Persberichten
Plantum NL
Hieronder vindt u de persberichten van Plantum NL per jaargang vanaf 2001.
De nieuwste persberichten
oude persberichten uit 2010
oude persberichten uit 2009
oude persberichten uit 2008
oude persberichten uit 2007
oude persberichten uit 2006
oude persberichten uit 2005
oude persberichten uit 2004
oude persberichten uit 2003
oude persberichten uit 2002
oude persberichten uit 2001
20 december 2007
Ketenmarketing moet! Ook in de glastuinbouw!
De Wageningen Business School (WBS) en LTO Groeiservice starten het leerprogramma ‘Ketenmarketing Moet! Ook in de glastuinbouw!’ Het leerprogramma is bestemd voor ondernemers en marketingverantwoordelijken van bedrijven uit alle schakels van het glastuinbouwcluster (veredeling, vermeerdering, productie, handel, distributie, retail).
Marketing is een vraagstuk waar tuinbouwondernemers geregeld mee worstelen. Marketing is ook typisch een vraagstuk waarbij een clusterbenadering gewenst is: zonder afstemming met andere schakels is het aanboren van een nieuw marktsegment met een nieuw product immers weinig kansrijk. Het leerprogramma ‘Ketenmarketing Moet! Ook in de glastuinbouw!” heeft deze onderlinge afstemming als uitgangspunt.
Programma
Het leerprogramma ‘Ketenmarketing Moet! Ook in de glastuinbouw!” bestaat uit drie stappen.
1. Op 24 januari 2008 vindt een startbijeenkomst plaats voor ondernemers en voor marketingmedewerkers. Op deze startbijeenkomst geven twee interessante sprekers een inleiding over de rol van ketenpartijen bij marketing. Tevens zal Cock van Bommel van LTO Groeiservice uitleg geven over de themabijeenkomsten die worden georganiseerd. Deelname aan de startbijeenkomst is gratis.
2. Vanaf 6 maart 2008 worden op aansprekende locaties 5 themabijeenkomsten georganiseerd. Voor deze bijeenkomsten worden interessante inleiders uitgenodigd. Na de inleiding worden de ketenpartijen binnen de sector voeding en sierteelt ‘gescheiden’, zodat ze apart van elkaar de vertaalslag maken naar de eigen keten kunnen maken. Deelname aan deze workshops kost 975 euro.
3. Na afsluiting van de themabijeenkomsten kunnen de deelnemers het geleerde binnen hun eigen keten toepassen. Indien gewenst kan deskundige hulp worden ingeschakeld. Tevens kunnen studenten van Wageningen UR en Hogeschool INHOLLAND ingezet worden om onderzoek te doen.
‘Ketenmarketing Moet! Ook in de glastuinbouw!’ is een initiatief van de Wageningen Business School (WBS). De uitvoering is in handen van LTO Groeiservice. Meer informatie over het leerprogramma is te vinden in dit document of op de website van LTO Groeiservice. Aanmelding is alleen mogelijk via genoemde site. De bijbehorende folder kunt u hier vinden.
terug naar index
31 oktober 2007
Geen betere regelgeving voor gewasbeschermingsmiddelen
De stemming van het Europees Parlement over de nieuwe gewasbeschermingsrichtlijn gaat volledig voorbij aan de wensen en behoeften van de telers en veredelingsbedrijven. Veel van de nu beschikbare en noodzakelijke middelen komen door dit besluit in de gevarenzone of zullen zelfs van de markt verdwijnen. Ook de EU-toelating voor zaadbehandelingsmiddelen lijkt hiermee van de baan.
Voor de veredelingsbedrijven is vooral het feit dat de zwaarbevochten EU-toelating met wederzijdse erkenning voor specifieke zaadbehandelingsmiddelen niet doorgaat een tegenslag. Met een dergelijke EU-toelating zou één aanvraag voor toelating namelijk volstaan voor de hele EU waardoor het beschikbare middelenpakket voor zaadbehandeling aanzienlijk vergroot zou worden. Ook het milieu is hier niet mee gebaat. Een specifieke zaadbehandeling aan het begin van de keten kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de rest van de keten namelijk met wel 90% verlagen in vergelijking met de reguliere veldbespuiting. In feite is en blijft deze techniek slachtoffer van haar eigen succes. Door het geringe gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is het voor een producent economisch namelijk niet rendabel om voor iedere afzonderlijke EU lidstaat een toelating aan te vragen. De EU-toelating met wederzijdse erkenning had dit probleem opgelost.
Een vergelijkbaar probleem doet zich voor bij de zogenaamde ‘Minor Uses’, dat wil zeggen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor kleine teelten en/of zaadproductie. Ook hier is het door de afzonderlijke EU-toelating per lidstaat voor een producent niet interessant om de toelating, die er vaak al is voor grotere gewassen, uit te breiden naar kleinere teelten. Zo kan het voorkomen dat een middel wel gebruikt mag worden in de vollegrondteelt van bloemkool, maar niet bij de veredeling van diezelfde bloemkool in de kas.
De European Seed Association (ESA) en
Plantum NL
maken zich nu hard bij de Europese Raad voor een meer afgewogen en praktische benadering van het probleem dan de door het Europees Parlement ingeslagen weg.
terug naar index
28 september 2007
Derogatie wintertarwe gaat niet door
Het derogatieverzoek voor wintertarwe dat het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op verzoek van Plantum NL heeft ingediend bij de EU is niet gehonoreerd. Uit de door de EU verplichte inventarisatieronde is namelijk gebleken dat andere EU-lidstaten voldoende zaaizaad aan kunnen bieden om het tekort in Nederland te compenseren. Het derogatieverzoek is hiermee vervallen.
terug naar index
26 september 2007
Genuanceerd oordeel over Nederlandse kwekerijen in Kenia
Door RTL-4 is het beeld geschetst dat Nederlandse kwekerijen in Kenia slechte werkgevers zouden zijn en de natuur rond Lake Naivasha belasten. MPS (Milieu Programma Sierteelt) herkent dit beeld niet. Er zijn in het betreffende gebied 40 aangesloten MPS-bedrijven, goed voor 70% van de productie. Deze bedrijven zijn over het algemeen eigendom van Nederlanders, Kenianen en Britten. Dat deze bedrijven zich wel degelijk om arbeidsomstandigheden bekommeren, blijkt uit het feit dat een flink aantal van hen het certificaat MPS Socially Qualified heeft behaald. De milieu-eisen zijn afgedekt door de milieucertificaten MPS-A, -B of -C, waaraan de bedrijven voldoen.
