EUCARPIA Capsicum & Eggplant Meeting
2004": een wetenschappelijk congres over de veredeling van paprika,
peper en aubergine.
Van 17 tot
en met 19 mei komen ruim honderd onderzoekers en veredelaars uit
de hele wereld samen in Noordwijkerhout. Ze zijn daar voor een
wetenschappelijk congres over de genetica en veredeling van paprika,
peper en aubergine. De organisatie van het congres is in handen
van de Nederlandse zaadbedrijven verenigd in Plantum NL en Plant
Research International. Dit alles onder de vlag van de Europese
organisatie voor veredelingsonderzoek "Eucarpia".
Op het programma
staan onder andere sessies over genetische bronnen, genetische
analyses, en resistentieveredeling. In deze sessies zullen onderzoekers
en veredelaars elkaar op de hoogte brengen van de nieuwste ontwikkelingen
op hun vakgebied. Verder zal Prof. dr. Marcel Dicke, hoogleraar
entomologie, uit de doeken doen hoe planten om "hulp" kunnen roepen
als ze belaagd worden door schadelijke insecten, en hoe dit gebruikt
kan worden in de veredeling. Tenslotte zijn excursies gepland
naar Naktuinbouw, The Greenery, De Ruiter Seeds en een paprikateler.
Meer informatie
over het congres vindt u op www.eucarpiacapsicum.nl
Topkennis,
een informatiebron voor studenten over de arbeidsmarkt voor Wageningse
ingenieurs
Gouda,
26 april, Een nieuwe website: www.wau.nl/topkennis
moet studenten, afgestudeerden met elkaar in contact brengen.
Op de site staan portretten van afgestudeerde ingenieurs die vertellen
over hun loopbaan. Deze informatie moet studiekiezers en studenten
helpen bij het maken van keuzes voor een studie.
Topkennis
geeft antwoord op vragen als: Wat voor mensen hebben ook jouw
studie gedaan? Waarom hebben ze destijds voor de studie gekozen?
Hebben ze stage gelopen in het buitenland en hoe is dat bevallen?
Waar werken ze nu en wat vinden ze van de baan? Waar kan ik eigenlijk
terechtkomen met mijn studie?
De website
is bedoeld om scholieren en studenten te helpen zich te oriënteren
op de mogelijkheden van de arbeidsmarkt na een wetenschappelijke
studie. Zo krijgen zij een beter beeld van wat je kan met een
studie. Een reactie van een scholier was dan ook: "een geweldige
informatieve site! want vaak heb je bij studies: leuk maar wat
kun je ermee?"
Op dit moment
staan er voornamelijk portretten van plantenwetenschappers op
de website. In de sector plantaardig uitgangsmateriaal werken
relatief veel plantenwetenschappers. Plantum NL heeft zich er
dan ook samen met Wageningen Universiteit voor ingezet om bedrijven
te bewegen mee te werken aan deze site, omdat het van belang is
jonge mensen te interesseren voor een baan in de sector.
Voor bedrijven
is het interessant om mee te werken aan de website, omdat het
een mogelijkheid is zich als bedrijf te presenteren. Geïnteresseerde
bedrijven en alumni die model willen staan voor een portret, kunnen
contact opnemen met Topkennis via: alumni@wur.nl
Ding
mee naar de Gerbera Award 2004
Gouda,
6 april Dit jaar zal de Gerbera Award worden uitgereikt aan de
gerberateler die bij twee keuringen op Keukenhof en Horti Fair
in totaal de hoogste score behaalt. De Gerbera Award is een wisselbeker
die elk jaar kan worden uitgereikt en beschikbaar wordt gesteld
door de gerberavermeerderaars.
Vorig jaar
is de Gerbera Award niet uitgereikt. Dit jaar is deze wisselbeker
echter nieuw leven ingeblazen met een aangepast reglement dat
in overleg met de vermeerderaars, VKC en de Landelijke Commissie
Gerbera van LTO Groeiservice tot stand is gekomen. De Award gaat
dit jaar naar de teler die opgeteld het hoogste puntenaantal heeft
van twee VKC-keuringen ongeacht de cultivar of prijsvraagcategorie.
