Persberichten
Plantum NL
Hieronder vindt u de persberichten van Plantum NL per jaargang vanaf 2001.
De nieuwste persberichten
oude persberichten uit 2010
oude persberichten uit 2009
oude persberichten uit 2008
oude persberichten uit 2007
oude persberichten uit 2006
oude persberichten uit 2005
oude persberichten uit 2004
oude persberichten uit 2003
oude persberichten uit 2002
oude persberichten uit 2001
18 mei 2010
DVG Pyristar (chloorpyrifos) voor bonen toegekend
Op 12 mei 2010 heeft het Ctgb een toelating dringend vereist gewasbeschermingsmiddel (DVG) verleend voor het zaadbehandelingsmiddel Pyristar 250 CF (chloorpyrifos) voor bestrijding van bonenvlieg in bonen. De DVG is aangevraagd door LTO Groeiservice BV (namens de Nederlandse bonentelers), in samenwerking met
Plantum NL
. Behandeling van de aanvraag door het College was door omstandigheden al enkele malen uitgesteld: op ons uitdrukkelijk verzoek is er nu toch een tussentijds Ctgb-besluit gekomen om het bonenteeltseizoen 2010 nog te kunnen redden.
Pyristar 250 CF wordt op de markt gebracht door Makteshim-Agan ofwel Mabeno. Een aanvraag voor reguliere toelating van het middel loopt, de DVG was aangevraagd omdat een reguliere toelating niet tijdig beschikbaar zou kunnen komen voor seizoen 2010.
Voor behandeling van zaaizaad voor export kreeg Pyristar 250 CF in december 2009 al een toelating.
Mei 2010
Nieuw fysio van Bremia lactucae Bl:27 geïdentificeerd en benoemd
Het Internationaal Bremia Evaluatie Board heeft begin dit jaar alle in 2009 en eerder gevonden Bremia fysio’s geëvalueerd. De meeste Bremia uitbraken in 2009 waren opnieuw het gevolg van Bremia fysio’s met alleen een lokaal belang. Echter, IBEB was in staat om een nieuw fysio Bl:27 als superieur te identificeren en te benoemen. De Board benadrukt het belang van chemische bestrijding en hygiëne maatregelen naast het gebruik van resistente slarassen om de ontwikkeling van nieuwe fysio’s te voorkomen.
Bremia lactucae, of valse meeldauwschimmel in sla, is erg variabel. Zelfs in één sla-productie-veld kunnen verschillende instabiele fysio’s (isolaten) voorkomen. Op vrijdag 29 januari 2010 kwam de International Bremia Evaluation Board (IBEB) bijeen in Parijs om de in
2009 in
Europa gevonden Bremia lactucae fysio’s te evalueren. Ongeveer 65 fysio's (ca 15%) van alle 473 geanalyseerde aantastingen in 2009, betroffen eerder beschreven en officieel benoemde Bl: fysio’s, meestal Bl:22, Bl:24, Bl:25 en Bl:26 of nauw gerelateerde varianten. “Bl:” is de officiële code voor fysio’s van Bremia lactucae.
Net zoals voorheen waren de meeste fysio’s in 2009 van weinig belang omdat zij snel verdwenen. Slechts één van de nieuw gevonden en geëvalueerde fysio’s was belangrijk genoeg om te worden benoemd als Bl:27. Bl:27 breekt de resistentie in verschillende slarassen met Bl:1-26 resistentie. De identificerende sextet-code is 63-63-13-19.
Bl:27 werd zes keer alleen gevonden in
2008 in
Frankrijk door drie veredelingsbedrijven. In 2009 werd dit fysio 23 keer gevonden voornamelijk in Frankrijk door vier bedrijven. Fysio’s met vergelijkbare virulentie patronen werden 29 keer gevonden door alle bedrijven naast Frankrijk in Zwitserland, België, Nederland, Engeland en Ierland.
IBEB heeft de Bremia determinatieset met vijf nieuwe differentiërende slarassen uitgebreid, elk een ander resistentiegen bevattend. Deze uitbreiding van de determinatieset is nodig om de belangrijke veranderingen van de Bremia populatie te volgen. De volledige EU-B determinatieset bevat nu 25 resistentie genen en is gratis beschikbaar voor onderzoekers.
De Board benadrukt dat hoewel veredelingsbedrijven de telers van slarassen voorzien die resistentie tegen de genomineerde Bl:1-27 fysio’s bezitten, dat geen volledige zekerheid biedt tegen Bremia. De resistentie geeft de teler een basisbescherming. Als fysio’s in staat zijn om de goede virulentie combinatie te verkrijgen door mutatie en/of uitwisseling, is de resistentiegen combinatie doorbroken.