Van 70% van de productie is dus bekend hoe het ervoor staat op het gebied van arbeid en milieu. Nagenoeg alle in Kenia gevestigde Nederlandse bedrijven behoren tot deze groep.
Overigens is het belangrijk te weten dat zowel bij de MPS-deelnemers als bij die 30% die niet via MPS registreren ook bedrijven zitten die aangesloten zijn bij de Kenya Flower Council. En die zich dus houden aan de richtlijnen die KFC voor certificering stelt. Het resterende deel zijn kleine bedrijfjes die niet gecertificeerd zijn en zich puur richten op de lokale markt.
MPS Socially Qualified
MPS Socially Qualified is een certificaat dat ontwikkeld is in samenwerking met het Nederlands Bloemen Beraad (waarin o.a. vertegenwoordigd Both Ends, FNV Bondgenoten, OLAA). Het certificaat stelt eisen ten aanzien van arbeidsvoorwaarden, veiligheid en arbeidsomstandigheden op het bedrijf.
Fair Flowers Fair Plants (FFP)
Twintig gecertificeerde bedrijven hebben aanvullend op de MPS-certificering bovendien gekozen voor Fair Flowers Fair Plants (FFP). Dit is een internationaal consumentenlabel voor duurzaam geteelde bloemen en planten. FFP-producten zijn reeds in 4 landen te verkrijgen en vanaf januari 2008 ook in Nederland te koop. Bedrijven die meedoen aan FFP voldoen aan strenge criteria op het gebied van milieu en sociale aspecten. De certificaten MPS-A en MPS Socially Qualified (of gelijkwaardige certificaten) kunnen worden gebruikt om aan de eisen te voldoen.
terug naar index
24 september 2007
Kwekersrechthouders halen hun gelijk in China
Lily Zhang, studente aan de Hogeschool Larenstein, heeft in opdracht van Plantum NL onderzoek gedaan naar de rechtzaken in China over inbreuk kwekersrecht. Dit alles is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het HBAG. Na een analyse van 42 gerechtelijke uitspraken en 68 schikkingzaken blijkt dat de kwekersrechthouder veelal in het gelijk wordt gesteld. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat alle bestudeerde zaken zijn gestart door Chinese bedrijven. Verder heeft de meerderheid van de geschillen betrekking op landbouwzaden, en dan met name maïs. In het gros van de zaken vindt de uitspraak plaats op basis van foto’s van de inbreukmakende partij, verkoopbonnen of verpakkingsmateriaal. Slechts in twee gevallen heeft een daadwerkelijke rasvergelijking plaatsgevonden.
Voor Nederlandse veredelingsbedrijven is het van belang inzicht te krijgen in de handhavingmogelijkheden die het Chinese rechtssysteem de kwekersrechthouder biedt. De beslissingen van de rechtbanken in China zijn echter moeilijk toegankelijk. Dit komt onder andere door het feit dat er in China geen gecentraliseerde databank met gerechtelijke uitspraken bestaat. Jurisprudentie wordt per rechtbank, schriftelijk, bewaard. Mevrouw Zhang heeft in overleg met Plantum NL twee provincies, Shandong en Liaoning, uitgekozen om daar de relevante uitspraken te verzamelen.
Mevrouw Zhang heeft uiteindelijk 42 uitspraken van een rechter en 68 schikkingzaken gevonden. Vrijwel alle geschillen hebben betrekking op landbouwzaden, met name maïs. Opvallend is dat daar waar de rechter een uitspraak doet, de kwekersrechthouder veelal in het gelijk wordt gesteld. In alle gevallen werd de rechtzaak aangespannen door Chinese kwekersrechthouders. Dit laatste is te verklaren door het feit dat er momenteel weinig buitenlandse bedrijven in het bezit zijn van een Chinees kwekersrecht. In het gros van de zaken vindt de uitspraak plaats op basis van bewijsmateriaal zoals foto’s van de inbreukmakende partij, verkoopbonnen of verpakkingsmateriaal. Slechts in twee gevallen heeft een daadwerkelijke rasvergelijking plaatsgevonden. In beide gevallen werd gebruik gemaakt van een DNA-analyse. In geen enkele zaak is gebruik gemaakt van vergelijkend rassenonderzoek op basis van de zogenaamde DUS criteria. Dit is opvallend omdat deze criteria een nadrukkelijke rol spelen in het aanvragen van kwekersrecht. Samengevat is procederen tegen inbreukmakers in China niet zo uitzichtloos als wel eens gedacht. Onze analyse toont namelijk aan dat procederen wel degelijk kans van slagen heeft. Wel blijkt dat er tot nu toe weinig ervaring is opgedaan met het daadwerkelijk aantonen dat een inbreukmakend ras identiek is aan het ras van de kwekersrechthouder.
terug naar index
21 september 2007
Plantum NL benoemt nieuwe voorzitter!
Op vrijdag 21 september werd, tijdens de Algemene Ledenvergadering van
Plantum NL
, de heer
Wim Nijssen
voor een periode van 2 jaar benoemd als nieuwe voorzitter van
Plantum NL. De
heer Nijssen treedt hiermee in de voetsporen van zijn voorganger René le Clercq.
Voor de opvolger van de heer
René le Clercq
, Algemeen Directeur bij Fides BV, heeft
Plantum NL
wederom gekozen voor een persoon uit de eigen organisatie. De nieuwe voorzitter,
Wim Nijssen
, is in het dagelijks leven dan ook actief als Algemeen Directeur bij Takii Europe BV. De komende 2 jaar zal hij zich daarnaast, als voorzitter van
Plantum NL
, vol overgave inzetten voor de belangen van
Plantum NL en
haar leden.
Plantum NL
ziet de toekomst dan ook met vertrouwen tegemoet. Met het vertrek van de heer Le Clercq als voorzitter, verliest
Plantum NL
een goede betrokken voorzitter, die zijn functie met veel enthousiasme heeft vervuld. De nieuwe voorzitter,
Wim Nijssen
, bedankte de heer Le Clercq dan ook hartelijk voor zijn inzet voor de organisatie.
