Wetgeving en juridische zaken



Algemene voorwaarden

Exoneratieclausule Algemene Voorwaarden

Plantum NL heeft de op deze website geplaatste algemene voorwaarden met grote zorg en naar beste weten opgesteld. Niettemin geschiedt het gebruik van de algemene voorwaarden volledig onder de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijf dat de voorwaarden bij haar overeenkomsten van toepassing verklaart. Plantum NL sluit elke aansprakelijkheid uit voor schade, inclusief gevolgschade en gederfde winst, als gevolg van het gebruik van de algemene voorwaarden. Als de gebruiker van de algemene voorwaarden wijzigingen aanbrengt in de inhoud ervan, dan dienen die voorwaarden niet meer als voorwaarden van Plantum NL aangeduid te worden. Indien gewenst kan vermeld worden dat de voorwaarden gebaseerd zijn op de voorwaarden van Plantum NL.

Verdere toelichting op het gebruik van algemene voorwaarden van Plantum NL kunt u hier nalezen: Toelichting Algemene voorwaarden

Algemene voorwaarden Sierteelt en Voedingstuinbouw Opkweek

Algemene voorwaarden voor de Teelt van Rozen

  • Algemene voorwaarden voor de Teelt van Rozen
    (depotdatum 1 december 2004)

    De algemene voorwaarden voor de teelt van rozen zijn verder vertaald in het Engels, Frans en Spaans.

Algemene voorwaarden voor Weefselkweek

Algemene Teeltvoorwaarden voor in voorkoop gekochte zaaizaden

Algemene voorwaarden voor de Handel in Landbouwzaaizaden

Algemene voorwaarden voor de teelt van in voorkoop gekochte zaaizaden van landbouwgewassen


Advies Algemene Verkoop- en Leveringsvoorwaarden voor de Zaaizaad- en Plantgoedhandel

De onderstaande adviesvoorwaarden zijn niet, zoals de andere algemene voorwaarden op deze pagina, gedeponeerde voorwaarden van Plantum NL. De adviesvoorwaarden dienen als raamwerk vij de opstelling van bedrijfsvoorwaarden. Aan adviesvoorwaarden kunnen geen rechten worden ontleend. Een uitgebreide toelichting op deze voorwaarden kunnen leden raadplegen op het extranet of opvragen bij het secretariaat.

De Algemene leveringsvoorwaarden staan in PDF-bestanden. PDF-bestanden kunt u lezen met Adobe Acrobat Reader. Als u deze software niet heeft, kunt u deze gratis downloaden bij www.adobe.com.


Productaansprakelijkheid
Op 10 mei 1999 hebben het Europees Parlement en de Raad een richtlijn vastgesteld waarmee landbouwproducten onder de werking van de Productaansprakelijkheidsrichtlijn worden gebracht. Deze richtlijn is in werking getreden op 5 juni 1999 en in de nationale lidstaten geïmplementeerd op 4 december 2000.

Aanleiding voor de uitbreiding van de productaansprakelijkheid tot landbouwproducten zijn de verschillende affaires, zoals de BSE-affaire, die de afgelopen jaren in de Europese Unie hebben gespeeld. Door deze affaires is het vertrouwen van de consument in de voedselveiligheid ernstig aangetast. Bij de totstandkoming van de Productaansprakelijkheidsrichtlijn in 1985 is er destijds bewust voor gekozen om landbouwproducten niet onder de werking te laten vallen. Reden hiervoor was onder meer het feit dat de controle op landbouwproducten veel moeilijker was dan op industriële producten. Op dit moment weegt echter de noodzaak om de kwaliteit van landbouwproducten te kunnen garanderen zwaarder dan de voorheen geldende bezwaren om geen risicoaansprakelijkheid te aanvaarden voor landbouwproducten.

Wanneer een producent aansprakelijk kan worden gesteld, kunt in nalezen in het document: productaansprakelijkheid.


Mededingswetgeving
Het mededingingsrecht geeft regels ten aanzien van het verbod om concurrentiebeperkende afspraken te maken, het verbod om misbruik te maken van een machtspositie en regels ten aanzien van fusies (concentraties). Het Nederlands mededingingsrecht is gebaseerd op het Europese mededingingsrecht. Voor de uitvoering van het Nederlands mededingingsrecht heeft de NMa richtsnoeren uitgevaardigd.

Voor uitgebreide informatie hierover kunt u terecht bij www.nmanet.nl.


Milieuaansprakelijkheid
Op 23 januari 2002 heeft de Europese Commissie een voorstel aangenomen voor een richtlijn inzake milieuaansprakelijkheid. Dit voorstel is zowel op herstel als op preventie van milieuschade gericht. Achtergrond van het besluit om dit voorstel aan te nemen is dat de Commissie de strijd aan wil binden tegen actuele tendensen zoals het in heel Europa voortschrijdende biodiversiteitsverlies en de verontreiniging van water en bodem. Het voorstel voorziet in een kader dat garandeert dat toekomstige milieuschade wordt voorkomen of hersteld. Het is niet met terugwerkende kracht van toepassing.