De Board benadrukt ook het belang van chemische middelen en hygiëne maatregelen als toevoeging op de plantresistentie. Het gebruik van fungiciden, vooral tijdens de opkweekperiode, geeft aanvullende bescherming voor resistente slateelt en helpt bij het voorkomen van de ontwikkeling van nieuwe Bremia fysio’s. Goede hygiëne, zoals het verwijderen van plantafval en zieke planten, en het reinigen van schoenen na veldbezoek, zal de verspreiding van Bremia naar andere slateelten verminderen.
IBEB bestaat uit vertegenwoordigers van de Nederlandse en Franse verenigingen van zaadbedrijven, Plantum NL en FNPSP; en de organisaties GEVES en Naktuinbouw.
IBEB wordt gesteund door verschillende Bremia onderzoekers in Europa. De verenigingen werd vertegenwoordigd door slaveredelaars van Agrisemen, Enza Zaden, Gautier, Nunhems, Rijk Zwaan, Monsanto-Seminis, Syngenta and Vilmorin-Nickerson.
Voor onderzoeks- en veredelingsdoeleinden zijn alle benoemde fysio’s beschikbaar bij GEVES/SNES (Frankrijk) en bij de Naktuinbouw (Nederland).
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met mevrouw Valérie. Grimault, SNES-GEVES France, telefoon +33 (0)2 41 22 58 00 of per e-mail: Valerie.Grimault@geves.fr
U kunt ook contact opnemen met de Naktuinbouw afdeling Rassen en Proeven; de heer Diederik Smilde, telefoon +31 (0)71 33 26 213 of per e-mail: Resistentie@naktuinbouw.nl
Voor meer informatie over de Naktuinbouw kunt u ook de site www.naktuinbouw.nl of de IBEB pagina op deze site bekijken op www.plantum.nl/ibeb.html.
20 april 2010
Plantum NL: Biotechnologierichtlijn nu snel aanpassen
Branchevereniging ziet rapport LNV en EZ als startpunt voor veranderingen en wijst op grote belang voor wereldvoedselvoorziening
Plantum NL is blij met de studie over kwekers- en octrooirecht die de ministers van LNV en EZ aan de Tweede Kamer hebben gestuurd. De ministers onderschrijven de visie van Plantum NL dat de verhouding tussen het kwekersrecht en het octrooirecht uit balans is. De beide bewindslieden hebben laten weten dat Nederland wil inzetten op een aantal maatregelen om te voorkomen dat innovatie in de veredelingssector beperkt wordt.
Plantum NL deelt de belangrijkste bevindingen van het rapport en pleit voor een snelle aanpassing van de Europese Biotechnologierichtlijn.
Aad van Elsen, directeur van Plantum NL: “De huidige octrooiwetgeving werkt monopolisering in de hand en belemmert innovatie en keuzevrijheid. Telers, maar ook de consument, zijn gebaat bij een situatie waarin meerdere veredelaars met elkaar wedijveren om het beste ras te ontwikkelen. We staan met elkaar de komende jaren voor de grote uitdaging om de groeiende wereldbevolking van voldoende en gezond voedsel te voorzien. Alle beschikbare innovatiekracht is nodig om de gewassen hiervoor te kunnen ontwikkelen. We kunnen het ons daarom niet veroorloven dat genetisch materiaal van voedselgewassen wordt geoctrooieerd door enkele partijen die daarmee alle andere spelers buiten spel zetten. Bedenk wel dat de gehele plantaardige voedselvoorziening afhangt van een handjevol veredelingsbedrijven. Als de concentratie in de sector nog groter wordt door octrooien dan ontstaat het gevaar van een zeer ongewenste machtssituatie in de wereldvoedselvoorziening.”
De ministers van LNV en EZ stuurden gistermiddag een studie aan de Tweede Kamer over de relatie tussen het octrooirecht en het kwekersrecht. Dit in reactie op vragen die begin 2009 over dit onderwerp in de Tweede Kamer zijn gesteld. De studie, getiteld Veredelde Zaken, toont aan dat de toegang tot genetisch materiaal onder druk staat door de opkomst van octrooien op planteigenschappen en veredelingsmethoden. Dit omdat bij het octrooirecht veredelaars niet meer zonder meer kunnen voortborduren op rassen, waarin octrooirechtelijk beschermde eigenschappen zitten. Onder het kwekersrecht kan dit wel dankzij de zogenoemde “breeders’ exemption”. De beide bewindslieden hebben laten weten dat Nederland wil inzetten op de volgende maatregelen:
- Invoeren van een beperkte breeders’ exemption in de Nederlandse octrooiwet;
- Aanzwengelen van de discussie in Europees verband in het kader van de evaluatie van de Europese Kwekersrechtverordening (2100/94) en aandringen op evaluatie van de Biotechnologierichtlijn (98/44/EG) met voorrang voor de kwekersproblematiek;
- Verbeterde kwaliteit van de octrooiverlening;
- Bevorderen voorlichting octrooirecht;
- Het mogelijk maken dat kwekers eenvoudig kunnen achterhalen of een bestaand ras onder de reikwijdte van een octrooi valt;
- Ontwikkelen van gedragscodes binnen de sector zelf.