Nico Jongerius van
Plantenkwekerij Jongerius Houten BV werd tot vice-voorzitter benoemd van Plantum NL.

René le Clercq (links) overhandigt de voorzittershamer aan Wim Nijssen (rechts)
terug naar index
30 augustus 2007
Voortgang nieuwe regels voor bovenafscherming groeilicht
De Stichting Natuur en Milieu en LTO Glaskracht hebben op 2 november 2006 afspraken gemaakt over de beperking van lichthinder uit tuinbouwkassen. Zie hiervoor ook het eerdere bericht.
Het ministerie van VROM werkt momenteel de afspraken uit in een wettekst. De verwachting is dat de definitieve regels eind 2007 bekend zijn en dat deze ingaan vanaf juli/augustus 2008. Zodra er meer informatie bekend is over de daadwerkelijke wetteksten, wordt dit aangegeven.
Standpunt LTO Noord Glaskracht
Het belang van goede regels ten aanzien van het terugdringen van de lichtemissie is evident. Wil de glastuinbouw voldoende ontwikkelingsmogelijkheden houden, dan is terugdringen van de lichthinder noodzakelijk. Echter, voor de sector moet de nieuwe regelgeving wel realiseerbaar (haalbaar en betaalbaar) zijn.
Voor LTO Noord Glaskracht gelden dan ook de volgende uitgangspunten voor de nieuwe regels:
- Bij veel teelten is het aanbrengen van een scherm slechts mogelijk tijdens de teeltwisseling en deze is lang niet altijd jaarlijks. Ook ten aanzien van de bestaande schermen, zijn wij van mening dat er een overgangsperiode moet komen. Voorkomen moet worden dat schermen die nog goed zijn, moeten worden vervangen. Kortom bestaande belichters moeten de zekerheid krijgen dat ze 3 à 4 jaar de tijd krijgen om hun bestaande schermen te vervangen voor 95%-schermen;
- Met SNM is afgesproken dat er een overgangsregeling moet komen voor 95% schermen. In het plan van aanpak is opgenomen dat er voor schermen een afschrijvingstermijn geldt van 7 jaar. Derhalve moet er in 2014 ook voor 95% schermen een afschrijvingsperiode van 7 jaar gelden, dus tot uiterlijk 2021 (2014 plus 7 jaar, 95% schermen mogen immers tot 2014 worden geïnstalleerd);
- Bedrijven die recentelijk een 85%-scherm hebben geïnstalleerd, krijgen een overgangsperiode van 4 jaar. Wij zijn van mening dat deze bedrijven gedurende deze periode zelf moeten kunnen aangeven volgens welk regime ze willen schermen. Het regime vanuit de MIA (zon onder zon op volledig gesloten) of de nieuw regels (6 uur durende donkerteperiode gevolgd door zoveel mogelijk gesloten in de na-nacht). De ondernemers moeten hun keuze dan wel vooraf aan het bevoegd gezag aangeven.
terug naar index
28 augustus 2007
Minister Verburg bezoekt Plantum NL bij De Ruiter Seeds
Minister Verburg van LNV heeft op maandag 27 augustus op uitnodiging van Plantum NL een werkbezoek afgelegd om te praten over belangrijke thema’s als fytosanitaire keuringen in het bedrijf, ‘Werken aan Winst’ en het kwekersrecht in de sector uitgangsmateriaal. Het werkbezoek vond plaats bij De Ruiter Seeds in Bergschenhoek, een van Nederlands toonaangevende bedrijven op het gebied van groenteveredeling. De minister verklaarde zeer onder de indruk te zijn van de innovatiekracht van de sector en loofde de aandacht voor duurzaamheid.
Nederland heeft wereldwijd een toppositie in de ontwikkeling van uitgangsmateriaal. Dat is voor het innovatieplatform van Premier Balkenende reden geweest om de sector uitgangsmateriaal als onderdeel van Flowers & Food te benoemen tot sleutelgebied en reden voor minister Verburg om zich op de hoogte te laten brengen van de laatste ontwikkelingen in de sector.
Uitvoering fytosanitaire keuringen door bedrijven
Naast de wens van Plantum NL om de mogelijkheden voor samenvoeging van de keuringsdiensten te onderzoeken en het dossier gewasbeschermingsmiddelen werd ook nadrukkelijk het belang van het zelf uitvoeren van plantenziektetoetsen door bedrijven besproken. De minister begrijpt de wens van het bedrijfsleven, maar stelt dat daar in Brussel en ook wereldwijd op dit moment geen draagvlak voor is.
‘Werken aan Winst’
De sector is onaangenaam verrast door de ontwikkelingen in Brussel met de aanpak van de afschrijvingsbeperking van kassen volgens de wet ‘Werken aan Winst’ en heeft de minister verzocht alles in het werk te stellen om afschrijving van de kassen te handhaven.
Kwekersrecht
Kwekersrecht vormt voor de veredelingsbedrijven het middel om hun investeringen terug te kunnen verdienen. Het feit dat nog niet alle landen een adequaat kwekersrecht hebben of een kwekersrecht dat nog niet in lijn is met UPOV 1991 is voor de internationale handel een probleem. Dit speelt onder andere in India, China en Afrika. Plantum NL heeft minister Verburg gevraagd hier in officiële missies aandacht aan te besteden.
Zorgen over de toekomst van de PD
Tijdens de discussie uitte Plantum NL ook haar zorgen over de voorgenomen integratie van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) en Algemene Inspectiedienst (AID) in de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). “Een effectief fytosanitair beleid, een sterke PD voor de EU en adequaat optreden door de PD bij een fytosanitaire calamiteit zijn van het allergrootste belang voor de sector”, aldus
Aad van Elsen
, directeur van Plantum NL. De sector ziet liever een samenvoeging van PD en keuringsdiensten in een nieuwe organisatie. De minister deelt deze mening niet en garandeerde dat de voorgestelde integratie de PD taken als zodanig niet zal raken, maar slechts tot doel heeft om tot een bezuiniging op overhead te komen.
2 augustus 2007
Marktinformatie Potplanten
In deze nieuwsbrief o.a. enkele specifieke productonderzoeken. Hoe kopen consumenten in NL, D, F en GB de lelie en de pioenroos het liefst? Welk imago hebben de bromelia en de kerstster? En welke hortensia is het meest geliefd? Daarnaast is in de Kamerplantentest Duitsland te lezen welke planten Duitsers wel of niet aantrekkelijk vinden. Tevens geven bloemisten hun mening over de anjer. Daarnaast zijn weer een aantal nieuwe marktmonitoren verschenen.