Uitgangspunt van de Richtlijn is het zogenaamde 'polluter pays principle': de vervuiler betaalt, te weten voor het voorkomen en herstellen van milieuschade. In het voorstel krijgen overheidsinstanties de taak om erop toe te zien dat de verantwoordelijke exploitanten, ingeval zich milieuschade voordoet, de noodzakelijke herstelmaatregelen te nemen, dan wel deze maatregelen financieren. Organisaties die opkomen voor het algemeen belang, bijvoorbeeld NGO's, zullen in dit systeem van de openbare instanties kunnen verlangen dat zij handelend optreden wanneer de noodzaak daartoe bestaat, en zij zullen de besluiten van die instanties voor rechtbanken kunnen aanvechten wanneer deze besluiten ontwettig zijn.

  • Werkingssfeer

De richtlijn kent de zogenaamde risicoaansprakelijkheid (aansprakelijkheid zonder schuld) voor schade aan het milieu veroorzaakt door enige bedrijfsmatige activiteiten die genoemd staan in bijlage I. In deze bijlage staan onder meer genoemd het gebruik, inclusief het transport van genetisch gemodificeerde micro-organismen zoals gedefinieerd in richtlijn 90/219 en het in het milieu brengen of transport van genetisch gemodificeerde organismen zoals gedefinieerd in richtlijn 2001/18. Daarnaast is de richtlijn van toepassing op schade aan de biodiversiteit veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten die niet in bijlage I staan genoemd. Voor deze laatste activiteiten geldt aansprakelijkheid indien er sprake is van schuld. Tot deze uitbreiding van de beschermende bepalingen is besloten omdat schade aan de biodiversiteit als zodanig in bijna geen enkele lidstaat het voorwerp uitmaakt van nationale wetgeving en er, waar dit toch het geval is, geen garantie bestaat dat de schade aan de biodiversiteit wordt hersteld. Tenslotte bevat het voorstel bepalingen inzake grensoverschrijdende schade, financiële zekerheid, de verhouding tot het nationaal recht en een regeling om het aansprakelijkheidsstelsel in voorkomend geval te herzien.

  • Rol van belangenorganisaties

Organisaties die opkomen voor het algemeen belang kunnen evenals aantoonbaar belanghebbende personen de bevoegde instantie verzoeken passende maatregelen te treffen wanneer schade dreigt of zich heeft voorgedaan. Ook kunnen zij tegen de maatregelen of tegen het feit dat zij geen maatregelen nemen beroep aantekenen in rechte. De bedoeling is dat zo het brede publiek invloed kan uitoefenen op de rol die de bevoegde instanties spelen als behoedsters van de natuurlijke rijkdommen.

  • Verweermiddelen

Er zijn voor bedrijven een aantal verweermiddelen in de richtlijn opgenomen waarmee aansprakelijkheid afgewezen kan worden. Het gaat hier om schade veroorzaakt door acties voortvloeiend uit een gewapend conflict, oorlog, een natuurramp. Verder kan een bedrijf als verweermiddel inroepen dat een uitstoot is toegestaan bij wet of een vergunning. Ook het feit dat activiteiten niet als schadeveroorzakend werden gezien naar de stand van de techniek en wetenschappelijke kennis op het moment dat de activiteit plaatsvond, geldt als een verweermiddel. De laatste twee uitzonderingen gelden niet als de veroorzaker nalatig is geweest.

  • Verder verloop van de procedure

Het voorstel is op 4 maart 2002 aan de Raad (Milieu) voorgelegd. Hierdoor wordt de wetgevingsprocedure ingeleid die moet uitmonden in de gezamenlijke vaststelling van de nieuwe richtlijn door het Europees Parlement en de Raad. Deze zogenaamde medebeslissingsprocedure neemt meestal twee à drie jaar in beslag. Als de richtlijn eenmaal is vastgesteld, beschikken de lidstaten over twee jaar om ze in nationaal recht om te zetten.


Arbitrage
Bij het sluiten van overeenkomsten kunnen partijen overeenkomen om, indien zich een geschil voordoet naar aanleiding van of in verband met de uitvoering van de overeenkomst, dit geschil voor te leggen aan een arbitragecommissie. Wanneer partijen hiervoor kiezen, dienen zij dit schriftelijk overeen te komen. In dat geval zal de gewone burgerlijke rechter zich onbevoegd verklaren, wanneer een partij toch het geschil aan hem voorlegt.

Plantum NL heeft voor het voeren van arbitrageprocedures een arbitragereglement opgesteld. Wanneer partijen het geschil willen beslechten volgens het arbitragereglement van Plantum NL, dan dient in de overeenkomst specifiek naar dit reglement verwezen te worden. Dit reglement is bedoeld voor het sluiten van nationale overeenkomsten.

Indien er sprake is van een internationale overeenkomst (één van beide partijen heeft niet zijn hoofdvestiging in Nederland) kan verdient het aanbeveling om het arbitragereglement van de International Seed Federation (ISF) te hanteren. Deze kunt u vinden op www.worldseed.org.