Hiervoor gelden de punten die men behaalt bij de gerbera prijsvragen
op Keukenhof en Horti Fair. Voorheen telde alleen de hoogste VKC-score
op Keukenhof.
Gerberatelers
worden uitgedaagd om mee te dingen naar de wisselbeker. De Gerberashow
op Keukenhof is van 15 t/m 20 april 2004 en telers kunnen zich
nu aanmelden voor de kwekerscompetitie via hun gerbera-vertegenwoordiger
bij LTO Groeiservice. De winnaar van de Award zal tijdens de Horti
Fair bekend worden gemaakt. Tot die tijd kan men op de website
van de VKC (www.vkc.nl) de behaalde
scores bekijken.
Nieuwste
rozenvariëteiten nu te zien bij tien bedrijven
Op 15
en 16 april a.s. zetten tien rozenveredelingsbedrijven de deuren
open om het nieuwe rozenassortiment te presenteren aan klanten
en andere geïnteresseerden. Bezoekers krijgen door deze gezamenlijke
open dagen de mogelijkheid om in korte tijd kennis te nemen van
nieuwe aankomende topvariëteiten van diverse bedrijven.
Al sinds
enkele jaren is het voorjaar het seizoen waarin de nieuwe rozenrassen
aan het publiek wordt gepresenteerd. Dit is dan ook een ideaal
moment om de keuze te bepalen voor een nieuwe aanplanting, zeker
omdat de zomerplanting de afgelopen jaren steeds belangrijker
is geworden.
Klanten,
handelaren, veilingmedewerkers, onderzoekers, voorlichters zijn
van harte uitgenodigd om een kijkje te nemen bij de volgende bedrijven:
Hilverda
Rozen Selectie BV Olij Breeding BV Kordes Roses International
BV Perfect Roses rozenvermeerdering Piet Schreurs de Kwakel BV
Preesman BV Rozenberg Roses BV De Ruiter's New Roses International
BV Meilland Selectie Nederland Terra Nigra BV
De bedrijven
zijn op donderdag 15 en vrijdag 16 april open voor bezoekers tussen
10.00 uur en 18.00 uur. De medewerkers staan de bezoekers graag
te woord over het nieuwe assortiment.
Methylbromide
behouden voor sector aardbeien
Plantum
NL is positief over de verlenging van de toelating van Methylbromide,
onder andere voor de begassing van aardbeiplanten tegen aardbeimijt.
De verlenging is afgegeven tot 1 januari 2005. De toelatingshouder
heeft zich ervoor ingespannen om Methylbromide op de markt te
houden. Daarnaast heeft Plantum NL het CTB erop gewezen dat het
middel onmisbaar is voor de opkweek van aardbeiplanten.
"Aardbeiplantenproductie
zonder de mogelijkheid om plantmateriaal te gassen met methylbromide
wordt een lastige zaak", aldus de heer C. Bruin, Teammanager Groentegewassen
bij Naktuinbouw. Ook plantenkweker Jos Goossens benadrukt het
belang van Methylbromide. Hij zegt hierover: "Naast de enorme
toename van het gebruik van andere, minder effectieve, middelen
zou het wegvallen van Methylbromide zeer grote gevolgen hebben
gehad voor de export. Elke afgekeurde plant mag niet meer geëxporteerd
worden en verdachte planten worden ook geweerd door het importerende
land."
Plantum NL
zet zich dan ook niet alleen in voor het behoud van de toelating
van Methylbromide in Nederland. Ook wereldwijde "toelating" heeft
de aandacht. Daarom wordt via de Ozoncommissie van de Verenigde
Naties voor Methylbromide een critical use (onmisbare toepassing)
als begassing van aardbeiplanten aangevraagd. De Ozoncommissie
verleent vervolgens per jaar een vrijstelling voor het gebruik
van een bepaalde hoeveelheid Methylbromide voor een vooraf aangevraagde
toepassing. In samenwerking met het Ministerie van VROM, die de
aanvraag bij de Ozoncommissie moet verdedigen, wordt ook gekeken
of er op een eenvoudige manier een vrijstelling voor enkele jaren
kan worden verkregen.