Hoewel alle hierboven genoemde acties op zich zinvol kunnen zijn, is het volgens Plantum NL noodzakelijk dat zo snel mogelijk de Biotechnologierichtlijn wordt aangepast.
Aad van Elsen: “Uiteindelijk kan dit alleen worden opgelost wanneer de Europese wetgever duidelijk maakt dat het octrooirecht hier niet voor bedoeld is. De evaluatie van de Biotechnologierichtlijn biedt hiervoor een heel goede mogelijkheid”.
Plantum NL hoopt dat de Tweede Kamer er bij de bewindslieden op aandringt dat dit onderwerp zo snel mogelijk op de agenda van de Europese Commissie komt.
terug naar index
16 april 2010
Eigen vermeerderd zaaizaad en pootgoed melden vóór 15 mei
Telers van granen en aardappelen hebben in de afgelopen week een oproep ontvangen van Plantum NL om het gebruik van eigen vermeerderd zaaizaad van granen en eigen vermeerderd pootgoed van aardappelen te melden. Telers die eigen vermeerderd zaaizaad en/of pootgoed van met kwekersrecht beschermde rassen hebben gebruikt, zijn wettelijk verplicht om dit te melden aan de kweekbedrijven. Plantum NL organiseert deze melding voor de bij haar aangesloten kweekbedrijven. De melding dient uiterlijk 15 mei a.s. binnen te zijn.
Ook telers die geen oproep tot melding hebben ontvangen, vallen onder de meldingsplicht. Zij kunnen hun opgave doen op www.eigenzaaizaad.nl.
De productie van plantaardig uitgangsmateriaal is in Nederland niet toegestaan zonder een licentie van de kwekersrechthouder. Een uitzondering hierop is de eigen vermeerdering van zaaizaad van granen en pootgoed van aardappelen, ook wel farm saved seed genoemd. Deze eigen vermeerdering is uitsluitend toegestaan op voorwaarde dat het gebruik van het eigen vermeerderd uitgangsmateriaal beperkt blijft tot het eigen bedrijf, de teler melding maakt van het eigen gebruik en er vergoeding voor afdraagt aan de kwekersrechthouder. De graan- en aardappelkweekbedrijven hebben de uitvoering hiervan centraal ondergebracht bij hun brancheorganisatie Plantum NL.
Voor alle andere gewassen zoals maïs, voedergewassen, olie- en vezelhoudende gewassen en vanggewassen/groenbemesters is eigen vermeerdering niet toegestaan en mag uitsluitend gecertificeerd zaaizaad gebruikt worden.
Reguliere pootgoedteelt en licentieteelt van granen vallen niet onder farm saved seed omdat in deze gevallen met toestemming van de kwekersrechthouder teeltmateriaal voor de handel geproduceerd wordt. Deze vermeerdering hoeft daarom niet gemeld te worden.
Ook telers die geen eigen zaaizaad of pootgoed hebben gebruikt, wordt gevraagd om dat aan te geven op het opgaveformulier. Dat voorkomt dat ze herinneringen zullen ontvangen.
De meldingen van de telers worden op verschillende wijzen gecontroleerd. Bij vermoedens van fraude zal Plantum NL de AID inschakelen.
terug naar index
Gorinchem, 10 maart 2010
Graslandvernieuwing, juist nu!
55% van de Nederlandse weilanden is momenteel qua kwaliteit niet toereikend voor een economische melkproductie en de helft van de zandgronden in ons land dreigt op termijn ongeschikt te worden voor een gezonde en productieve ruwvoerteelt. Dat maakt Plantum NL de branchevereniging van veredelings- en vermeerderingsbedrijven waaronder de landbouwzaaizaadbedrijven vandaag bekend. Volgens Plantum NL onderschatten veel veehouders momenteel de noodzaak tot graslandvernieuwing en zijn zij zich onvoldoende bewust van de rol die grasland als rotatiegewas kan vervullen om kritische tekorten aan organische stof aan te vullen. Zorgelijke ontwikkelingen voor de melkveehouderij in de opmaat naar 2015 die vragen om bijsturing en meer bewustwording als het gaat om het investeren in goed grasland.
