De octrooien paradox

28 | 01 | 2026

Ik ben Jennifer Delgado, bijna afgestudeerd aan de opleiding Journalistiek. Tijdens mijn afstuderen verdiepte ik me in nieuwe gentechnieken (NGT’s) en de rol van octrooien in de zaadveredeling. In gesprekken met veredelaars, belangenorganisaties en juristen merkte ik hoe groot de impact van dit onderwerp is. Dit artikel schreef ik om die octrooien paradox inzichtelijk te maken. Wat betekenen octrooien in de praktijk, voor innovatie, voor veredelaars en voor de toekomst van ons voedselsysteem?

De octrooien paradox

Bescherming of blokkade in de plantenveredeling?

 

In de plantenveredeling zijn octrooien inmiddels niet meer weg te denken. Maar terwijl de een ze noodzakelijk vindt om innovatie te beschermen, ziet de ander ze als een blokkade voor precies datzelfde doel.

De discussie loopt al jaren, maar wordt opnieuw urgent door de komst van nieuwe gentechnieken (NGT’s). Want als deze technieken straks breder worden toegepast verschuift niet alleen de techniek zelf, maar ook het hele speelveld van intellectueel eigendom.

Uit gesprekken met biologische veredelaars, grote zaadbedrijven, onderzoekers en een octrooigemachtigde komt een veelstemmig beeld naar voren: iedereen ziet dezelfde werkelijkheid, maar interpreteert haar totaal anders.

 

''Wij hebben octrooien nooit nodig gehad''

Voor De Bolster, een puur biologisch veredelingsbedrijf, is het simpel: octrooien passen niet in de logica van veredeling. Frans Carree zegt het zonder omwegen: “Het kwekersrecht werkt. Het beschermt rassen, niet ideeën of stukjes DNA. Dat houdt het speelveld open.” Volgens hem maakt een patent van een eigenschap iets exclusiefs, terwijl veredeling juist afhankelijk is van het vrij kunnen gebruiken van genetisch materiaal.

“Met octrooien creëer je muren. Kleine veredelaars kunnen zich geen langdurige juridische gevechten veroorloven. Dan is het geen innovatie meer, maar survival.” Ook volgens Edith Lammerts van Bueren, voormalig hoogleraar aan Wageningen University & Research, staat er meer op het spel dan alleen marktwerking. “Zodra eigenschappen worden vastgezet in exclusieve rechten, verdwijnt de genetische diversiteit in handen van een paar bedrijven. Dat is een risico voor de hele voedselketen.”

 

"Transparantie blijft belangrijk''

Bij Rijk Zwaan, een grote internationale veredelaar, klinkt een ander genuanceerd geluid. Zij gebruiken wel patenten, maar volgens het bedrijf niet om anderen buiten te sluiten. Octrooispecialist Arend Streng zegt het zo: “Wij vinden het belangrijk dat octrooirechtelijk beschermd biologisch materiaal beschikbaar blijft voor de ontwikkeling van nieuwe rassen. Dat is voor de hele sector van belang.”

Rijk Zwaan benadrukt dat het kwekersrecht voor hen de basis vormt van een eerlijk en werkbaar systeem. Dat recht geeft een bedrijf tijdelijk het exclusieve recht om een nieuw ras te vermeerderen en te verkopen, terwijl andere veredelaars het wél mogen gebruiken om er verder mee te veredelen. “Die veredelingsvrijstelling zorgt dat we op elkaars rassen kunnen blijven voortbouwen,” aldus Streng. “Dat principe vinden wij cruciaal voor innovatie in de sector.”

Daarnaast is het bedrijf initiatiefnemer van het International Licensing Platform (ILP), een internationaal afsprakenstelsel waarbij veredelaars elkaar tegen een redelijke vergoeding toegang geven tot eigenschappen die onder octrooi vallen. “We willen dat materiaal beschermd met een octrooi toegankelijk blijft,” legt Streng uit. “Het ILP is bedoeld om te voorkomen dat bedrijven elkaar klemzetten.”

Toch erkent hij dat het systeem spanning geeft tussen openheid en bescherming. “Transparantie blijft belangrijk. Octrooien zijn nu eenmaal onderdeel van het speelveld, maar we vinden dat toegang tot biologisch materiaal altijd geborgd moet blijven."

 

''Het is niet zwart-wit''

Niemand schetste het speelveld zo genuanceerd als octrooigemachtigde Petri van Someren. Zij kent de discussies van binnenuit, zowel de bezwaren van veredelaars als de logica achter patenten. Volgens Van Someren is het beeld vaak simpeler dan de praktijk. “Traditionele veredelaars vonden het kwekersrecht genoeg. En eerlijk is eerlijk dat systeem werkte uitstekend zolang iedereen zich daaraan hield.”