Dit alles
betekent niet dat de sector nog jarenlang afhankelijk wil zijn
van Methylbromide. Plantum NL is met de aardbeienvermeerderaars
op zoek naar goede effectieve alternatieven. Dit vraagt echter
wel tijd.
Turkse
minister van Landbouw werkt hard aan de ontwikkeling van de tuinbouw
Tijdens
een bezoek van de Turkse minister van Landbouw aan Plantum NL
op dinsdag 27 januari werd bevestigd dat het Turkse parlement
heeft ingestemd met wetgeving voor het kwekersrecht. Daarmee is
een fundament gelegd voor de verdere ontwikkeling van de tuinbouw
in Turkije.
De minister
van Landbouw en Plattelandaangelegenheden (MARA) van Turkije,
prof. Dr. Sami Güçlü, en zijn delegatie werd door Plantum NL ontvangen
bij Rijk Zwaan Zaadteelt en Zaadhandel BV in De Lier. De minister
toonde zich in het bijzonder geïnteresseerd in de organisatie
van de afzet van groeten en fruit in Nederland.
Sinds het
bezoek van de vorige minister van Landbouw van Turkije in 2000
zijn de contacten en de samenwerking op overheidsniveau, maar
zeker ook in de sector geïntensiveerd. Voor de verdere ontwikkeling
van de Turkse tuinbouw, waarvoor goede perspectieven zijn, zal
door Turkije geïnvesteerd moeten worden in productontwikkeling,
voorziening van uitgangsmateriaal, technische begeleiding en de
beschikbaarheid van top rassen. Zowel op het gebied van groentezaden
alsook op het gebied van sierteeltuitgangsmateriaal heeft de Nederlandse
sector uitgangsmateriaal Turkije veel te bieden.
Naast de
instemming van het Turkse parlement met de wetgeving voor het
kwekersrecht heeft Turkije ook actie ondernomen om toe te treden
tot UPOV (Union for the Protection of New Varieties of Plants).
Ook worden er projecten opgestart om de Turkse fytosanitaire en
kwaliteitsregelgeving te harmoniseren met de Europese Unie. Verwacht
wordt dat deze projecten bij zullen dragen aan het oplossen van
problemen die de praktijk momenteel ondervindt in de handel met
Turkije.
Voorstellen
Sector Uitgangsmateriaal vinden gehoor!
Gouda,
23 januari, de voorstellen die Plantum NL namens de Sector Uitgangsmateriaal
naar voren bracht tijdens de hoorzitting van het Besluit Glastuinbouw
vinden gehoor! Zowel de voorzitter van de Stuurgroep, de heer
Bukman, als de voorzitter van het College van Deskundige de heer
Van Vliet, die zich over de normstelling van het Besluit hebben
gebogen, toonden begrip voor de complexiteit en diversiteit van
de sector. Toegezegd werd de voorstellen van Plantum NL serieus
te bezien.
In de reactie
tijdens de hoorzitting heeft Plantum NL gepleit voor één apart
cluster "sierteelt uitgangsmateriaal". Verder is voorgesteld
leegloop van kassen te mogen rekenen alsof er gewas in de kas
staat. Ook is geadviseerd onderscheid te maken tussen zomer- en
winterteelt, de stikstof-fosfaat verhouding voor uitgangsmateriaal
op 3:1 te zetten in plaats van 5:1 en een aparte module voor het
gebruik van remstoffen in te stellen. De voorstellen van Plantum
NL werden ondersteund door een tiental bedrijfspresentaties van
leden van Plantum NL.
Plantum NL
gaf verder aan zeer teleurgesteld te zijn in het feit dat de tot
nu toe geleverde inspanningen van de sector om tot aanvaardbare
normen te komen (nog) niet gehonoreerd zijn. Tot slot brak Plantum
NL een lans voor het instellen van een emissienorm voor meststoffen
in plaats van een gebruiksnorm.
"De Sector
Uitgangsmateriaal kan met de nu voorliggende normen absoluut niet
uit de voeten" zei de heer Verweij, secretaris van de Hoofdcommissie
Gewasbescherming en Milieu van Plantum NL, "maar de sector wil
vooruit, ook met het Besluit Glastuinbouw. De ingediende voorstellen
helpen daarbij. Aan u de taak de sector de kans te geven dit ook
te realiseren."
|