U kunt de rapporten downloaden door op de links te klikken en in te loggen. Nog vragen over een bepaald onderzoek? Neemt u dan gerust contact met ons op via info@tuinbouw.nl of 079-3470633.
Consumentenscan Lelie en Pioenroos
Kwantitatief onderzoek onder bloemenkopers in de kernlanden (NL, D, F en GB), waarin de Lelie aziaat en longiflorum en de pioenroos centraal staan. Waar koopt men deze bloemen het liefst voor? Welke kleuren vindt men het mooist? Wat vinden ze minder positief aan de bloem? De verschillen in kennis, houding en koopgedrag tussen de vier landen worden weergegeven. Download hier de rapporten Lelie en Pioenroos
Consumentenscan Bromelia, Hortensia en Kerstster
Ook voor de planten bromelia, hortensia en kerstster is consumentenonderzoek uitgevoerd in de kernlanden (NL, D, F en GB). Welk imago heeft de plant in de ogen van plantenkopers? Kopen ze de plant voor eigen gebruik of cadeau? Met sierpot of liever zonder? Wat zijn de sterke en zwakke punten aan de plant? De verschillen in kennis, houding en koopgedrag tussen de vier landen worden weergegeven. Download hier de rapporten Kerstster, Bromelia en Hortensia
Detaillistenscan Anjer
Drie vijfde van de Nederlandse bloemisten heeft de afgelopen 12 maanden de standaardanjer verkocht. In Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië ligt dat percentage beduidend hoger. Dit blijkt uit onderzoek onder bloemisten in de vier kernlanden. In Groot-Brittannië is het ongebruikelijk om de anjer als monobos te verkopen, in Frankrijk is dat heel normaal. Nederlandse bloemisten verwerken de anjer het liefst in gemengde boeketten en Duitse bloemisten verdelen de anjers gelijkmatig over mono, gemengd en bloemstuk. Meer weten over de mening van bloemisten over de anjer? Download hier rapport 2007-45
Ketens in kaart Denemarken
Deskresearch waarbij de structuur en de ontwikkelingen binnen de Deense retailketens zoals supermarkten, bloemisten, tuincentra, bouwmarkten en warenhuizen in kaart is gebracht. Waar mogelijk is informatie over bloemen en planten weergegeven. Download hier rapport 2007-30
Kamerplantentest Duitsland
Met welke planten kunnen Nederlandse leveranciers zich op de Duitse markt onderscheiden? Om dit te onderzoeken heeft Productschap Tuinbouw een kamerplantentest in Duitsland uitgevoerd. Tijdens groepsdiscussies in München en Köln zijn 15 relatief nieuwe kamerplanten aan consumenten voorgelegd. Zo blijkt dat planten met toegevoegde waarde en decoratieve materialen de Duitse consument aanspreken. Dit moeten wel natuurlijke materialen zijn en een natuurlijke uitstraling hebben. Opdringerige, felle kleuren of donkere, saaie kleuren spreken minder aan. Download hier rapport 2007-35
Markt- en straathandel Polen
De markt- en straathandel is, na de bloemist, het belangrijkste aankoopkanaal voor bloemen en planten in Polen. Dit onderzoek onder markt- en straathandelaren in Warschau, Krakov en Gdansk biedt inzicht in o.a. marktontwikkelingen, assortiment en imago van Nederlandse producten en leveranciers. Download hier rapport 2007-39
Nieuwe Marktmonitoren 2007!
In de inmiddels welbekende Marktmonitoren worden de ontwikkelingen binnen de productie en afzet van sierteeltproducten in een bepaald land beschreven. Onderwerpen als economie, marktomvang, consument, detailhandel, groothandel, import/export en lokale productie komen aan bod. Onlangs zijn de volgende marktmonitoren verschenen: België, Duitsland, Ierland, Oostenrijk, Portugal en Verenigd Koninkrijk. In de komende maanden zullen nog meer marktmonitoren verschijnen.
Tuinbouw Inspraak Panel
De sector, en daarmee ook u als ondernemer, bepaalt zelf welke activiteiten het PT van de heffingsopbrengsten mag uitvoeren. Wij willen u hier meer bij betrekken en willen dan ook graag uw mening horen. U kunt lid worden van het Tuinbouw Inspraak Panel. Dit zijn ondernemerspanels per sector waarvoor u zich aan kunt melden. Uw mening telt! Aanmelden TIP
terug naar index
16 juli 2007
Het Ei van Columbus
Schuttelaar & Partners organiseert dit jaar het Ei van Columbus, dé prijs voor innovatie en duurzaamheid. Met de slogan 'win het Ei van Columbus' wordt de prijs iedere twee jaar uitgereikt. Het Ei van Columbus is de grootste duurzaamheidsprijs van Nederland en wordt ondersteund door maar liefst zeven ministeries. Daarnaast is de prijs ook de voorronde voor de prestigieuze European Business Awards for the Environment, die door de Europese Commissie wordt georganiseerd.
Wanneer u in de gelegenheid bent schroom dan niet om ook uw relaties te wijzen op het Ei van Columbus via de bijgevoegde nieuwsbrief. De inschrijving sluit op 25 september, maar eerder aanmelden strekt tot aanbeveling.
Komkommernieuws bij Plantenkwekerij Van der Lugt
Plantenkwekerij Van der Lugt kwam in het nieuws met de ontwikkeling van een komkommervernieuwing. Om het gehele item te zien kunt hier klikken.
Goede respons meldplicht gebruik eigen zaaizaad en pootgoed
Zo’n 10.000 van de 14.000 aangeschreven telers hebben tot nu toe gehoor gegeven aan de meldplicht voor het gebruik van eigen zaaizaad en pootgoed. Ruim 25% van deze meldingen zijn gedaan via de website www.eigenzaaizaad.nl. Dit ondanks het feit dat er dit jaar enkele problemen waren met het gebruik van de website. Blijkbaar voorziet de website in een duidelijke behoefte.
