Column Silvio Erkens
Graag feliciteer ik Plantum en zijn leden met het 25-jarig bestaan. Ik ken Plantum als een ondernemende en zeer innovatieve branchevereniging. Vanuit de Nederlandse vestiging zijn de bedrijven wereldwijd actief met het verbeteren en vermarkten van zaden en jonge planten. We mogen trots zijn op zoveel mooie bedrijven die nieuwe rassen met genetische verbeteringen op de markt brengen. Zij zorgen immers voor economische groei en banen, en daarmee maken ze ook het verschil in voedselzekerheid en duurzaamheid wereldwijd.
Vóór ik in de politiek terechtkwam, heb ik als consultant veel internationale klussen gedaan. Bijvoorbeeld een project in Vietnam, waar ik de internationale impact van onze Nederlandse landbouwsector heb ervaren. Tijdens dit project werd me duidelijk dat de Vietnamese autoriteiten een heel positieve indruk hadden van Nederlandse bedrijven. Echt. Het respect dat ik in Vietnam voelde voor wat we in Nederland weten en doen vervult mij met trots. En je merkt over de hele wereld dat mensen met bewondering kijken naar onze kennis en kunde. 25 jaar: voldoende redenen om met voldoening en trots op terug te kijken.
Nog belangrijker is het om vooruit te kijken. En dat doét deze sector. Want het ontwikkelen van een nieuw ras vraagt een vooruitziende blik. Welke eigenschappen zijn over tien jaar van belang? Daar wordt vandaag al aan gewerkt. Welke technieken kunnen we inzetten om het veredelingsproces efficiënter te maken en te versnellen? Welke oplossingen kunnen we bieden voor de uitdagingen waar we voor staan?
In het coalitieakkoord staat dat biotechnologie een belangrijk strategisch instrument is voor de voedselproductie van de toekomst. Daarbij zie ik het als mijn opdracht om, samen met het agrarisch bedrijfsleven en kennisinstellingen, innovatie en nieuwe technologieën ruim baan te geven. Start-ups en scale-ups laten zien welke innovaties aansluiten bij een toekomstbestendig en duurzaam voedselsysteem. De overheid kan die aansluiting helpen en ondersteunen, zodat deze bedrijven kunnen opschalen en hun innovaties kunnen uitrollen. In Nederland en in andere landen.
We mogen trots zijn op zoveel mooie bedrijven die nieuwe rassen met genetische verbeteringen op de markt brengen.
Silvio Erkens, Staatssecretaris LVVN
Ik verwacht dat de sector een zo mogelijk nog belangrijkere rol in het voedselsysteem gaat spelen. Daarbij is het belangrijk dat Nederland voor deze bedrijven een aantrekkelijk land blijft om zich te vestigen en te ondernemen. Want dan zullen die bedrijven ook investeren en dus innoveren. Ook voormalig ASML-bestuurder Peter Wennink noemt deze voorwaarde in zijn adviesrapport van 2025 over het toekomstig verdienvermogen van Nederland. Wennink stelt vast dat veel investeringen nu niet plaatsvinden omdat het vestigingsklimaat tekort schiet. Werk aan de winkel dus voor het kabinet!
De sector is samenwerkingsgericht, ondernemend en heel innovatief. Daarmee is de sector een in alle opzichten hoog vermogende motor van onze economie. En die economie kan heel veel betekenen voor een duurzaam systeem van voedselzekerheid. Ik ben trots op deze sector en ik heb er het volste vertrouwen in dat Nederland daar ook de komende 25 jaar trots op kan blijven.
De onmisbare kracht van innovatie en samenwerking
Natuurlijk gaat het over rassen, resistenties en zaadkwaliteit in gesprek met John-Pieter Schipper. Maar minstens zo belangrijk vindt de CEO van groentezaadveredelaar Bejo het grotere plaatje: voedselzekerheid, verduurzaming en de kracht van samenwerking in de sector. “Samen staan we sterker. Op de lange termijn is dat effectiever dan alleen het individuele businessbelang.”
75 jaar groeien door trouw te blijven aan je eigen kracht
Beekenkamp Group viert dit jaar haar 75-jarig bestaan. Wat begon als een kleine groente-kwekerij in het Westland groeide uit tot een internationale speler in jonge groente- en sierteeltplanten, veredeling en verpakkingen. Toch zit het succes volgens algemeen directeur An Beekenkamp niet in omvang of schaal, maar in iets veel fundamentelers.