Dat veranderde toen grote agrochemische bedrijven zich in de veredeling mengden. “Zij kwamen uit een wereld waar octrooien standaard waren. Toen ze eigenschappen begonnen te patenteren die resistent waren tegen hun eigen gewasbeschermingsmiddelen, voelden de klassieke veredelaars zich in het nauw gedreven.”

Vanaf dat moment ontstond een wapenwedloop. Als de een patenteerde, moest de ander mee. “Niet omdat iedereen het wilde. Maar omdat je anders kwetsbaar bent.”

 

''Kritisch op patenten, open voor NGT''

Bij Plantum, de brancheorganisatie van de veredelingssector, klinkt een duidelijke maar genuanceerde lijn. “Ons standpunt over octrooien en ons standpunt over NGT zijn twee verschillende onderwerpen,” zegt Sjoerd Bijl, beleidsspecialist intellectueel eigendom. “Maar in beide gevallen gaat het ons om één ding: veredelingsvrijheid. Bedrijven moeten kunnen blijven kiezen welke veredelingstechnieken ze inzetten, zonder dat regelgeving dat onnodig beperkt. Welke rassen ze kunnen gebruiken, zonder dat octrooien die keuzevrijheid te vergaand inperken.”

Plantum is al sinds 2009 kritisch op de manier waarop octrooien in de sector werken. Dat komt vooral doordat het octrooirecht geen veredelingsvrijstelling kent. “Als een bedrijf een resistentie vindt en die vastlegt in een octrooi, kunnen andere veredelaars die eigenschap in de praktijk niet meer gebruiken,” legt Bijl uit. “Formeel kan het soms nog wel via een natuurlijke route, maar dat is ingewikkeld, tijdrovend en juridisch onzeker. Daardoor blokkeer je alsnog de verdere verbetering van een gewas en dat is precies wat je niet wil.”

Daarom ziet Plantum het kwekersrecht als het passende systeem voor bescherming van rassen. Dat systeem geeft veredelaars wel exclusiviteit om hun investering terug te verdienen, maar laat andere bedrijven toe om het materiaal te gebruiken voor verdere veredeling. “Dat is hoe onze sector werkt,” zegt Bijl. “Planten verbeteren gebeurt stap voor stap, op elkaars schouders.”

Tegelijkertijd wijst Plantum erop dat bedrijven in de praktijk niet om octrooien heen kunnen. Ze bestaan immers al. Om te voorkomen dat bedrijven elkaar blokkeren, ontstonden platforms zoals het eerdergenoemde International Licensing Platform (ILP). Bijl noemt ILP een nuttige tussenoplossing: “Leden spreken af dat ze elkaar toegang geven tot geoctrooieerd materiaal tegen redelijke voorwaarden.

Dankzij het systeem van ‘baseball arbitration’ worden bedrijven gestimuleerd om realistische bedragen te vragen. Als twee partijen er niet uitkomen, leggen ze allebei een voorstel neer en kiest een onafhankelijke commissie één van de twee bedragen. Er wordt dus niet onderhandeld over een middenweg. Daardoor loont het niet om extreem hoog of laag in te zetten en zijn conflicten in de praktijk nauwelijks geëscaleerd.

Maar, zegt hij meteen: “ILP lost het onderliggende probleem niet op. Niet iedereen is lid, en je kunt niemand verplichten om mee te doen. Uiteindelijk moet de octrooiwetgeving  worden aangepast.”

 

Vooruitkijken

De discussie over octrooien in de plantenveredeling staat niet op zichzelf. Ze valt samen met bredere ontwikkelingen, zoals de inzet van NGT’s, de internationalisering van de zaadmarkt en de geplande studie van de Europese Commissie naar octrooien en kwekersrecht, die in 2026 wordt verwacht.

Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat het debat over octrooien niet draait om een duidelijk probleem of een eenduidige oplossing. Waar sommige veredelaars vooral nadruk leggen op de risico’s van exclusieve rechten, wijzen anderen op de praktische noodzaak van bescherming in een concurrerende markt.

Hoe deze elementen zich de komende jaren tot elkaar verhouden, en welke rol octrooien daarbij blijven spelen, hangt af van zowel technologische ontwikkelingen als Europese beleidskeuzes. Zeker is wel dat de spanning tussen bescherming en toegang een blijvend thema is binnen de veredelingssector.

 

Gerelateerde artikelen

Grasgids 2026 – De groene standaard voor elke vierkante meter

De Grasgids beschrijft de resultaten van het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek waarvan Plantum jaarlijks de…

Lees meer

Aanbevelende Rassenlijst 2026

De Aanbevelende Rassenlijst Akkerbouw en Veehouderij 2026 is gepubliceerd. Deze 101ste editie van de Aanbevelende…

Lees meer

Colland Arbeidsmarktonderzoek agrarische en groene sectoren

Binnenkort vindt het tweejaarlijkse Colland arbeidsmarktonderzoek onder bedrijven in de agrarische en groene sectoren weer...

Lees meer

Meld je nu aan voor een plantum lidmaatschap