Afgelopen voorjaar zijn ongeveer 14.000 telers aangeschreven om hen te wijzen op de wettelijke meldplicht voor het gebruik van eigen zaaizaad en pootgoed. Om de administratieve lasten voor de telers te beperken bevatte deze mailing ook een opgaveformulier waarmee de telers eenvoudig hun eigen gebruik konden melden voor zowel zaaizaad van granen als pootgoed van aardappelen. Melding is ook mogelijk via de website www.eigenzaaizaad.nl. Ook telers die wel gebruik hebben gemaakt van eigen zaaizaad van granen of pootgoed van aardappelen maar niet zijn aangeschreven kunnen hun gebruik melden via deze website. Het niet ontvangen van de mailing ontheft deze telers namelijk niet van hun wettelijke meldplicht.
Tot nu toe hebben zo’n 10.000 van de 14.000 aangeschreven telers gereageerd op de mailing. Een goede respons die getuigt van commitment bij de telers. Telers zijn zich er blijkbaar van bewust dat ze voor een goede oogst mede afhankelijk zijn van nieuwe en beter presterende rassen. De ontwikkeling van deze nieuwe rassen wordt onder andere gefinancierd uit de door de telers betaalde vergoedingen voor het eigen gebruik. Eigenlijk is het betalen van de vergoeding dus een kleine investering in de eigen toekomst van de teler. Telers die hun gebruik van eigen zaaizaad of pootgoed nog niet gemeld hebben, of die nog niet gereageerd hebben op de brief van
Plantum NL
, kunnen dat nog steeds doen via de website of via het opgaveformulier.
Plantum NL
heeft er afgelopen jaar hard aan gewerkt om de website en het meldformulier te verbeteren, zodat de melding eenvoudig en in luttele minuten gedaan kan worden. Zo is de website in 2007 al veel overzichtelijker geworden dan de eerste versie van 2006. Dit mede naar aanleiding van opmerkingen die
Plantum NL
in 2006 heeft ontvangen van telers. Desondanks kan het zijn dat telers enkele problemen hebben ervaren bij het doen van de melding. Naar aanleiding van deze ervaringen en nuttige suggesties van telers zal
Plantum NL
ook komend jaar enkele verbeteringen doorvoeren.
Gezond en veilig werken door jongeren in de agrarische sector
In de Arbeidstijdenwet is vastgelegd dat kinderen (15 jaar en jonger) in principe niet mogen werken. Maar voor werkzaamheden van lichte aard wordt een uitzondering gemaakt. In de Nadere Regeling Kinderarbeid is vastgelegd wat onder deze werkzaamheden van lichte aard wordt verstaan.
Omdat 16 en 17 jarigen (jeugdigen) mogen werken, maar vanwege hun leeftijd en ervaring mogelijk nog wel extra risico’s lopen zijn in het arbeidsomstandighedenbesluit werkzaamheden vastgelegd die jeugdigen niet of alleen onder begeleiding mogen uitvoeren.
Per 1 april 2007 is de Nadere Regeling Kinderarbeid aangepast. Belangrijke wijzigingen zijn:
- 13 en 14 jarigen mogen op zaterdagen nu maximaal 7 uur ipv 6 uur werken.
- Kinderen mogen nu om 7.00 uur ipv 8.00 uur beginnen.
- Kinderen mogen nu (onder strikte voorwaarden) werken aan een lopende band.
- Als van een gewasbeschermingsmiddel bekend is dat de herbetredingstijd van een gewas minder is dan 14 dagen, mogen kinderen nu binnen 14 dagen werken in of met het behandelde gewas.
IDe flyer met de uitgebreide informatie over wat de regelgeving voor agrarische bedrijven betekent die met jongeren (willen) werken kunt u hier downloaden (100kb)
Project ter verbetering van het Chinees kwekersrecht officieel van start gegaan
Plantum NL en Naktuinbouw tekenden op 11 april een samenwerkingsovereenkomst met de Chinese overheid om het kwekersrechtsysteem in China verder te ontwikkelen. Het samenwerkingsproject, dat wordt gefinancierd uit de Azië-faciliteit van het Ministerie van Economische Zaken is daarmee officieel van start gegaan.
De tweejarige samenwerkingsovereenkomst werd ondertekend in het Holland paviljoen op de Hortiflor in Shanghai. Van Chinese zijde werd een handtekening gezet door de heer Duan Wude, directeur van het Development Center for Science and Technology van het Ministry of Agriculture in Beijng en door de heer Zhang Baoxi, adjunctdirecteur van het Institute for Vegetables and Flowers. Van Nederlandse zijde tekenden de heer René le Clerq, voorzitter van Plantum NL en de heer Nico Koomen, directeur van Naktuinbouw. Ook mevrouw Gabrielle Nuytens van de Nederlandse landbouwraad en de heer Eric Verwaal, de Nederlandse Consul-Generaal waren bij deze ceremonie aanwezig. Het landelijke blad voor de agrarische sector in China, Farmers Daily, rapporteerde middels een interview met de heer drs. René de Clercq, voorzitter van Plantum NL, op positieve wijze over de huidige samenwerking.
Het project is gericht op het verbeteren van de administratieve procedures voor de aanvraag van het kwekersrecht en tevens op de verbetering van het technisch onderzoek dat nodig is om te kunnen beoordelen of een ras nieuw, onderscheidbaar, uniform en stabiel is. Hiertoe zullen de komende twee jaar een groot aantal Chinese onderzoekers worden getraind. Dit zal worden gedaan door Naktuinbouw, de organisatie die in Nederland onder andere verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het kwekersrechtonderzoek. De Chinese kwekersrechtwetgeving voorziet op dit moment in beschermingsmogelijkheden voor een beperkt aantal gewassen. Met het verbeteren van het onderzoek hoopt Nederland dat het kwekersrecht voor meerdere gewassen zal worden opengesteld. Zeker voor de sierteeltgewassen is hier een grote behoefte aan. Bedrijven zijn nog steeds zeer terughoudend met het verhandelen van hun nieuwste rassen zolang het kwekersrecht in China hun niet de nodige bescherming biedt. Bij Chinese telers leeft echter sterk de wens om deze nieuwe rassen in productie te nemen. Het feit dat Chinese bedrijven hierdoor ook het belang in gaan zien van een goed kwekersrechtsysteem is volgens Plantum NL cruciaal . Het elfde vijfjarenplan van de Chinese volksrepubliek dat onlangs is gepubliceerd heeft de verbetering van kwekersrecht overigens expliciet in de doelstelling opgenomen.