Door de invoering van het derogatiebesluit, de aangescherpte regels rondom het vernietigen of scheuren van de zode en de minder florissante inkomenssituatie van melkveehouders wordt in Nederland de laatste jaren beduidend minder grasland ingezaaid. De gevolgen snel teruglopende VEM- en DVE-gehalten en een lagere bruto-grasproductie staan haaks op de behoeften van ons hoogproductieve melkvee en het ingezette mestbeleid. Het is momenteel zo dat op 55% van de weilanden de graskwaliteit de beperkende factor is voor het realiseren van een hoge melkgift. Gevolg is dat relatief duur eiwitrijk (kracht)voer moet worden aangekocht waardoor de kostprijs onnodig stijgt en het saldo daalt en dat komt in economisch mindere tijden dubbel zo hard aan. Plantum NL benadrukt in dit kader het grote belang van tijdige herinzaai. Wie zijn grasland om de 4 à 5 jaar vernieuwt, houdt de voor een hoge melkproductie vereiste VEM-leveranties op peil en bespaart tot 30% op de krachtvoerkosten.
Het is algemeen bekend dat bij lage bemestingsnormen (zoals het mestbeleid voorschrijft) de grasopbrengst meer afhankelijk wordt van goede, productieve en roestresistente grassen die mineralen efficiënter benutten. Ook vanuit dit oogpunt is graslandvernieuwing onontbeerlijk, al is het maar om op dit vlak te kunnen profiteren van de allernieuwste grassengenetica. In tien jaar tijd is door veredeling de drogestofopbrengst met 5% verhoogd (= circa 700 kg/ha erbij) en is de stikstofefficiëntie aanzienlijk vooruitgegaan. Ten opzichte van 1985 is de roestresistentie van de nieuwste rassen zelfs met 15% vergroot en de standvastigheid van diploïde (+12%) en tetraploïde rassen (+20%) verbeterd en min of meer gelijk getrokken.
Een ander serieus probleem waar de melkveehouderij mee te maken heeft, is de sterk teruglopende bodemvruchtbaarheid op de droogtegevoelige gronden in ons land, waar veel bedrijven gevestigd zijn. Een door met name de continuteelt van maïs onderschat probleem, maar met ingrijpende gevolgen: volgens Plant Research International (PRI) van Wageningen-UR zou op de helft van de gronden op termijn de ruwvoerwinning in het gedrang kunnen komen door een structureel tekort aan organische stof. Volgens PRI en Plantum NL biedt wisselbouw met grasland in dit kader perspectief. Veehouders die een bouwlandperiode van 2 tot 5 jaar afwisselen met een grasperiode van 3 tot 4 jaar houden het organische stofgehalte op peil en gaan onnodige uitspoeling tegen. Vruchtwisseling zou op de lichtere gronden veel meer gemeengoed moeten zijn.
terug naar index
9 februari 2010
Uitbreiding kwekersrecht China met Begonia en Phalaenopsis
China heeft de lijst met gewassen die met kwekersrecht te beschermen zijn uitgebreid met onder andere Begonia en Phalaenopsis. Vanaf 1 maart 2010 kunnen voor deze gewassen kwekersrechtaanvragen worden gedaan. Deze uitbreiding is goed nieuws voor de Nederlandse veredelingsbedrijven. Plantum NL is verheugd dat zij nu hun rassen kunnen beschermen in China.
Plantum NL maakt zich al jaren sterk om het Chinese kwekersrecht naar meer gewassen uit te breiden. De huidige uitbreiding is dan ook een positieve ontwikkeling. Behalve Phalaenopsis en Begonia zijn ook Impatiens balsamina, Impatiens wallerana, Impatiens hawkeri en Nelumbo nucifera (Indische lotus) opgenomen in de “Protection Catalogue of Agricultural Plant Species of People’s Repubic of China”.
In totaal kunnen er in China nu rassen beschermd worden van 158 verschillende gewassen. Desondanks kunnen gewassen als sla, ui, Alstroemeria, Zantedeschia, Pelargonium, tulp en Kalanchoe nog steeds niet met kwekersrecht worden beschermd.
Plantum NL werkt samen met Naktuinbouw en twee Chinese counterparts in een tweejarig kwekersrechtproject aan de verdere uitbreiding van de lijst met kwekersrechtelijk te beschermen gewassen. Daarnaast wordt er gewerkt aan het vergroten van kennis over- en draagvlak voor kwekersrecht in China, wat uiteindelijk zou kunnen leiden tot aanpassing
van de Chinese
wetgeving naar het niveau van het UPOV verdrag van 1991 dat een betere bescherming beidt dan het huidige verdrag. Ook werken de partijen samen aan het verbeteren
van de
aanvraagprocedure
voor kwekersrecht in China.
Dit voorjaar zullen Chinese experts op het gebied van kwekersrechtonderzoek naar Nederland komen voor een training in het onderzoek van bepaalde gewassen, waaronder Begonia en Phalaenopsis.
Het kwekersrechtproject maakt onderdeel uit van het 2g@there programma Groene Genetica in China.
terug naar index
terug naar index
terug naar index
terug naar index
|