Marcel Bruins benoemd tot nieuwe secretaris generaal van ISF
Aan de geïnteresseerden van het ISF World Seed Congress 2007
Gouda, 18 april 2007
Bijgaand vindt u de mededeling dat
Marcel Bruins
(lid van Hoofdcommissie Intellectueel Eigendom) benoemd is tot nieuwe secretaris generaal van ISF. Wij zijn blij met deze benoeming en gaan er vanuit dat de jarenlange goede samenwerking binnen
Plantum NL
nu ook bij ISF zijn vruchten gaat afwerpen.
Met vriendelijke groet,
Aad van Elsen
directeur
Klik hier voor de mededeling vanuit ISF
Directieteam Floriade compleet
Met de komst van Erna van de Ven als Directeur Marketing, Communicatie & Sales is het directieteam van de Regio Venlo Floriade 2012 B.V. sinds kort compleet. Het team bestaat verder uit Paul Beck (Algemeen Directeur), Bert Stek (Financieel Directeur) en Sven Stimac (Directeur Projecten). Ben van Drueten (Vennootschapssecretaris), Ingrid Backus Van Rhienen (Office Manager), Juliette Pijpers (Public Relations) en Lonneke Bergmans (Assistente Directeur Marketing, Communicatie & Sales) completeren het Floriade-team.
Presentatie 1e concept parkplan
Op 1 maart 2007 presenteerde de Regio Venlo Floriade 2012 B.V. het eerste concept van het parkplan aan de gemeenteraden van de gemeenten, die samen de Regio Venlo vormen, én aan Provinciale Staten van Limburg. Dat gebeurde in de raadszaal van de gemeente Horst aan de Maas. Op 6 maart werden de colleges van de dertien Noord-Limburgse gemeenten én Gedeputeerde Staten ingelicht over de stand van zaken van het mega-evenement. Voor meer informatie over dit bericht kunt u contact opnemen met Sven Stimac, e-mail sven.stimac@floriade.nl of telefoon 077-399 81 50.
Website
De Floriade 2012 heeft per 1 april 2007 een website: www.floriade.nl. Op deze site is informatie te vinden over zaken als de historie van de Floriade, het terrein waar het evenement in 2012 plaatsvindt, de thematische opzet van de zesde Floriade en de organisatie. Ook persberichten en beeldmateriaal staan op de site.
Uitbraken van valse meeldauw in sla door nieuwe Bremia-fysio’s in 2006 zijn alleen lokaal van belang
De International Bremia Evaluation Board heeft alle Bremia-isolaten die in 2006 gevonden zijn geëvalueerd. Geen van de gevonden isolaten kon benoemd worden als nieuw Bl: fysio. Naast het gebruik van resistente rassen benadrukt de Board het belang van chemische bestrijding en hygiëne-maatregelen om het ontstaan van nieuwe fysio’s te voorkomen.
Bremia lactucae, of valse meeldauw in sla, is zeer variabel en heeft zich kunnen aanpassen aan veel van de resistenties die gebruikt worden door sla-veredelaars. Daarom is het belangrijk om de ontwikkeling van Bremia fysio's op de voet te volgen en nieuwe fysio's te benoemen zodra deze de kop opsteken en gevaarlijk worden voor de slateelt in een groot gebied.
De International Bremia Evaluation Board (IBEB) had op vrijdag 9 maart 2007 haar jaarlijkse vergadering in Parijs om de Bremia lactucae-isolaten te evalueren die in 2006 en
2005 in
Europa zijn aangetroffen. Ongeveer 1/3 van alle aantastingen die in 2006 geanalyseerd zijn betroffen eerder beschreven en officieel benoemde Bl: fysio’s, voornamelijk Bl:22, 24 en Bl:25 of sterk gerelateerde fysio’s (“Bl:” is de officiële code waarmee fysio’s van Bremia lactucae worden aangeduid). Bij de meest gevonden isolaten betrof het nieuwe varianten die niet waren aangetroffen in eerdere jaren. Het merendeel van deze tot dusver onbekende varianten werd slechts één of enkele malen aangetroffen. Een aantal van deze isolaten was in staat om de resistentie van sommige Bl: 1-25 resistente rassen te doorbreken. Echter, geen van de nieuwe varianten is belangrijk genoeg om tot nieuw fysio benoemd te worden, omdat ze alleen lokaal van belang lijken te zijn en niet in staat om te overleven. Zelfs binnen één slaproductieveld kunnen meerdere instabiele fysio’s aanwezig zijn.
IBEB gelooft dat de toenemende variatie en instabiliteit van Bremia het resultaat is van toegenomen variatie in de resistentiegenen die door veredelaars gebruikt worden, en de geïntegreerde teeltmaatregelen van plantenkwekers en telers. De potentiële ontwikkeling van nieuwe belangrijke fysio’s lijkt ook te worden belemmerd door de variatie in gebruikte resistentiegenen. Deze situatie is tamelijk nieuw en IBEB heeft besloten om gedurende een jaar de verdere verspreiding, verschijning en stabiliteit van potentiële nieuwe fysio’s te volgen.
De Board benadrukt het belang van chemische bestrijding en hygiënemaatregelen naast resistentie. Het toepassen van fungicide, vooral op de jonge plant, geeft aanvullende bescherming aan resistente slagewassen, wat de ontwikkeling van nieuwe Bremia-fysio’s helpt tegengaan. Goede hygiënische praktijken, zoals het verwijderen van afval en zieke planten en het reinigen van schoenen na een bezoek aan het veld, reduceren de verspreiding van Bremia in slagewassen.
De IBEB bestaat uit vertegenwoordigers van de Nederlandse en Franse brancheorganisaties Plantum NL en FNPSP, ondersteunt door GEVES, Naktuinbouw en diverse Bremia-onderzoekers uit heel Europa. De brancheorganisaties werden vertegenwoordigd door slaveredelaars van Clause-Tezier, Enza, Gautier, Nunhems, Rijk Zwaan, Seminis, Syngenta en Vilmorin.
Minister Verburg zet beleid Veerman toelating zaadbehandelingsmiddelen voort
De nieuwe Minister van LNV, mevrouw Verburg, zet het beleid dat haar voorganger heeft ingezet, inzake de import en export van behandeld zaaizaad, voort. “Dit is goed nieuws voor de zaaizaadindustrie én de gebruikers van behandeld zaaizaad in Nederland” zegt
Roland Verweij
, senior beleidsmedewerker van Plantum NL.
Minister Verburg zet het beleid van haar voorganger Veerman voort. Dit bleek afgelopen donderdag, tijdens het algemeen overleg met de Vaste Commissie
Landbouw van de
Tweede Kamer over het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden. Zo bevestigde de minister, op verzoek van CDA en VVD, dat de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zowel voor het behandelen van zaaizaad dat bestemd is voor export als voor de import van behandeld zaaizaad per 1 september 2009 van kracht zal worden. Volgens de Minister moeten voor die datum de benodigde toelatingen gerealiseerd kunnen zijn, zeker gezien het feit dat ze zich in het algemeen hard maakt voor een snellere toelatingsprocedure door het Ctb. “Met een gezamenlijke inspanning moet de datum van 1 september 2009 inderdaad haalbaar zijn”, zegt Verweij. Om dit te realiseren is
Plantum NL
in overleg getreden met de fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen en het Ctb. Tijdens het debat verwees de Minister verder naar een, in haar ogen, nuttig bezoek dat een delegatie van het Ctb en de ministeries kortgeleden bracht aan de zaadindustrie. Ze prees het initiatief dat de sector hiervoor nam.
Tot slot onderkende de Minister het belang van kleine toepassingen voor de sector. Hierbij zegde ze nogmaals toe zich in te zullen spannen voor een saldobenadering in de nieuwe Europese Gewasbeschermingsverordening. Meermalen heeft
Plantum NL
het belang van een saldo- of ketenbenadering bepleit. Zo is dit de reden voor
Plantum NL
geweest om deel te nemen aan het Convenant Gewasbescherming. “We zijn dan ook blij met de toezegging van de Minister om zich in te spannen voor een ketenbenadering in de Europese Verordening” zegt
Aad van Elsen
, directeur van Plantum NL. “Dit is een belangrijk instrument om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de belasting van het milieu verder terug te dringen. Kortom een kans voor de hele land- en tuinbouw die we met beide handen aan moeten grijpen.”
Informatie bulletin Nederlandse Tuinbouwraad over Floriade 2012
De Floriade-organisatie draait. De contouren van de Floriade
2012 in
Noord Limburg zijn vastgelegd in een masterplan. Nu bekend is hoe het park in grote lijnen wordt ingericht, moeten plannen ontwikkeld worden voor de invulling ervan.
Het volledige eerste Informatie bulletin kunt u hier downloaden.
Nieuwste ontwikkelingen rozenassortiment op de assortimentsdag
Op vrijdag 27 april geven zeven vooraanstaande veredelingsbedrijven u de gelegenheid om de nieuwste ontwikkelingen in het rozenassortiment te komen bekijken en vergelijken.
De eisen die een teler stelt aan de te telen rassen zijn uitgangspunt voor de veredeling van nieuwe rozenrassen. Ook dit jaar staan nieuwe en verbeterde rassen ter beschikking van de teler. Om een ieder de gelegenheid te geven het nieuwste aanbod goed te vergelijken openen tijdens de assortimentsdag zeven veredelingsbedrijven gelijktijdig hun deuren. Van 10.00 tot 18.00 uur geven medewerkers van de bedrijven u als klant, handelaar, veilingmedewerker, onderzoeker, voorlichter of belangstellende graag aanvullende informatie en antwoorden op uw vragen over het nieuwe assortiment. Zij hopen u te mogen begroeten bij de deelnemende bedrijven:
Kordes Roses International
Noordammerweg 41 43, De Kwakel. (www.kordes-international.nl)
Meilland Selectie Nederland
Weteringweg 3a, Leimuiderbrug.(www.meilland.nl of www.moerheim.com)
Olij Breeding
Showbedrijf aan de Hoofdweg 119, De Kwakel. (www.olijrozen.nl)
Piet Schreurs de Kwakel
Bezoekadres aan de Hoofdweg 81, De Kwakel. (www.schreurs.nl)
Preesman
Bezoekadres aan de Aalsmeerderweg 687, Rijsenhout (www.preesman.com)
Bartels Roses
Assortimentskas aan de Rietwijkeroordweg 15, Aalsmeer. (www.bartelsroses.nl)
Terra Nigra
Showroom aan de Mijnsherenweg 23, Kudelstaart. (www.terranigra.com)
De Ruiter Innovations
Wegens de verhuizing van showlocatie zal De Ruiter Innovations BV ditmaal niet meedoen met de assortimentsdag. (www.deruiter.com)
Plantum NL blij met extra jaar voor realisatie toelating zaadbehandelingsmiddelen
Plantum NL
is blij met de toezegging van Minister Veerman dat bedrijven één jaar extra de tijd krijgen om een toelating te realiseren voor zaadbehandelingsmiddelen. “Met dit extra jaar hopen we voldoende tijd te hebben om de toelatingen te realiseren die tot op heden niet nodig werden geacht” zegt
Roland Verweij
, senior beleidsmedewerker van
Plantum NL
.
De Minister gaf afgelopen dinsdag tijdens het debat in de Eerste Kamer over de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden aan, dat hij bedrijven in overleg met de staatssecretaris van VROM, tot uiterlijk 1 september 2009 de tijd geeft om toelatingen te realiseren voor zaadbehandelingsmiddelen. In een brief uit 1997 stelde het Ministerie van LNV nog dat het in Nederland met gewasbeschermingsmiddelen behandelen van zaaizaad dat bestemd is voor doorvoer of export, niet valt onder de Bestrijdingsmiddelenwet. Dit was conform de EU-regelgeving en had tot doel oneigenlijke handelsbelemmeringen te voorkomen. In de nieuwe Wet wordt deze uitzondering echter ongedaan gemaakt.
Omdat het voor de sector onmogelijk is om bij het inwerkingtreden van de wet over de vereiste toelatingen te beschikken, pleitte senator Rudy Rabbinge (PvdA) in het debat voor een hardheidsclausule. Hiermee zou een lange overgangstermijn gerealiseerd kunnen worden. De Minister vond dit in strijd met de Europese regels en wilde niet verder gaan dan 1 september 2009.
“We hebben deze ruimere overgangstermijn hard nodig om tijdig over de vereiste toelatingen te kunnen beschikken” stelt Verweij. “Vooral het feit dat de voorwaarden waaraan de toelatingen moeten voldoen nog niet bekend zijn maakt het voor ons moeilijk. In een eerder debat heeft de Minister toegezegd dat de bestaande risico-evaluatie en inventarisatie en de afgegeven milieuvergunningen voldoende zouden moeten zijn. Als deze toezegging nagekomen wordt moeten tijdige toelatingen haalbaar zijn. Samen met de fabrikanten, het Ctb en de betrokken ministeries gaan we dan ook snel aan de slag.”
Per 1 september 2007 draagt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) de inspectietaken van de Plantenziektenkundige Dienst (PD) over aan de vier keuringsdiensten in de plantaardige sector (Naktuinbouw, NAK, Bloembollenkeuringsdienst en het Kwaliteitscontrolebureau groenten en fruit). De vier keuringsdiensten gaan zorgen voor de import- en exportinspecties op plantenziekten en voor de keuringen op kwaliteit van groenten en fruit. De minister van LNV blijft eindverantwoordelijk voor de inspecties. Met de invoering van 'Plantkeur' wordt het inspectiestelsel in de plantaardige sector vereenvoudigd.
Vanaf 14 februari 2007 treft U op deze pagina informatie aan over de overheveling van de fytosanitaire-taken.
Aanvraag vergunningen van het Europese systeem voor CO2-emissiehandel vraagt om actie voor 1 juni 2007
Op 16 januari heeft de Europese Commissie (EC) haar oordeel geveld over het Nationaal Allocatieplan in de periode 2008-2012. De belangrijkste punten zijn:
- De totale hoeveelheid rechten moet omlaag van 90.4 Mton naar 85.8 Mton. Deze daling van 5%. heeft een bijstelling tot gevolg voor alle deelnemende bedrijven.
- De emissierechten die worden verkregen door een korting van de toewijzing (de
zogenaamde windfall korting) aan de energiesector worden niet herverdeeld op basis van elektriciteitsaankopen. Dit heeft gevolgen voor bedrijven die extra rechten hebben gekregen omdat ze veel elektriciteit inkopen;
- Conform de richtlijn moeten alle bedrijven met meer dan 20 MWth per inrichting verplicht meedoen. Dit heeft met name gevolgen voor bedrijven die nu niet gekozen hebben voor een opt-in. Volgens het besluit van de EC moeten deze bedrijven nu alsnog meedoen.
- Nederland moet ook tuinders en andere kleinere bedrijfslocaties met een totaal opgesteld vermogen van meer dan 20 MWth meetellen. Het plan is om alleen eenheden kleiner dan 3 MWth niet mee te nemen in de optelsom waarmee een bedrijfslocatie bepaalt of zij boven de 20 MWth uitkomt.
- Naar schatting zijn, ten opzichte van de huidige situatie, 175 extra Nederlandse bedrijfslocaties verplicht om vanaf 2008 deel te nemen aan het systeem van CO2-emissiehandel. Alle bedrijfslocaties die in de periode 2008-2012 definitief binnen het systeem van emissiehandel vallen, worden door de NEa geïnformeerd over hun verplichtingen.
- Het vervallen van de verhuisregel heeft weinig directe gevolgen voor de bedrijven.
Hoe gaat het nu verder?
De Nederlandse overheid moet het Allocatieplan aanpassen. Indien dit volgens de eisen van de EC gebeurt, hoeft het plan niet meer naar Brussel. Vervolgens worden, op basis van deze eisen, nieuwe individuele berekeningen gemaakt. Dit zal waarschijnlijk de definitieve toekenning zijn. Deze staat open voor beroep en bezwaar. Het is nog niet bekend wanneer deze nieuwe berekeningen worden toegezonden.
Daarnaast mag u vanaf 1 januari 2008 alleen mét een emissievergunning CO2 emitteren. De vergunning dient u bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) aan te vragen. Dit doet u door het insturen van een monitoringsplan. De NEa heeft aangegeven dat bedrijven die voor 1 juni 2007 een goed monitoringsplan inleveren, tijdig de emissievergunning ontvangen.
Voorlichtingsbijeenkomsten van de NEa over CO2 emissiehandelssysteem
De NEa organiseert voorlichtingsbijeenkomsten over de nieuwe monitoringseisen, het monitoringsplan en het vergunningproces van het Europese systeem voor CO2-emissiehandel. Alle bedrijven en adviseurs zijn hiervoor uitgenodigd. De voorlichtingsbijeenkomsten, waar u zich nog voor aan kunt melden, zijn mogelijk interessant voor u. U kunt zich aanmelden via het inschrijfformulier op de website: www.emissieautoriteit.nl. De NEa neemt echter alleen aanmeldingen in behandeling die zijn opgestuurd door bedrijfslocaties die te maken krijgen met deze onderwerpen.
De NEa organiseert de bijeenkomsten op de volgende drie locaties:
- Rotterdam: dinsdag 6 februari 2007
- Eindhoven: donderdag 8 februari 2007
- Zwolle: donderdag 15 februari 2007
Voor verdere informatie kunt u kijken op website: www.emissieautoriteit.nl.
Jaarcijns kwekersrecht verdwijnt vanaf 2007
Houders van Nederlandse kwekersrechten hoeven vanaf 1 januari 2007 niet langer jaarcijns te betalen. De Raad voor plantenrassen schaft het systeem van jaarcijnzen vanaf die datum af.
Dat meldde demissionair landbouwminister Cees Veerman afgelopen vrijdag in de Staatscourant. Nu betalen kwekersrechthouders nog een jaarlijkse bijdrage voor elk jaar dat een ras of opstand in het rassenregister staat ingeschreven. De afschaffing van deze zogeheten jaarcijns moet leiden tot vermindering van de administratieve lastendruk voor zowel de Raad voor plantenrassen als voor kwekersrechthouders.
Om het wegvallen van de jaarcijnzen enigszins te compenseren, stijgen vanaf 1 januari 2007 de aanvraagkosten van kwekersrecht van 255 euro naar 400 euro. Plantum NL heeft het voorstel van de Raad voor plantenrassen om tot deze wijziging over te gaan ondersteund, aangezien deze stijging na enkele jaren bescherming al wordt terugverdiend.
|